+15. Met betrekking tot de materialiteitsanalyse van milieurisico’s dienen instellingen gebruik te …
|
15. Met betrekking tot de materialiteitsanalyse van milieurisico’s dienen instellingen gebruik te …
Met betrekking tot de materialiteitsanalyse van milieurisico’s dienen instellingen gebruik te maken van zowel kwalitatieve als kwantitatieve informatie. Instellingen dienen een voldoende groot aantal milieufactoren in aanmerking te nemen, waaronder ten minste klimaatgerelateerde factoren, de aantasting van ecosystemen en het verlies van biodiversiteit. Instellingen dienen de factoren voor zowel transitie- als fysieke risico’s te analyseren, waarbij zij ten minste rekening houden met het volgende: - a) Voor transitierisico’s:
| i. de | belangrijkste | economische sectoren die door de gefinancierde activa |
worden ondersteund of waarin de tegenpartij van de instelling haar voornaamste activiteiten heeft; - ii. lopende en potentiële toekomstige materiële wijzigingen in overheidsbeleid, technologieën en marktvoorkeuren (bijv. nieuwe milieuregelgeving of fiscale prikkels, ontwikkeling van innovatieve koolstofarme technologieën, verschuivingen in de vraag van consumenten of investeerders);
- iii. met betrekking tot klimaatrisico’s:
| 1. 2. | blootstellingen aan sectoren die in hoge mate bijdragen aan klimaatverandering, zoals gespecificeerd in overweging 6 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 van de Commissie, d.w.z. de in de secties A tot en met H en sectie L van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1893/20068 genoemde sectoren, met bijzondere aandacht voor blootstellingen aan entiteiten uit de sector fossiele brandstoffen; de mate van afstemming of verkeerde afstemming van portefeuilles op de relevante regelgevingsdoelstellingen van de rechtsgebieden waarin ze actief zijn; voor kleine en niet-complexe instellingen en andere niet-grote instellingen dient dit ten minste plaats te vinden op basis van een kwalitatieve beoordeling op hoog niveau; |
- b) Voor fysieke risico’s:
| i. de | geografische | gebieden waarin zich belangrijke activa van tegenpartijen |
(bijv. productielocaties) en, in het bijzonder bij blootstellingen op het gebied van vastgoed, fysieke zekerheden bevinden; - ii. de mate van kwetsbaarheid voor milieurisico’s (bijv. risico’s in verband met temperatuur, wind, water of vaste massa) bij verschillende klimaatscenario’s en transitietrajecten of, voor kleine en niet-complexe instellingen en andere niet-grote instellingen, bij ten minste één ongunstig scenario.
8 Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 van de Commissie van 17 juli 2020 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft minimumnormen voor EU-klimaattransitiebenchmarks en op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmarks (PB L 406, 03.12.2020, p. 17) – Klimaatbenchmark-verordening - overweging 6: Sectoren die worden genoemd in de secties A tot en met H en sectie L van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1893/2006
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|