|
+Artikel 29 1. |
Artikel 29 1.Wanneer de lidstaten beslissen of een voorwerp of stof die het resultaat is van een productieproces dat niet in de eerste plaats op het vervaardigen van dat voorwerp of die stof gericht is, als afvalstof wordt beschouwd, maken zij toepassing van artikel 5 van Richtlijn 2008/98/EG. Wanneer de lidstaten beslissen of afvalstoffen die een handeling tot recycling of andere nuttige toepassing hebben ondergaan, niet langer als afvalstoffen moeten worden beschouwd, maken zij toepassing van artikel 6 van Richtlijn 2008/98/EG. Bij het bepalen of een voorwerp of stof als een gebruikt goed en niet als afvalstof moet worden beschouwd, zorgen de lidstaten ervoor dat ten minste aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a)
verder gebruik of hergebruik van het voorwerp of de stof staat vast;
b)
het voorwerp of de stof kan de beoogde functie vervullen zonder significante voorverwerking;
c)
indien relevant wordt het voorwerp of de stof getest om de volledige functionaliteit ervan te waarborgen;
d)
verder gebruik is rechtmatig, in die zin dat het voorwerp of de stof voldoet aan alle relevante voorschriften inzake producten, milieu en gezondheidsbescherming voor het specifieke gebruik en niet zal leiden tot over het geheel genomen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid;
e)
het voorwerp of de stof wordt tijdens het vervoer, het laden en het lossen naar behoren bewaard en beschermd tegen schade. Het bepaalde in de derde alinea is van toepassing onverminderd artikel 23, lid 2, van en bijlage VI bij Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 11 ) en artikel 72, lid 2, van en bijlage XIV bij Verordening (EU) 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad ( 12 ). 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|