+4.1 Beoordeling van de materialiteit
---+11. Als onderdeel van de referentiemethodiek voor de in de strategieën en interne procedures van …
---+12. De materialiteitsanalyse van ESG-risico’s dient te worden uitgevoerd als een analyse van de …
---+13. Bij de materialiteitsanalyse van ESG-risico’s dient een op risico’s gebaseerde benadering te …
---+14. Met het oog op een alomvattende analyse van de materialiteit van ESG-risico’s dienen …
---+15. Met betrekking tot de materialiteitsanalyse van milieurisico’s dienen instellingen gebruik te …
---+16. Als onderdeel van hun ICAAP dienen instellingen de materialiteitsanalyses van ESG-risico’s te …
---+17. In overeenstemming met respectievelijk sectie 4.2, sectie 5 en sectie 6 dienen instellingen …

4.1 Beoordeling van de materialiteit

4.1 Beoordeling van de materialiteit

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
11. Als onderdeel van de referentiemethodiek voor de in de strategieën en interne procedures van …

Als onderdeel van de referentiemethodiek voor de in de strategieën en interne procedures van instellingen op te nemen detectie en meting van ESG-risico’s, dienen instellingen te voorzien in de regelmatige uitvoering van een materialiteitsanalyse van ESG-risico’s. Deze analyse dient ten minste elk jaar te worden uitgevoerd of, voor kleine en niet-complexe instellingen (SNCI’s), om de twee jaar. Instellingen, ook kleine en niet-complexe instellingen, dienen hun analyse echter vaker bij te werken in het geval van een materiële verandering in het ondernemingsklimaat met betrekking tot ESG-factoren, zoals belangrijk nieuw overheidsbeleid of verschuivingen in het bedrijfsmodel, de portefeuilles of de activiteiten van de instelling.

12. De materialiteitsanalyse van ESG-risico’s dient te worden uitgevoerd als een analyse van de …

De materialiteitsanalyse van ESG-risico’s dient te worden uitgevoerd als een analyse van de specifieke instelling, die deze inzicht verschaft in de financiële materialiteit van ESG-risico’s voor haar bedrijfsmodel en risicoprofiel, en dient vergezeld te gaan van een toewijzing van ESG-factoren en transmissiekanalen aan traditionele financiële risicocategorieën. De materialiteitsanalyse van ESG-risico’s dient consistent te zijn met andere door de instelling uitgevoerde materialiteitsanalyses, met name die welke zijn uitgevoerd met het oog op de openbaarmaking van materiële duurzaamheidsrisico’s overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU6 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2772 van de Commissie7 , voor zover relevant, en dient te worden geïntegreerd in de materialiteitsanalyse van het interne proces voor de beoordeling van de kapitaaltoereikendheid (ICAAP).


6 Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

7 Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2772 van de Commissie van 31 juli 2023 tot aanvulling van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft standaarden voor duurzaamheidsrapportage (PB L, 2023/2772, 22.12.2023).

13. Bij de materialiteitsanalyse van ESG-risico’s dient een op risico’s gebaseerde benadering te …

Bij de materialiteitsanalyse van ESG-risico’s dient een op risico’s gebaseerde benadering te worden gehanteerd die rekening houdt met de waarschijnlijkheid van het optreden van financiële gevolgen van ESG-risico’s en de omvang ervan op de korte en middellange termijn en over een langere termijn van ten minste tien jaar.

14. Met het oog op een alomvattende analyse van de materialiteit van ESG-risico’s dienen …

Met het oog op een alomvattende analyse van de materialiteit van ESG-risico’s dienen instellingen ervoor te zorgen dat de reikwijdte van hun materialiteitsanalyse voldoende de aard, omvang en complexiteit van hun activiteiten, portefeuilles, diensten en producten weerspiegelt. Instellingen dienen het effect van ESG-risico’s op alle traditionele financiële risicocategorieën waaraan zij zijn blootgesteld in aanmerking te nemen, met inbegrip van krediet-, markt-, liquiditeits-, operationele (met inbegrip van geschillen), reputatie-, bedrijfsmodel- en concentratierisico’s. Bij de bepaling van materiële ESG-risico’s dient zowel rekening te worden gehouden met het effect ervan op de financiële risicocategorieën als met het bedrag en/of aandeel ervan in de blootstellingen, inkomsten en winsten die aan de risico’s zijn blootgesteld.

15. Met betrekking tot de materialiteitsanalyse van milieurisico’s dienen instellingen gebruik te …

Met betrekking tot de materialiteitsanalyse van milieurisico’s dienen instellingen gebruik te maken van zowel kwalitatieve als kwantitatieve informatie. Instellingen dienen een voldoende groot aantal milieufactoren in aanmerking te nemen, waaronder ten minste klimaatgerelateerde factoren, de aantasting van ecosystemen en het verlies van biodiversiteit. Instellingen dienen de factoren voor zowel transitie- als fysieke risico’s te analyseren, waarbij zij ten minste rekening houden met het volgende:

  • a) Voor transitierisico’s:
i. debelangrijksteeconomische sectoren die door de gefinancierde activa

worden ondersteund of waarin de tegenpartij van de instelling haar voornaamste activiteiten heeft;

  • ii. lopende en potentiële toekomstige materiële wijzigingen in overheidsbeleid, technologieën en marktvoorkeuren (bijv. nieuwe milieuregelgeving of fiscale prikkels, ontwikkeling van innovatieve koolstofarme technologieën, verschuivingen in de vraag van consumenten of investeerders);
  • iii. met betrekking tot klimaatrisico’s:
1. 2.blootstellingen aan sectoren die in hoge mate bijdragen aan klimaatverandering, zoals gespecificeerd in overweging 6 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 van de Commissie, d.w.z. de in de secties A tot en met H en sectie L van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1893/20068 genoemde sectoren, met bijzondere aandacht voor blootstellingen aan entiteiten uit de sector fossiele brandstoffen; de mate van afstemming of verkeerde afstemming van portefeuilles op de relevante regelgevingsdoelstellingen van de rechtsgebieden waarin ze actief zijn; voor kleine en niet-complexe instellingen en andere niet-grote instellingen dient dit ten minste plaats te vinden op basis van een kwalitatieve beoordeling op hoog niveau;
  • b) Voor fysieke risico’s:
i. degeografischegebieden waarin zich belangrijke activa van tegenpartijen

(bijv. productielocaties) en, in het bijzonder bij blootstellingen op het gebied van vastgoed, fysieke zekerheden bevinden;

  • ii. de mate van kwetsbaarheid voor milieurisico’s (bijv. risico’s in verband met temperatuur, wind, water of vaste massa) bij verschillende klimaatscenario’s en transitietrajecten of, voor kleine en niet-complexe instellingen en andere niet-grote instellingen, bij ten minste één ongunstig scenario.

8 Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 van de Commissie van 17 juli 2020 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft minimumnormen voor EU-klimaattransitiebenchmarks en op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmarks (PB L 406, 03.12.2020, p. 17) – Klimaatbenchmark-verordening - overweging 6: Sectoren die worden genoemd in de secties A tot en met H en sectie L van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1893/2006

16. Als onderdeel van hun ICAAP dienen instellingen de materialiteitsanalyses van ESG-risico’s te …

Als onderdeel van hun ICAAP dienen instellingen de materialiteitsanalyses van ESG-risico’s te onderbouwen en te documenteren, waaronder de gebruikte methodieken en drempelwaarden, de in aanmerking genomen inputs en factoren en de belangrijkste resultaten en bereikte conclusies, met inbegrip van conclusies die geen verband houden met materialiteit.

17. In overeenstemming met respectievelijk sectie 4.2, sectie 5 en sectie 6 dienen instellingen …

In overeenstemming met respectievelijk sectie 4.2, sectie 5 en sectie 6 dienen instellingen meetmethoden, risicobeheerregelingen en transitieplanningsprocessen te ontwikkelen en te implementeren die in verhouding staan tot en gebaseerd zijn op de uitkomsten van de materialiteitsanalyse. Daartoe dienen instellingen te beschikken over uitgebreidere en geavanceerdere regelingen voor ESG-risico’s die als materieel zijn aangemerkt. De door de instellingen gehanteerde methodieken voor het meten van ESG-risico’s en maatstaven voor het monitoren van ESG-risico’s dienen op hun beurt de regelmatige actualisering van de materialiteitsanalyse te ondersteunen en te onderbouwen. Kleinere instellingen met minder complexe activiteiten kunnen minder uitgebreide en geavanceerde regelingen toepassen, die echter in verhouding dienen te staan tot de resultaten van hun materialiteitsanalyse van ESG-risico’s.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/