Artikel 18
1. Voor elke lading Dissostichus spp. die uit de lidstaat van aanvoer moet worden uitgevoerd, vermeldt de exporteur op elk vangstdocument:
a) de hoeveelheid van elke soort Dissostichus spp. die de in het document vermelde lading bevat;
b) de naam en het adres van de importeur van de lading en de plaats van invoer;
c) zijn eigen naam en adres.
Na elk vangstdocument te hebben ondertekend, laat hij vervolgens het vangstdocument door de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat door middel van ondertekening en afstempeling valideren.
2. De in lid 1 genoemde informatie kan worden gewijzigd op basis van de instandhoudingsmaatregelen van de CCAMLR die voor de Gemeenschap bindend zijn geworden; daarbij wordt de procedure van artikel 25, lid 3, gevolgd.