+VERORDENING (EU) 2018/842 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 30 mei 2018 betreffende bindende jaarlijkse broeikasgasemissiereducties door de lidstaten van 2021 tot en met 2030 teneinde bij te dragen aan klimaatmaatregelen om aan de toezeggingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs te voldoen, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 (Voor de EER relevante tekst)
---+Artikel 1 Voorwerp
---+Artikel 2 Toepassingsgebied
------+Artikel 2 1.
------+Artikel 2 2.
------+Artikel 2 3.
---+Artikel 3 Definities
---+Artikel 4 Jaarlijkse emissieniveaus voor de periode 2021-2030
------+Artikel 4 1.
------+Artikel 4 2.
------+Artikel 4 3.
------+Artikel 4 4.
------+Artikel 4 5.
------+Artikel 4 6.
---+Artikel 5 Flexibiliteit door middel van lenen, reserveren en overdragen
------+Artikel 5 1.
------+Artikel 5 2.
------+Artikel 5 3.
------+Artikel 5 4.
------+Artikel 5 5.
------+Article 5 5a.
------+Artikel 5 6.
------+Artikel 5 7.
------+Artikel 5 8.
---+Artikel 6 Flexibiliteit voor bepaalde lidstaten ingevolge de vermindering van EU-ETS-emissierechten
------+Artikel 6 1.
------+Artikel 6 2.
------+Artikel 6 3.
------+Article 6 3a.
------+Article 6 3b.
------+Artikel 6 4.
------+Artikel 6 5.
---+Artikel 7
---+Artikel 8 Corrigerende maatregelen
------+Artikel 8 1.
------+Artikel 8 2.
------+Artikel 8 3.
------+Artikel 8 4.
---+Artikel 9 Nalevingscontrole
------+Artikel 9 1.
------+Artikel 9 2.
---+Artikel 10 Aanpassingen
------+Artikel 10 1.
------+Artikel 10 2.
------+Artikel 10 3.
---+Artikel 11 Veiligheidsreserve
------+Artikel 11 1.
------+Artikel 11 2.
------+Artikel 11 3.
------+Artikel 11 4.
------+Artikel 11 5.
---+Artikel 12 Register
------+Artikel 12 1.
------+Artikel 12 2.
------+Artikel 12 3.
---+Artikel 13 Uitoefening van de delegatie
------+Artikel 13 1.
------+Artikel 13 2.
------+Artikel 13 3.
------+Artikel 13 4.
------+Artikel 13 5.
------+Artikel 13 6.
---+Artikel 14 Comitéprocedure
------+Artikel 14 1.
------+Artikel 14 2.
---+Artikel 15 Evaluatie
------+Artikel 15 1.
------+Artikel 15 2.
---+Article 15a Scientific advice
---+Artikel 16 Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 525/2013
---+Artikel 17 Inwerkingtreding
---+BIJLAGE I
---+BIJLAGE II
---+BIJLAGE III
---+BIJLAGE IV
|
English -
European Union -
Environment -
VERORDENING (EU) 2018/842 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 30 mei 2018 betreffende bindende jaarlijkse broeikasgasemissiereducties door de lidstaten van 2021 tot en met 2030 teneinde bij te dragen aan klimaatmaatregelen om aan de toezeggingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs te voldoen, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 (Voor de EER relevante tekst)
VERORDENING (EU) 2018/842 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 30 mei 2018 betreffende bindende jaarlijkse broeikasgasemissiereducties door de lidstaten van 2021 tot en met 2030 teneinde bij te dragen aan klimaatmaatregelen om aan de toezeggingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs te voldoen, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 (Voor de EER relevante tekst)
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 1 Voorwerp
|
Artikel 1 Voorwerp Deze verordening legt verplichtingen vast voor de lidstaten met betrekking tot de minimumbijdragen die zij in de periode 2021 tot en met 2030 moeten leveren om het streefdoel van de Unie te halen, namelijk haar uitstoot van broeikasgassen in de door artikel 2 van deze verordening bestreken sectoren tegen 2030 met 40 % te verminderen in vergelijking met de niveaus van 2005. Zij draagt bij aan de langetermijndoelstelling van de Unie om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn met het doel om daarna negatieve emissies te bereiken. De verordening draagt op die manier ook bij aan de verwezenlijking van de doelstellingen van Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad (
1
) („Europese klimaatwet”) en de Overeenkomst van Parijs. Bij deze verordening worden tevens regels vastgesteld voor het bepalen van de jaarlijkse emissieruimten en voor de evaluatie van de vorderingen van de lidstaten bij het leveren van hun minimumbijdrage.
▼B
|
|
Artikel 2 Toepassingsgebied
|
Toepassingsgebied
|
|
Artikel 3 Definities
|
Artikel 3 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1.
|
„broeikasgasemissies” : de uitstoot van kooldioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide (N2O), fluorkoolwaterstoffen (HFK’s), perfluorkoolstoffen (PFK’s), stikstoftrifluoride (NF3) en zwavelhexafluoride (SF6), uitgedrukt in ton CO2-equivalent, zoals bepaald in Verordening (EU) nr. 525/2013, en die binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt;
|
|
2.
|
„jaarlijkse emissieruimten” : de per jaar maximaal toegestane broeikasgasemissies in de jaren 2021 tot en met 2030, zoals bepaald op grond van artikel 4, lid 3, en artikel 10;
|
|
3.
|
„EU-ETS-emissierecht” : een „emissierecht” als omschreven in artikel 3, onder a), van Richtlijn 2003/87/EG.
|
|
|
Artikel 4 Jaarlijkse emissieniveaus voor de periode 2021-2030
|
Jaarlijkse emissieniveaus voor de periode 2021-2030
|
|
Artikel 5 Flexibiliteit door middel van lenen, reserveren en overdragen
|
Flexibiliteit door middel van lenen, reserveren en overdragen
|
|
Artikel 6 Flexibiliteit voor bepaalde lidstaten ingevolge de vermindering van EU-ETS-emissierechten
|
Flexibiliteit voor bepaalde lidstaten ingevolge de vermindering van EU-ETS-emissierechten
|
|
Artikel 7
|
Artikel 7
▼M1
Extra gebruik van nettoverwijderingen afkomstig van LULUCF
1.
In zoverre voor een bepaald jaar de broeikasgasemissies van een lidstaat hoger liggen dan zijn jaarlijkse emissieruimten, met inbegrip van eventuele jaarlijkse emissieruimten in reserve uit hoofde van artikel 5, lid 3, van deze verordening, kan een hoeveelheid van maximaal de som van de totale nettoverwijderingen en de totale netto-emissies afkomstig uit de gecombineerde landgerelateerde boekhoudcategorieën die vallen binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2018/841 worden meegerekend voor de naleving van de verplichtingen van die lidstaat overeenkomstig artikel 9 van deze verordening voor dat jaar, op voorwaarde dat:
a)
de totale hoeveelheid die voor die lidstaat wordt meegerekend voor de jaren 2021 tot en met 2025 niet hoger ligt dan de helft van de in bijlage III bij deze verordening voor die lidstaat vastgestelde maximumhoeveelheid totale nettoverwijderingen;
a bis)
de totale hoeveelheid die voor die lidstaat wordt meegerekend voor de jaren 2026 tot en met 2030 niet hoger ligt dan de helft van de in bijlage III bij deze verordening voor die lidstaat vastgestelde maximumhoeveelheid totale nettoverwijderingen;
▼B
b)
die hoeveelheid hoger ligt dan wat voor die lidstaat in het kader van artikel 4 van Verordening (EU) 2018/841 is vereist;
c)
de lidstaat in het kader van Verordening (EU) 2018/841 niet meer nettoverwijderingen heeft ontvangen van andere lidstaten dan hij heeft overgedragen;
d)
de lidstaat aan Verordening (EU) 2018/841 heeft voldaan, en
e)
de lidstaat ingevolge artikel 7, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 525/2013 een beschrijving van het beoogde gebruik van de op grond van dit lid beschikbare flexibiliteit heeft overgelegd.
▼M1 —————
▼M1
|
|
Artikel 8 Corrigerende maatregelen
|
Corrigerende maatregelen
|
|
Artikel 9 Nalevingscontrole
|
Nalevingscontrole
|
|
Artikel 10 Aanpassingen
|
Aanpassingen
|
|
Artikel 11 Veiligheidsreserve
|
Veiligheidsreserve
|
|
Artikel 12 Register
|
Register
|
|
Artikel 13 Uitoefening van de delegatie
|
Uitoefening van de delegatie
|
|
Artikel 14 Comitéprocedure
|
Comitéprocedure
|
|
Artikel 15 Evaluatie
|
Evaluatie
|
|
Article 15a Scientific advice
|
Article 15a Scientific advice The European Scientific Advisory Board on Climate Change, established under Article 10a of Regulation (EC) No 401/2009 of the European Parliament and of the Council (
3
), (the ‘Advisory Board’) may, on its own initiative, provide scientific advice or issue reports on Union measures, climate targets, annual emission levels and flexibilities under this Regulation. The Commission shall consider the relevant advice and reports of the Advisory Board, in particular as regards future measures aiming at further greenhouse gas emission reductions in the sectors covered by this Regulation.
▼B
|
|
Artikel 16 Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 525/2013
|
Artikel 16 Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 525/2013 Verordening (EU) nr. 525/2013 wordt als volgt gewijzigd:
1)
In artikel 7 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:
a)
het volgende punt wordt ingevoegd:
„a bis)
vanaf 2023, hun antropogene emissies van broeikasgassen als bedoeld in artikel 2 van Verordening (EU) 2018/842 van het Europees Parlement en de Raad (
*1
) voor het jaar X-2, overeenkomstig de rapportagevoorschriften van het UNFCCC.
b)
de tweede alinea wordt vervangen door:
„De lidstaten stellen de Commissie in hun rapporten jaarlijks in kennis van hun eventuele voornemen om gebruik te maken van de in artikel 5, leden 4 en 5, en artikel 7 van Verordening (EU) 2018/842 bedoelde flexibiliteitsinstrumenten, alsmede van het gebruik van inkomsten overeenkomstig artikel 5, lid 6, van die verordening. Binnen drie maanden na ontvangst van zulke informatie van de lidstaten stelt de Commissie die informatie ter beschikking van het comité bedoeld in artikel 26 van deze verordening.”.
2)
Aan artikel 13, lid 1, onder c), wordt het volgende punt toegevoegd:
„ix)
vanaf 2023, informatie over nationale beleidsinitiatieven en maatregelen die zijn uitgevoerd om hun verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2018/842 na te komen en informatie over geplande aanvullende nationale beleidsinitiatieven en maatregelen die zijn bedoeld om broeikasgasemissies verder te beperken dan hun verplichtingen op grond van die verordening;”.
3)
Aan artikel 14, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:
„f)
vanaf 2023, de totale prognoses van broeikasgassen en afzonderlijke ramingen voor de geschatte broeikasgasemissies voor de emissiebronnen die vallen onder Verordening (EU) 2018/842 en Richtlijn 2003/87/EG.”.
4)
Aan artikel 21, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:
„c)
de verplichtingen uit hoofde van artikel 4 van Verordening (EU) 2018/842. Bij het opstellen van deze beoordeling wordt rekening gehouden met de geboekte vooruitgang bij de beleidsinitiatieven en maatregelen van de Unie en met informatie van de lidstaten. Om de twee jaar heeft de beoordeling ook betrekking op de verwachte vooruitgang van de Unie bij het uitvoeren van haar nationaal bepaalde bijdrage aan de Overeenkomst van Parijs met daarin de toezegging van de Unie tot broeikasgasemissiereducties in de gehele economie, en op de verwachte vooruitgang van de lidstaten bij het nakomen van hun verplichtingen op grond van die verordening.”.
|
|
Artikel 17 Inwerkingtreding
|
Artikel 17 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
▼M1
|
|
BIJLAGE I
|
BIJLAGE I BROEIKASGASEMISSIEREDUCTIES VAN DE LIDSTATEN KRACHTENS ARTIKEL 4, LID 1
|
|
Reductie van de broeikasgasemissies van de lidstaten in 2030 in verhouding tot hun niveau van 2005, als bepaald overeenkomstig artikel 4, lid 3
|
|
|
Kolom 1
|
Kolom 2
|
|
België
|
-35 %
|
-47 %
|
|
Bulgarije
|
-0 %
|
-10 %
|
|
Tsjechië
|
-14 %
|
-26 %
|
|
Denemarken
|
-39 %
|
-50 %
|
|
Duitsland
|
-38 %
|
-50 %
|
|
Estland
|
-13 %
|
-24 %
|
|
Ierland
|
-30 %
|
-42 %
|
|
Griekenland
|
-16 %
|
-22,7 %
|
|
Spanje
|
-26 %
|
-37,7 %
|
|
Frankrijk
|
-37 %
|
-47,5 %
|
|
Kroatië
|
-7 %
|
-16,7 %
|
|
Italië
|
-33 %
|
-43,7 %
|
|
Cyprus
|
-24 %
|
-32 %
|
|
Letland
|
-6 %
|
-17 %
|
|
Litouwen
|
-9 %
|
-21 %
|
|
Luxemburg
|
-40 %
|
-50 %
|
|
Hongarije
|
-7 %
|
-18,7 %
|
|
Malta
|
-19 %
|
-19 %
|
|
Nederland
|
-36 %
|
-48 %
|
|
Oostenrijk
|
-36 %
|
-48 %
|
|
Polen
|
-7 %
|
-17,7 %
|
|
Portugal
|
-17 %
|
-28,7 %
|
|
Roemenië
|
-2 %
|
-12,7 %
|
|
Slovenië
|
-15 %
|
-27 %
|
|
Slowakije
|
-12 %
|
-22,7 %
|
|
Finland
|
-39 %
|
-50 %
|
|
Zweden
|
-40 %
|
-50 %
|
▼B
|
|
BIJLAGE II
|
BIJLAGE II
LIDSTATEN DIE EEN BEPERKTE HOEVEELHEID GEANNULEERDE EU-ETS-RECHTEN MOGEN MEEREKENEN VOOR NALEVING KRACHTENS ARTIKEL 6
|
|
Maximumpercentage van de broeikasgasemissies uit 2005 zoals bepaald overeenkomstig artikel 4, lid 3
|
|
België
|
2 %
|
|
Denemarken
|
2 %
|
|
Ierland
|
4 %
|
|
Luxemburg
|
4 %
|
|
▼M1
|
|
Malta
|
7 %
|
|
▼B
|
|
Nederland
|
2 %
|
|
Oostenrijk
|
2 %
|
|
Finland
|
2 %
|
|
Zweden
|
2 %
|
|
|
BIJLAGE III
|
BIJLAGE III
▼M1
TOTALE NETTOVERWIJDERINGEN AFKOMSTIG VAN DE ONDER VERORDENING (EU) 2018/841 VALLENDE CATEGORIEËN LAND DIE DE LIDSTATEN MOGEN MEEREKENEN VOOR NALEVING VOOR DE PERIODE 2021-2030 KRACHTENS ARTIKEL 7, LID 1, PUNTEN a) EN a bis), VAN DEZE VERORDENING
▼B
|
|
Maximumhoeveelheid, uitgedrukt in miljoen ton CO2-equivalent
|
|
België
|
3,8
|
|
Bulgarije
|
4,1
|
|
Tsjechië
|
2,6
|
|
Denemarken
|
14,6
|
|
Duitsland
|
22,3
|
|
Estland
|
0,9
|
|
Ierland
|
26,8
|
|
Griekenland
|
6,7
|
|
Spanje
|
29,1
|
|
Frankrijk
|
58,2
|
|
Kroatië
|
0,9
|
|
Italië
|
11,5
|
|
Cyprus
|
0,6
|
|
Letland
|
3,1
|
|
Litouwen
|
6,5
|
|
Luxemburg
|
0,25
|
|
Hongarije
|
2,1
|
|
Malta
|
0,03
|
|
Nederland
|
13,4
|
|
Oostenrijk
|
2,5
|
|
Polen
|
21,7
|
|
Portugal
|
5,2
|
|
Roemenië
|
13,2
|
|
Slovenië
|
1,3
|
|
Slowakije
|
1,2
|
|
Finland
|
4,5
|
|
Zweden
|
4,9
|
|
▼M1 —————
|
|
▼B
|
|
Maximumtotaal:
|
►M1
262,2 ◄
|
|
|
BIJLAGE IV
|
BIJLAGE IV
HOEVEELHEID AANPASSING KRACHTENS ARTIKEL 10, LID 2
|
|
Ton CO2-equivalent
|
|
Bulgarije
|
1 602 912
|
|
Tsjechië
|
4 440 079
|
|
Estland
|
145 944
|
|
Kroatië
|
1 148 708
|
|
Letland
|
1 698 061
|
|
Litouwen
|
2 165 895
|
|
Hongarije
|
6 705 956
|
|
Malta
|
774 000
|
|
Polen
|
7 456 340
|
|
Portugal
|
1 655 253
|
|
Roemenië
|
10 932 743
|
|
Slovenië
|
178 809
|
|
Slowakije
|
2 160 210
|
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|