3. In het geval van meldingsplichtige entiteiten die deel uitmaken van een groep, kan de naleving van de vereisten van dit artikel en van artikel 49 worden gewaarborgd door middel van op groepsniveau geldende gedragslijnen, procedures en controles, mits aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
a)
|
de meldingsplichtige entiteit steunt op informatie die uitsluitend wordt verstrekt door een meldingsplichtige entiteit die deel uitmaakt van dezelfde groep;
|
|
b)
|
de groep past AML/CFT-gedragslijnen en -procedures, cliëntenonderzoeksmaatregelen en regels voor het bewaren van gegevens toe die volledig in overeenstemming zijn met deze verordening of met gelijkwaardige regels in derde landen;
|
|
c)
|
de effectieve uitvoering van de in punt b) van dit lid bedoelde vereisten staat op groepsniveau onder toezicht van de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat van herkomst overeenkomstig hoofdstuk IV van Richtlijn (EU) 2024/1640 of de toezichthoudende autoriteit van het derde land overeenkomstig de regels van dat derde land.
|