+Artikel 281 2.

Artikel 281 2.

De blootstellingswaarde van een netting set wordt berekend overeenkomstig de volgende voorschriften:

a) 

instellingen passen de in artikel 274, lid 6, bedoelde behandeling niet toe;

b) 

in afwijking van artikel 275, lid 1, berekenen instellingen voor niet in artikel 275, lid 2, bedoelde netting sets de vervangingswaarde volgens onderstaande formule:

RC = max{CMV, 0}

waarbij:

RC

=

de vervangingswaarde; en

CMV

=

de huidige marktwaarde.

c) 

in afwijking van artikel 275, lid 2, van deze verordening voor netting sets van transacties die op een erkende beurs plaatsvinden; die centraal worden gecleard door een centrale tegenpartij waaraan overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr. 648/2012 vergunning is verleend of die overeenkomstig artikel 25 van Verordening (EU) nr. 648/2012 is erkend; of die waarvoor overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EU) nr. 648/2012 bilateraal zekerheden met de tegenpartij worden uitgewisseld, berekenen instellingen de vervangingswaarde volgens onderstaande formule:

RC = TH + MTA

waarbij:

RC

=

de vervangingswaarde;

TH

=

de krachtens de margeovereenkomst op de netting set toepasselijke margedrempel waaronder de instelling geen zekerheden kan opvragen; en

MTA

=

het krachtens de margeovereenkomst op de netting set toepasselijke minimumbedrag van de overdracht;

d) 

in afwijking van artikel 275, lid 3, berekenen instellingen voor aan een margeovereenkomst onderworpen netting sets de vervangingswaarde als de som van de overeenkomstig lid 1 berekende vervangingswaarden van elke individuele netting set alsof deze niet door marges zijn gedekt;

e) 

alle hedging sets worden vastgesteld overeenkomstig artikel 277 bis, lid 1;

f) 

instellingen stellen de multiplicator in de in artikel 278, lid 1, toegepaste formule ter berekening van de potentiële toekomstige blootstelling vast op 1, wat het volgende oplevert:

image

waarbij:

PFE

=

de potentiële toekomstige blootstelling; en

AddOn(a)

=

de opslagfactor voor risicocategorie „a”;

g) 

in afwijking van artikel 279 bis, lid 1, berekenen instellingen voor alle transacties de delta voor toezichtsdoeleinden als volgt:



δ =

left accolade

+ 1 als de transactie een longpositie is in de primaire risicodeterminant

– 1 als de transactie een shortpositie is in de primaire risicodeterminant

waarbij:

δ

=

de delta voor toezichtsdoeleinden;

h) 

de in artikel 279 ter, lid 1, punt a), bedoelde formule voor de berekening van de duurfactor voor toezichtsdoeleinden luidt als volgt:

duurfactor voor toezichtdoeleinden = E – S

waarbij:

E

=

de termijn tussen de einddatum van een transactie en de rapportage-datum; en

S

=

de termijn tussen de aanvangsdatum van een transactie en de rapportagedatum;

i) 

de in artikel 279 quater, lid 1, bedoelde looptijdfactor wordt berekend als volgt:

(i) 

voor transacties die deel uitmaken van de in artikel 275, lid 1, bedoelde netting sets, MF = 1;

(ii) 

voor transacties die deel uitmaken van de in artikel 275, leden 2 en 3, bedoelde netting sets, MF = 0,42;

j) 

de in artikel 280 bis, lid 3, bedoelde formule voor de berekening van het effectieve notionele bedrag van hedging set „j” luidt als volgt:

image

waarbij:

image

=

het effectieve notionele bedrag van hedging set „j”; en

Dj,k

=

het effectieve notionele bedrag van subklasse „k” van hedging set „j”;

k) 

de in artikel 280 quater, lid 3, bedoelde formule voor de berekening van de opslagfactor voor de kredietrisicocategorie van hedging set „j” luidt als volgt:

image

waarbij:

image

=

de opslagfactor voor de kredietrisicocategorie van hedging set „j”; en

AddOn(Entityk)

=

de opslagfactor voor de kredietreferentie-entiteit „k”;

l) 

de in artikel 280 quinquies, lid 3, bedoelde formule voor de berekening van de opslagfactor voor de kredietrisicocategorie van hedging set „j” luidt als volgt:

image

waarbij:

image

=

de opslagfactor voor de kredietrisicocategorie van hedging set „j”; en

AddOn(Entityk)

=

de opslagfactor voor de kredietreferentie-entiteit „k”;

m) 

de in artikel 280 sexies, lid 3, bedoelde formule voor de berekening van de opslagfactor voor de grondstoffenrisicocategorie van hedging set „j” luidt als volgt:

image

waarbij:

image

=

de opslagfactor voor de grondstoffenrisicocategorie van hedging set „j”; en

image

=

de opslagfactor voor de grondstoffenreferentiesoort „k”.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis