+Artikel 6 Controles van het hoger leidinggevend personeel en de uiteindelijk begunstigden van bepaalde meldingsplichtige entiteiten
---+Artikel 6 1
---+Artikel 6 2
---+Artikel 6 3
---+Artikel 6 4
---+Artikel 6 5
---+Artikel 6 6
---+Artikel 6 7
---+Artikel 6 8
---+Artikel 6 9
|
Artikel 6 Controles van het hoger leidinggevend personeel en de uiteindelijk begunstigden van bepaalde meldingsplichtige entiteiten
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 6 1
|
1. De lidstaten schrijven voor dat de toezichthouders moeten nagaan of de leden van het hoger leidinggevend personeel van de meldingsplichtige entiteiten, bedoeld in artikel 4, leden 1 en 2, alsmede financiële gemengde holdings, en de uiteindelijk begunstigden van die entiteiten als betrouwbaar bekendstaan, en eerlijk en integer handelen. Het hoger leidinggevend personeel van dergelijke entiteiten beschikt ook over de kennis en deskundigheid die nodig zijn om zijn taken uit te voeren.
|
|
Artikel 6 2
|
2. Met betrekking tot de meldingsplichtige entiteiten, bedoeld in artikel 3, punt 3, a), b), d), e), f) en h) tot en met o), van Verordening (EU) 2024/1624, zorgen de lidstaten ervoor dat de toezichthouders de nodige maatregelen nemen om te voorkomen dat personen die veroordeeld zijn voor witwassen, relevante basisdelicten, of terrorismefinanciering, of met hen geassocieerde personen, beroepsmatig worden geaccrediteerd, dat ze een hogere leidinggevende functie bekleden in of dat ze de uiteindelijk begunstigden zijn van die meldingsplichtige entiteiten.
|
|
Artikel 6 3
|
3. De lidstaten zorgen ervoor dat de toezichthouders op basis van risicogevoeligheid nagaan of nog steeds aan de vereisten van de leden 1 en 2 wordt voldaan. Zij gaan in het bijzonder na of het in lid 1 bedoelde hoger leidinggevend personeel van meldingsplichtige entiteiten als betrouwbaar bekendstaat en met eerlijkheid en integriteit handelt en de kennis en deskundigheid bezit die nodig zijn voor de uitoefening van zijn taken in gevallen waarin er redelijke gronden zijn om te vermoeden dat er in een meldingsplichtige entiteit sprake is of geweest is van witwassen of terrorismefinanciering, of dat daartoe een poging wordt of is ondernomen.
|
|
Artikel 6 4
|
4. De lidstaten zorgen ervoor dat toezichthouders de bevoegdheid hebben te eisen dat personen die veroordeeld zijn voor witwassen, relevante basisdelicten of terrorismefinanciering, worden uitgesloten uit het hogere leidinggevende personeel van de meldingsplichtige entiteiten, zoals bedoeld in de leden 1 en 2. De lidstaten zorgen ervoor dat toezichthouders de bevoegdheid hebben om leden van het hoger leidinggevend personeel van de in lid 1 bedoelde meldingsplichtige entiteiten te ontslaan of hun een tijdelijk verbod op te leggen als wordt geoordeeld dat zij niet als betrouwbaar bekendstaan, niet met eerlijkheid en integriteit handelen, of niet over de kennis en deskundigheid te beschikken die zij nodig hebben om hun taken uit te voeren.
|
|
Artikel 6 5
|
5. De lidstaten zorgen ervoor dat toezichthouders de bevoegdheid hebben om personen die veroordeeld zijn voor witwassen, de relevante basisdelicten ervan, of terrorismefinanciering en die de uiteindelijk begunstigden zijn van meldingsplichtige entiteiten zoals bedoeld in de leden 1 en 2, afstand te doen nemen van meldingsplichtige entiteiten, onder meer door toezichthouders de bevoegdheid te verlenen om te eisen dat die uiteindelijke begunstigden zich ontdoen van hun belang in meldingsplichtige entiteiten.
|
|
Artikel 6 6
|
6. Voor de toepassing van dit artikel zorgen de lidstaten ervoor dat, in overeenstemming met het nationale recht, de toezichthouders of eventuele andere autoriteiten die op nationaal niveau bevoegd zijn om de toepasselijke vereisten voor de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde personen te beoordelen, de AML/CFT-databank uit hoofde van artikel 11 van Verordening (EU) 2024/1620 controleren en nagaan of er sprake is van een relevante veroordeling in het strafregister van de betrokkene. Elke uitwisseling van informatie voor deze doeleinden geschiedt overeenkomstig Kaderbesluit 2009/315/JBZ en Besluit 2009/316/JBZ, zoals omgezet in nationaal recht.
|
|
Artikel 6 7
|
7. De lidstaten zorgen ervoor dat besluiten die de toezichthouders op grond van dit artikel nemen, onderworpen zijn aan doeltreffende procedurele rechtsmiddelen, met inbegrip van een voorziening in rechte.
|
|
Artikel 6 8
|
8. Uiterlijk op 10 juli 2029 vaardigt de AMLA richtsnoeren uit over:
|
a)
|
de criteria voor de beoordeling van de betrouwbaarheid, eerlijkheid en integriteit, bedoeld in lid 1;
|
|
b)
|
de criteria voor de beoordeling van de kennis en deskundigheid, bedoeld in lid 1;
|
|
c)
|
de consistente toepassing door toezichthouders van de hun bij dit artikel verleende bevoegdheid.
|
Bij het opstellen van de in de eerste alinea bedoelde richtsnoeren neemt de AMLA de specifieke kenmerken van elke sector waarin de meldingsplichtige entiteiten actief zijn, in aanmerking.
|
|
Artikel 6 9
|
9. De lidstaten passen dit artikel met betrekking tot de in artikel 3, punt 3, n) en o), van Verordening (EU) 2024/1624 bedoelde meldingsplichtige entiteiten toe met ingang van 10 juli 2029.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|