+55. De consoliderende toezichthouder en de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van herkomst en de …
|
55. De consoliderende toezichthouder en de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van herkomst en de …
De consoliderende toezichthouder en de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van herkomst en de lidstaat van ontvangst waarborgen, onverminderd de bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 524/2014 van de Commissie en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 620/2014 van de Commissie, dat zij ten minste, op een evenredige en passende wijze, informatie delen over het volgende: - a. interne en, waar beschikbaar, externe auditverslagen en de interne risicoverslagen van de instelling die zich richten op de positie van het bijkantoor en de risico's die de instelling neemt via het significant-plus-bijkantoor;
- b. liquiditeitsrapporten van de instelling die zijn verzameld overeenkomstig artikel 415 van Verordening (EU) nr. 575/2013.
- c. eventuele relevante informatie die de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst of de lidstaat van ontvangst van de instelling heeft ontvangen bij de uitwerking van de risicobeoordeling voor het bijkantoor overeenkomstig paragraaf 5.1 van deze richtsnoeren;
- d. rapporten met een samenvatting van de bevindingen van controles en inspecties ter plaatse van het bijkantoor door ofwel de consoliderende toezichthouder ofwel de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst of de lidstaat van ontvangst overeenkomstig paragraaf 5.3 van deze richtsnoeren, gericht op de positie van het bijkantoor binnen de groep en de risico's die de instelling neemt via het significant-plus-bijkantoor;
- e. informatie over toezicht- en andere maatregelen die door de consoliderende toezichthouders of de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst specifiek voor het bijkantoor zijn genomen of gepland (zie ook paragraaf 5.5);
- f. eventuele voorzorgsmaatregelen die de bevoegde autoriteit in de lidstaat van ontvangst heeft genomen op basis van artikel 43 van Richtlijn 2013/36/EU en maatregelen die zijn genomen op basis van artikel 50, lid 4, van die richtlijn (zie ook paragraaf 5.5);
- g. informatie over op handen zijnde grote veranderingen die van invloed zijn op het bijkantoor, zoals veranderingen in het IT-systeem of het bedrijfsmodel van de instelling, en eventuele relevante regelingen voor de continuïteit van de activiteiten en noodregelingen;
- h. informatie over operationele incidenten, waaronder eventuele substantiële fouten of verstoringen van de dienstverlening aan cliënten, van betaaldiensten of van IT-systemen voor zover relevant voor het bijkantoor, waaronder cyberaanvallen of - bedreigingen of aanvallen op en bedreigingen van de informatiebeveiliging, evenals verstoringen of fouten die het vermogen van het bijkantoor om zijn zakelijke activiteiten voort te zetten of te voldoen aan zijn verplichten als leverancier van betaalsystemen en betaaldiensten, aantasten of in gevaar brengen;
- i. informatie over strategieën of bedrijfsplannen met betrekking tot de toekomstige activiteiten van het bijkantoor, waaronder, zonder daartoe te zijn beperkt, het eventuele aanbieden van belangrijke nieuwe producten of diensten die niet onder artikel 39 van Richtlijn 2013/36/EU vallen;
- j. documentatie die afkomstig is van de toepassing van de artikelen 143, 151, leden 4 en 9, 283, 312 en 363 van Verordening (EU) nr. 575/2013;
- k. informatie die relevant is voor de beoordeling van het groepsherstelplan of het plan van de instelling.
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|