|
+Artikel 182 1. |
Artikel 182 1.Bij de kwantificering van de risicoparameters die met ratingklassen of -groepen samenhangen, nemen de instellingen de onderstaande specifieke vereisten voor eigen ramingen van omrekeningsfactoren in acht:
a)
de instellingen ramen de omrekeningsfactoren per faciliteitsklasse of -groep op basis van de gemiddelde gerealiseerde omrekeningsfactoren per faciliteitsklasse of -groep en maken daarbij gebruik van het naar wanbetalingsgraad gewogen gemiddelde dat uit alle in de gegevensbronnen waargenomen gevallen van wanbetaling resulteert;
b)
de instellingen maken gebruik van ramingen van omrekeningsfactoren welke passend zijn voor een economische neergang indien deze voorzichtiger zijn dan het gemiddelde over een lange periode. Indien wordt verwacht dat een ratingsysteem gerealiseerde omrekeningsfactoren per klasse of groep oplevert welke op een constant niveau zijn, passen de instellingen hun ramingen van de risicoparameters per klasse of groep aan om het effect van een economische neergang op het kapitaal te beperken;
c)
IRB-CCF van instellingen houden rekening met de mogelijkheid dat de debiteur nog opnemingen verricht tot en na het plaatsvinden van een gebeurtenis waardoor wanbetaling ontstaat;
d)
bij de raming van omrekeningsfactoren houden de instellingen rekening met hun specifieke beleidslijnen en strategieën voor het rekeningenbeheer en de betalingsverwerking. De instellingen houden ook rekening met hun vermogen en bereidheid om verdere opnemingen te voorkomen in situaties die net niet als wanbetaling worden beschouwd, zoals inbreuken op overeenkomsten of andere gebeurtenissen waardoor technisch gesproken wanbetaling ontstaat;
e)
de instellingen beschikken over adequate systemen en procedures om de bedragen van de faciliteiten, de actuele uitstaande bedragen uit hoofde van gecommitteerde kredietlijnen en wijzigingen in uitstaande bedragen per debiteur en per klasse te controleren. De instellingen zijn in staat de uitstaande saldi dagelijks te controleren;
f)
indien instellingen voor de berekening van risicogewogen posities en interne doeleinden andere ramingen van omrekeningsfactoren hanteren, wordt dit in documentatie vastgelegd en wordt hierbij redelijkheid betracht;
g)
IRB-CCF van instellingen worden geraamd aan de hand van een benadering met een twaalfmaands vaste tijdshorizon;
h)
IRB-CCF van instellingen zijn gebaseerd op referentiegegevens die, voor de blootstellingen waarop de ramingen worden toegepast, de kenmerken van de debiteur, de faciliteit en beheerspraktijk van de bank weerspiegelen. Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), moet, indien instellingen een negatieve gerealiseerde omrekeningsfactor constateren op basis van hun standaardwaarnemingen, de gerealiseerde omrekeningsfactor op die waarnemingen gelijk zijn aan nul voor de kwantificering van hun IRB-CCF. Instellingen kunnen de informatie over de negatieve gerealiseerde omrekeningsfactor gebruiken in het proces van modelontwikkeling ten behoeve van risicodifferentiatie. Voor de toepassing van de eerste alinea, punt c), wordt in de IRB-CCF een ruimere voorzichtigheidsmarge ingebouwd wanneer er redelijkerwijze een sterkere positieve correlatie kan worden verwacht tussen de wanbetalingsfrequentie en de omvang van de omrekeningsfactor. Voor de toepassing van de eerste alinea, punt g), wordt elke wanbetaling gekoppeld aan de kenmerken van de betrokken debiteur en faciliteit op de vaste referentiedatum die bepaald is als twaalf maanden vóór de wanbetalingsdatum. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|