+107. Kredietinstellingen moeten met name rekening houden met de volgende niet-uitputtende lijst van …
|
107. Kredietinstellingen moeten met name rekening houden met de volgende niet-uitputtende lijst van …
Kredietinstellingen moeten met name rekening houden met de volgende niet-uitputtende lijst van indicatoren voor de beoordeling van een aanzienlijke toename van het kredietrisico: - a. een besluit van het hoger kader van de kredietinstelling zodanig dat, indien een bestaande kredietpositie voor het eerst op de verslagdatum werd geïnitieerd, het element van de prijs van de kredietpositie dat representatief is voor het kredietrisico van de blootstelling aanzienlijk hoger zou zijn dan het was toen de lening in feite werd geïnitieerd, vanwege een toename van het kredietrisico van de specifieke kredietnemer of categorie kredietnemers sinds aanvang;
- b. een besluit van het hoger kader van de kredietinstelling ter versterking van de zekerheden en/of bijzondere eisen voor nieuwe kredietposities die vergelijkbaar zijn met de reeds geïnitieerde kredietposities, vanwege wijzigingen in het kredietrisico van die blootstellingen sinds eerste opname;
- c. een verlaging van de kredietwaardigheid van de kredietnemer door een erkend ratingbureau of binnen het interne ratingsysteem van een kredietinstelling;
- d. voor inbare kredietposities die onderhevig zijn aan individuele controle en herziening, een interne ratingsamenvatting/kredietkwaliteitsindicator die zwakker is dan bij eerste opname;
- e. verslechtering van de relevante determinanten van kredietrisico (bv. toekomstige kasstromen) voor een individuele debiteur (of groep debiteuren); en
- f. verwachting van wijzigingen als gevolg van financiële problemen, waaronder die welke kwalificeren als respijt in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 2015/227.
Hoewel de tenuitvoerlegging van IFRS 9 waar mogelijk de werkwijzen ten aanzien van het beheer van het kredietrisico moet weerspiegelen, zou dat in sommige gevallen niet passend zijn. Zo zou voor een kredietinstelling die de meeste kredietposities op dezelfde wijze beheert, ongeacht het kredietrisico, — slechts met uitzondering van bijzonder sterke of zwakke kredieten — de wijze waarop een kredietpositie wordt beheerd waarschijnlijk geen goede indicator zijn van de vraag of er sprake is van een aanzienlijke toename van het kredietrisico.
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|