+Artikel 3 Definities
---+Article 3 (1)
---+Article 3 (2)
---+Article 3 (3)
---+Article 3 (4)
---+Article 3 (5)
---+Article 3 (6)
---+Article 3 (7)
---+Article 3 (8)
---+Article 3 (9)
---+Article 3 (10)
---+Article 3 (11)
---+Article 3 (12)
---+Article 3 (13)
---+Article 3 (14)
---+Article 3 (15)
---+Article 3 (16)
---+Article 3 (17)
---+Article 3 (18)
---+Article 3 (19)
---+Article 3 (20)
---+Article 3 (21)
---+Article 3 (22)
---+Article 3 (23)
---+Article 3 (24)
---+Article 3 (25)
---+Article 3 (26)
---+Article 3 (27)
---+Article 3 (28)
---+Article 3 (29)
---+Article 3 (30)
---+Article 3 (31)
---+Article 3 (32)
---+Article 3 (33)
---+Article 3 (34)
---+Article 3 (35)
---+Article 3 (36)
---+Article 3 (37)
---+Article 3 (38)
---+Article 3 (39)
---+Article 3 (40)
---+Article 3 (41)
---+Article 3 (42)
---+Article 3 (43)
---+Article 3 (44)
---+Article 3 (45)
---+Article 3 (46)
---+Article 3 (47)
---+Article 3 (48)
---+Article 3 (49)
---+Article 3 (50)
---+Article 3 (51)
---+Article 3 (52)
---+Article 3 (53)
---+Article 3 (54)
---+Article 3 (55)
---+Article 3 (56)
---+Article 3 (57)
---+Article 3 (58)
---+Article 3 (59)
---+Article 3 (60)
---+Article 3 (61)
---+Article 3 (62)
---+Article 3 (63)
---+Article 3 (64)
---+Article 3 (65)

Artikel 3 Definities

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1) 

„digitale operationele weerbaarheid”: het vermogen van een financiële entiteit om haar operationele integriteit en betrouwbaarheid op te bouwen, te waarborgen en te evalueren, door direct of indirect via gebruik van diensten die door derde aanbieders van ICT-diensten worden verleend te voorzien in het volledige scala van ICT-gerelateerde capaciteiten die nodig zijn voor de beveiliging van de netwerk- en informatiesystemen waarvan een financiële entiteit gebruikmaakt, en die de permanente verlening van financiële diensten en de kwaliteit ervan, onder meer gedurende storingen, ondersteunen;

2) 

„netwerk- en informatiesysteem”: een netwerk- en informatiesysteem in de zin van artikel 6, punt 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555 ;

3) 

„legacy-ICT-systeem”: een ICT-systeem dat het einde van zijn levenscyclus (einde van de levensduur) heeft bereikt, dat om technologische of commerciële redenen niet geschikt is voor upgrades of reparaties, of dat niet langer wordt ondersteund door de leverancier of een derde aanbieder van ICT-diensten, maar dat nog steeds in gebruik is en de functies van de financiële entiteit ondersteunt;

4) 

„beveiliging van netwerk- en informatiesystemen”: beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de zin van artikel 6, punt 2, van Richtlijn (EU) 2022/2555 ;

5) 

„ICT-risico”: elke redelijkerwijs aan te wijzen omstandigheid met betrekking tot het gebruik van netwerk- en informatiesystemen die, indien zij zich voordoet, de beveiliging van het netwerk- en informatiesysteem, van technologieafhankelijke instrumenten of processen, van verrichtingen en processen, of van de levering van de diensten in gevaar kan brengen, door schadelijke effecten met zich mee te brengen in de digitale of fysieke omgeving;

6) 

„informatieactief”: een reeks, al dan niet tastbare, gegevens die beschermenswaardig zijn;

7) 

„ICT-actief”: een software- of hardwareactief in de netwerk- en informatiesystemen die door de financiële entiteit worden gebruikt;

8) 

„ICT-gerelateerd incident”: één gebeurtenis of een reeks gekoppelde gebeurtenissen die niet door de financiële entiteit zijn gepland en die de beveiliging van de netwerk- en informatiesystemen in gevaar brengen en een nadelig effect hebben op de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit of vertrouwelijkheid van gegevens of op de door de financiële entiteit verleende diensten;

9) 

„betalingsgerelateerd operationeel of beveiligingsincident”: één gebeurtenis of een reeks gekoppelde gebeurtenissen die niet door de in artikel 2, lid 1, punten a) tot en met d), bedoelde financiële entiteiten gepland zijn, die al dan niet ICT-gerelateerd zijn, en die een nadelig effect hebben op de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit of vertrouwelijkheid van betalingsgerelateerde gegevens, of op de door de financiële entiteit verleende betalingsgerelateerde diensten;

10) 

„ernstig ICT-gerelateerd incident”: een ICT-gerelateerd incident met grote nadelige gevolgen voor de netwerk- en informatiesystemen die kritieke of belangrijke functies van de financiële entiteit ondersteunen;

11) 

„ernstig betalingsgerelateerd operationeel of beveiligingsincident”: een betalingsgerelateerd operationeel of beveiligingsincident dat een groot negatief effect heeft op de verleende betalingsgerelateerde diensten;

12) 

„cyberdreiging”: cyberdreiging in de zin van artikel 2, punt 8), van Verordening (EU) 2019/881;

13) 

„significante cyberdreiging”: een cyberdreiging waarvan de technische kenmerken erop wijzen dat zij kan leiden tot een ernstig ICT-gerelateerd incident of een ernstig betalingsgerelateerd operationeel of beveiligingsincident;

14) 

„cyberaanval”: een kwaadwillig ICT-gerelateerd incident dat het gevolg is van een door een dreigingsactor gepleegde poging om een actief te vernietigen, bloot te stellen, te veranderen, buiten werking te stellen, te stelen of er ongeoorloofde toegang toe te verkrijgen of er ongeoorloofd gebruik van te maken;

15) 

„inlichtingen over dreigingen”: informatie die is geaggregeerd, getransformeerd, geanalyseerd, geïnterpreteerd of verrijkt om de noodzakelijke achtergrond voor besluitvorming te bieden en om relevant en toereikend inzicht te verschaffen om de gevolgen van een ICT-gerelateerd incident of van een cyberdreiging te beperken, met inbegrip van de technische details van een cyberaanval, de voor de aanval verantwoordelijke personen en hun werkwijze en motieven;

16) 

„kwetsbaarheid”: een zwakte, gevoeligheid of tekortkoming in een actief, systeem, proces of controle die kan worden misbruikt;

17) 

„dreigingsgestuurde penetratietest” (threat led penetration testing — TLPT): een kader waarin de tactiek, technieken en procedures van levensechte, als een reële cyberdreiging ervaren dreigingsactoren worden nagebootst en waarin een gecontroleerde, op maat gesneden, door inlichtingen gestuurde (red team) test van de kritieke reëel bestaande productiesystemen van de financiële entiteit wordt voorgebracht;

18) 

„ICT-risico van derde aanbieders”: een ICT-risico dat voor een financiële entiteit kan ontstaan met betrekking tot het gebruik van ICT-diensten die door derde aanbieders van ICT-diensten of door onderaannemers daarvan, onder meer via onderaanbestedingsovereenkomsten, worden verleend;

19) 

„derde aanbieder van ICT-diensten”: een onderneming die ICT-diensten verleent;

20) 

„aanbieder van ICT-diensten binnen een groep”: een onderneming die deel uitmaakt van een financiële groep en hoofdzakelijk ICT-diensten verleent aan financiële entiteiten binnen dezelfde groep of aan financiële entiteiten die tot hetzelfde institutionele protectiestelsel behoren, met inbegrip van hun moedermaatschappijen, dochterondernemingen, bijkantoren of andere entiteiten die gezamenlijk eigendom zijn of onder gezamenlijke zeggenschap staan;

21) 

„ICT-diensten”: digitale en gegevensdiensten die doorlopend via ICT-systemen aan een of meer interne of externe gebruikers worden verleend, waaronder hardware als dienst en hardwarediensten, met inbegrip van het verlenen van technische ondersteuning via software- of firmware-updates door de hardwareaanbieder, met uitzondering van traditionele analoge telefoondiensten;

22) 

„kritieke of belangrijke functie”: een functie waarvan de verstoring wezenlijk afbreuk zou doen aan de financiële prestaties van een financiële entiteit of aan de soliditeit of de continuïteit van haar diensten en activiteiten, of waarvan de beëindiging of gebrekkige of mislukte uitvoering wezenlijk afbreuk zou doen aan de permanente naleving door een financiële entiteit van de voorwaarden en verplichtingen uit hoofde van haar vergunning of haar andere verplichtingen uit hoofde van het toepasselijke recht inzake financiële diensten;

23) 

„kritieke derde aanbieder van ICT-diensten”: een derde aanbieder van ICT-diensten die overeenkomstig artikel 31 is aangewezen als cruciaal;

24) 

„in een derde land gevestigde derde aanbieder van ICT-diensten”: een derde aanbieder van ICT-diensten die een in een derde land gevestigde rechtspersoon is en die een contractuele overeenkomst met een financiële entiteit heeft gesloten voor de levering van ICT-diensten;

25) 

„dochteronderneming”: een dochteronderneming in de zin van artikel 2, punt 10), en artikel 22 van Richtlijn 2013/34/EU;

26) 

„groep”: een groep in de zin van artikel 2, punt 11), van Richtlijn 2013/34/EU;

27) 

„moederonderneming”: een moederonderneming in de zin van artikel 2, punt 9), en artikel 22 van Richtlijn 2013/34/EU;

28) 

„in een derde land gevestigde ICT-subcontractant”: een ICT-subcontractant die een in een derde land gevestigde rechtspersoon is en die een contractuele overeenkomst heeft gesloten met een derde aanbieder van ICT-diensten of met een in een derde land gevestigde derde aanbieder van ICT-diensten;

29) 

„ICT-concentratierisico”: een blootstelling aan individuele of aan meerdere onderling verbonden kritieke derde aanbieders van ICT-diensten, waardoor een bepaalde mate van afhankelijkheid ten aanzien van deze aanbieders ontstaat, zodat de onbeschikbaarheid, het falen of een ander soort tekortkoming van deze aanbieder het vermogen van een financiële entiteit om kritieke of belangrijke functies te vervullen in gevaar kan brengen, ertoe kan leiden dat zij andere soorten nadelige effecten, waaronder grote verliezen, ondervindt, of de financiële stabiliteit van de Unie in haar geheel in gevaar kan brengen;

30) 

„leidinggevend orgaan”: een leidinggevend orgaan in de zin van artikel 4, lid 1, punt 36), van Richtlijn 2014/65/EU, artikel 3, lid 1, punt 7), van Richtlijn 2013/36/EU, artikel 2, lid 1, punt s), van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ), artikel 2, lid 1, punt 45), van Verordening (EU) nr. 909/2014, artikel 3, lid 1, punt 20), van Verordening (EU) 2016/1011, en in de relevante bepaling van de verordening betreffende markten in cryptoactiva, of de gelijkwaardige personen die de entiteit daadwerkelijk besturen of sleutelfuncties vervullen overeenkomstig het toepasselijke Unie- of nationale recht;

31) 

„kredietinstelling”: een kredietinstelling in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad ( 2 );

32) 

„bij Richtlijn 2013/36/EU vrijgestelde instelling”: een entiteit zoals vermeld in artikel 2, lid 5, punten 4) tot en met 23), van Richtlijn 2013/36/EU;

33) 

„beleggingsonderneming”: een beleggingsonderneming in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2014/65/EU;

34) 

„kleine en niet-verweven beleggingsonderneming”: een beleggingsonderneming die voldoet aan de voorwaarden in artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad ( 3 );

35) 

„betalingsinstelling”: een betalingsinstelling in de zin van artikel 4, punt 4), van Richtlijn (EU) 2015/2366;

36) 

„bij Richtlijn (EU) 2015/2366 vrijgestelde betalingsinstelling”: een betalingsinstelling die is vrijgesteld op grond van artikel 32, lid 1, van Richtlijn (EU) 2015/2366;

37) 

„aanbieder van rekeninginformatiediensten”: een aanbieder van rekeninginformatiediensten als bedoeld in artikel 33, lid 1, van Richtlijn (EU) 2015/2366;

38) 

„instelling voor elektronisch geld”: een instelling voor elektronisch geld in de zin van artikel 2, punt 1), van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad;

39) 

„bij Richtlijn 2009/110/EG vrijgestelde instelling voor elektronisch geld”: een instelling voor elektronisch geld waaraan een ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 9, lid 1, van Richtlijn 2009/110/EG;

40) 

„centrale tegenpartij”: een centrale tegenpartij in de zin van artikel 2, punt 1), van Verordening (EU) nr. 648/2012;

41) 

„transactieregister”: een transactieregister in de zin van artikel 2, punt 2), van Verordening (EU) nr. 648/2012;

42) 

„centrale effectenbewaarinstelling”: een centrale effectenbewaarinstelling in de zin van artikel 2, lid 1, punt 1), van Verordening (EU) nr. 909/2014;

43) 

„handelsplatform” een handelsplatform in de zin van artikel 4, lid 1, punt 24, van Richtlijn 2014/65/EU;

44) 

„beheerder van alternatieve beleggingsinstellingen”: een beheerder van alternatieve beleggingsinstellingen in de zin van artikel 4, lid 1, punt b), van Richtlijn 2011/61/EU;

45) 

„beheermaatschappij”: een beheermaatschappij in de zin van artikel 2, lid 1, punt b), van Richtlijn 2009/65/EG;

46) 

„aanbieder van datarapporteringsdiensten”: een aanbieder van datarapporteringsdiensten in de zin van Verordening (EU) nr. 600/2014, als bedoeld in artikel 2, lid 1, punten 34 tot en met 36, van die verordening;

47) 

„verzekeringsonderneming”: een verzekeringsonderneming in de zin van artikel 13, punt 1, van Richtlijn 2009/138/EG;

48) 

„herverzekeringsonderneming”: een herverzekeringsonderneming in de zin van artikel 13, punt 4, van Richtlijn 2009/138/EG;

49) 

„verzekeringstussenpersoon”: een verzekeringstussenpersoon in de zin van artikel 2, lid 1, punt 3, van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad ( 4 );

50) 

„nevenverzekeringstussenpersoon”: een nevenverzekeringstussenpersoon in de zin van artikel 2, lid 1, punt 4, van Richtlijn (EU) 2016/97;

51) 

„herverzekeringstussenpersoon”: een herverzekeringstussenpersoon in de zin van artikel 2, lid 1, punt 5, van Richtlijn (EU) 2016/97;

52) 

„instelling voor bedrijfspensioenvoorziening”: een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening in de zin van artikel 6, punt 1), van Richtlijn (EU) 2016/2341;

53) 

„kleine instelling voor bedrijfspensioenvoorziening”: een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening die pensioenregelingen uitvoert die samen minder dan 100 leden hebben;

54) 

„ratingbureau”: een ratingbureau in de zin van artikel 3, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 1060/2009;

55) 

„aanbieder van cryptoactivadiensten”: een aanbieder van cryptoactivadiensten in de zin van de relevante bepaling van de verordening betreffende markten in cryptoactiva;

56) 

„emittent van asset-referenced tokens”: een emittent van asset-referenced tokens in de zin van de relevante bepaling van de verordening betreffende markten in cryptoactiva;

57) 

„beheerder van kritieke benchmarks”: een beheerder van kritieke benchmarks in de zin van artikel 3, lid 1, punt 25), van Verordening (EU) 2016/1011;

58) 

„crowdfundingdienstverlener”: een crowdfundingdienstverlener in de zin van artikel 2, lid 1, punt e), van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad ( 5 );

59) 

„securitisatieregister”: een securitisatieregister in de zin van artikel 2, punt 23), van Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad ( 6 );

60) 

„micro-onderneming”: een financiële entiteit die geen handelsplatform, centrale tegenpartij, transactieregister of centrale effectenbewaarinstelling is, en waar minder dan 10 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet en/of het jaarlijkse balanstotaal niet hoger liggen dan 2 miljoen EUR;

61) 

„lead overseer”: de overeenkomstig artikel 31, lid 1, punt b), van deze verordening aangewezen Europese toezichthoudende autoriteit;

62) 

„Gemengd Comité”: het in artikel 54 van de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 bedoelde comité;

63) 

„kleine onderneming”: een financiële entiteit met 10 of meer werknemers, maar minder dan 50 werknemers, en een jaaromzet en/of een jaarlijks balanstotaal van meer dan 2 miljoen EUR, maar van ten hoogste 10 miljoen EUR;

64) 

„middelgrote onderneming”: een financiële entiteit die geen kleine onderneming is, minder dan 250 personen in dienst heeft en een jaaromzet van ten hoogste 50 miljoen EUR en/of een jaarlijkse balans van ten hoogste 43 miljoen EUR heeft;

65) 

„overheidsinstantie”: een regerings- of andere overheidsinstantie, met inbegrip van nationale centrale banken.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Article 3 (1)

‘digital operational resilience’ means the ability of a financial entity to build, assure and review its operational integrity and reliability by ensuring, either directly or indirectly through the use of services provided by ICT third-party service providers, the full range of ICT-related capabilities needed to address the security of the network and information systems which a financial entity uses, and which support the continued provision of financial services and their quality, including throughout disruptions;

Article 3 (2)

‘network and information system’ means a network and information system as defined in Article 6, point 1, of Directive (EU) 2022/2555;

Article 3 (3)

‘legacy ICT system’ means an ICT system that has reached the end of its lifecycle (end-of-life), that is not suitable for upgrades or fixes, for technological or commercial reasons, or is no longer supported by its supplier or by an ICT third-party service provider, but that is still in use and supports the functions of the financial entity;

Article 3 (4)

‘security of network and information systems’ means security of network and information systems as defined in Article 6, point 2, of Directive (EU) 2022/2555;

Article 3 (5)

‘ICT risk’ means any reasonably identifiable circumstance in relation to the use of network and information systems which, if materialised, may compromise the security of the network and information systems, of any technology dependent tool or process, of operations and processes, or of the provision of services by producing adverse effects in the digital or physical environment;

Article 3 (6)

‘information asset’ means a collection of information, either tangible or intangible, that is worth protecting;

Article 3 (7)

‘ICT asset’ means a software or hardware asset in the network and information systems used by the financial entity;

Article 3 (8)

‘ICT-related incident’ means a single event or a series of linked events unplanned by the financial entity that compromises the security of the network and information systems, and have an adverse impact on the availability, authenticity, integrity or confidentiality of data, or on the services provided by the financial entity;

Article 3 (9)

‘operational or security payment-related incident’ means a single event or a series of linked events unplanned by the financial entities referred to in Article 2(1), points (a) to (d), whether ICT-related or not, that has an adverse impact on the availability, authenticity, integrity or confidentiality of payment-related data, or on the payment-related services provided by the financial entity;

Article 3 (10)

‘major ICT-related incident’ means an ICT-related incident that has a high adverse impact on the network and information systems that support critical or important functions of the financial entity;

Article 3 (11)

‘major operational or security payment-related incident’ means an operational or security payment-related incident that has a high adverse impact on the payment-related services provided;

Article 3 (12)

‘cyber threat’ means ‘cyber threat’ as defined in Article 2, point (8), of Regulation (EU) 2019/881;

Article 3 (13)

‘significant cyber threat’ means a cyber threat the technical characteristics of which indicate that it could have the potential to result in a major ICT-related incident or a major operational or security payment-related incident;

Article 3 (14)

‘cyber-attack’ means a malicious ICT-related incident caused by means of an attempt perpetrated by any threat actor to destroy, expose, alter, disable, steal or gain unauthorised access to, or make unauthorised use of, an asset;

Article 3 (15)

‘threat intelligence’ means information that has been aggregated, transformed, analysed, interpreted or enriched to provide the necessary context for decision-making and to enable relevant and sufficient understanding in order to mitigate the impact of an ICT-related incident or of a cyber threat, including the technical details of a cyber-attack, those responsible for the attack and their modus operandi and motivations;

Article 3 (16)

‘vulnerability’ means a weakness, susceptibility or flaw of an asset, system, process or control that can be exploited;

Article 3 (17)

‘threat-led penetration testing (TLPT)’ means a framework that mimics the tactics, techniques and procedures of real-life threat actors perceived as posing a genuine cyber threat, that delivers a controlled, bespoke, intelligence-led (red team) test of the financial entity’s critical live production systems;

Article 3 (18)

‘ICT third-party risk’ means an ICT risk that may arise for a financial entity in relation to its use of ICT services provided by ICT third-party service providers or by subcontractors of the latter, including through outsourcing arrangements;

Article 3 (19)

‘ICT third-party service provider’ means an undertaking providing ICT services;

Article 3 (20)

‘ICT intra-group service provider’ means an undertaking that is part of a financial group and that provides predominantly ICT services to financial entities within the same group or to financial entities belonging to the same institutional protection scheme, including to their parent undertakings, subsidiaries, branches or other entities that are under common ownership or control;

Article 3 (21)

‘ICT services’ means digital and data services provided through ICT systems to one or more internal or external users on an ongoing basis, including hardware as a service and hardware services which includes the provision of technical support via software or firmware updates by the hardware provider, excluding traditional analogue telephone services;

Article 3 (22)

‘critical or important function’ means a function, the disruption of which would materially impair the financial performance of a financial entity, or the soundness or continuity of its services and activities, or the discontinued, defective or failed performance of that function would materially impair the continuing compliance of a financial entity with the conditions and obligations of its authorisation, or with its other obligations under applicable financial services law;

Article 3 (23)

‘critical ICT third-party service provider’ means an ICT third-party service provider designated as critical in accordance with Article 31;

Article 3 (24)

‘ICT third-party service provider established in a third country’ means an ICT third-party service provider that is a legal person established in a third-country and that has entered into a contractual arrangement with a financial entity for the provision of ICT services;

Article 3 (25)

‘subsidiary’ means a subsidiary undertaking within the meaning of Article 2, point (10), and Article 22 of Directive 2013/34/EU;

Article 3 (26)

‘group’ means a group as defined in Article 2, point (11), of Directive 2013/34/EU;

Article 3 (27)

‘parent undertaking’ means a parent undertaking within the meaning of Article 2, point (9), and Article 22 of Directive 2013/34/EU;

Article 3 (28)

‘ICT subcontractor established in a third country’ means an ICT subcontractor that is a legal person established in a third-country and that has entered into a contractual arrangement either with an ICT third-party service provider, or with an ICT third-party service provider established in a third country;

Article 3 (29)

‘ICT concentration risk’ means an exposure to individual or multiple related critical ICT third-party service providers creating a degree of dependency on such providers so that the unavailability, failure or other type of shortfall of such provider may potentially endanger the ability of a financial entity to deliver critical or important functions, or cause it to suffer other types of adverse effects, including large losses, or endanger the financial stability of the Union as a whole;

Article 3 (30)

‘management body’ means a management body as defined in Article 4(1), point (36), of Directive 2014/65/EU, Article 3(1), point (7), of Directive 2013/36/EU, Article 2(1), point (s), of Directive 2009/65/EC of the European Parliament and of the Council (31), Article 2(1), point (45), of Regulation (EU) No 909/2014, Article 3(1), point (20), of Regulation (EU) 2016/1011, and in the relevant provision of the Regulation on markets in crypto-assets, or the equivalent persons who effectively run the entity or have key functions in accordance with relevant Union or national law;

Article 3 (31)

‘credit institution’ means a credit institution as defined in Article 4(1), point (1), of Regulation (EU) No 575/2013 of the European Parliament and of the Council (32);

Article 3 (32)

‘institution exempted pursuant to Directive 2013/36/EU’ means an entity as referred to in Article 2(5), points (4) to (23), of Directive 2013/36/EU;

Article 3 (33)

‘investment firm’ means an investment firm as defined in Article 4(1), point (1), of Directive 2014/65/EU;

Article 3 (34)

‘small and non-interconnected investment firm’ means an investment firm that meets the conditions laid out in Article 12(1) of Regulation (EU) 2019/2033 of the European Parliament and of the Council (33);

Article 3 (35)

‘payment institution’ means a payment institution as defined in Article 4, point (4), of Directive (EU) 2015/2366;

Article 3 (36)

‘payment institution exempted pursuant to Directive (EU) 2015/2366’ means a payment institution exempted pursuant to Article 32(1) of Directive (EU) 2015/2366;

Article 3 (37)

‘account information service provider’ means an account information service provider as referred to in Article 33(1) of Directive (EU) 2015/2366;

Article 3 (38)

‘electronic money institution’ means an electronic money institution as defined in Article 2, point (1), of Directive 2009/110/EC of the European Parliament and of the Council;

Article 3 (39)

‘electronic money institution exempted pursuant to Directive 2009/110/EC’ means an electronic money institution benefitting from a waiver as referred to in Article 9(1) of Directive 2009/110/EC;

Article 3 (40)

‘central counterparty’ means a central counterparty as defined in Article 2, point (1), of Regulation (EU) No 648/2012;

Article 3 (41)

‘trade repository’ means a trade repository as defined in Article 2, point (2), of Regulation (EU) No 648/2012;

Article 3 (42)

‘central securities depository’ means a central securities depository as defined in Article 2(1), point (1), of Regulation (EU) No 909/2014;

Article 3 (43)

‘trading venue’ means a trading venue as defined in Article 4(1), point (24), of Directive 2014/65/EU;

Article 3 (44)

‘manager of alternative investment funds’ means a manager of alternative investment funds as defined in Article 4(1), point (b), of Directive 2011/61/EU;

Article 3 (45)

‘management company’ means a management company as defined in Article 2(1), point (b), of Directive 2009/65/EC;

Article 3 (46)

‘data reporting service provider’ means a data reporting service provider within the meaning of Regulation (EU) No 600/2014, as referred to in Article 2(1), points (34) to (36) thereof;

Article 3 (47)

‘insurance undertaking’ means an insurance undertaking as defined in Article 13, point (1), of Directive 2009/138/EC;

Article 3 (48)

‘reinsurance undertaking’ means a reinsurance undertaking as defined in Article 13, point (4), of Directive 2009/138/EC;

Article 3 (49)

‘insurance intermediary’ means an insurance intermediary as defined in Article 2(1), point (3), of Directive (EU) 2016/97 of the European Parliament and of the Council (34);

Article 3 (50)

‘ancillary insurance intermediary’ means an ancillary insurance intermediary as defined in Article 2(1), point (4), of Directive (EU) 2016/97;

Article 3 (51)

‘reinsurance intermediary’ means a reinsurance intermediary as defined in Article 2(1), point (5), of Directive (EU) 2016/97;

Article 3 (52)

‘institution for occupational retirement provision’ means an institution for occupational retirement provision as defined in Article 6, point (1), of Directive (EU) 2016/2341;

Article 3 (53)

‘small institution for occupational retirement provision’ means an institution for occupational retirement provision which operates pension schemes which together have less than 100 members in total;

Article 3 (54)

‘credit rating agency’ means a credit rating agency as defined in Article 3(1), point (b), of Regulation (EC) No 1060/2009;

Article 3 (55)

‘crypto-asset service provider’ means a crypto-asset service provider as defined in the relevant provision of the Regulation on markets in crypto-assets;

Article 3 (56)

‘issuer of asset-referenced tokens’ means an issuer of asset-referenced tokens as defined in the relevant provision of the Regulation on markets in crypto-assets;

Article 3 (57)

‘administrator of critical benchmarks’ means an administrator of ‘critical benchmarks’ as defined in Article 3(1), point (25), of Regulation (EU) 2016/1011;

Article 3 (58)

‘crowdfunding service provider’ means a crowdfunding service provider as defined in Article 2(1), point (e), of Regulation (EU) 2020/1503 of the European Parliament and of the Council (35);

Article 3 (59)

‘securitisation repository’ means a securitisation repository as defined in Article 2, point (23), of Regulation (EU) 2017/2402 of the European Parliament and of the Council (36);

Article 3 (60)

‘microenterprise’ means a financial entity, other than a trading venue, a central counterparty, a trade repository or a central securities depository, which employs fewer than 10 persons and has an annual turnover and/or annual balance sheet total that does not exceed EUR 2 million;

Article 3 (61)

‘Lead Overseer’ means the European Supervisory Authority appointed in accordance with Article 31(1), point (b) of this Regulation;

Article 3 (62)

‘Joint Committee’ means the committee referred to in Article 54 of Regulations (EU) No 1093/2010, (EU) No 1094/2010 and (EU) No 1095/2010;

Article 3 (63)

‘small enterprise’ means a financial entity that employs 10 or more persons, but fewer than 50 persons, and has an annual turnover and/or annual balance sheet total that exceeds EUR 2 million, but does not exceed EUR 10 million;

Article 3 (64)

‘medium-sized enterprise’ means a financial entity that is not a small enterprise and employs fewer than 250 persons and has an annual turnover that does not exceed EUR 50 million and/or an annual balance sheet that does not exceed EUR 43 million;

Article 3 (65)

‘public authority’ means any government or other public administration entity, including national central banks.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis