1. De verificatie van de identiteit van de cliënt, de uiteindelijk begunstigde en alle personen op grond van artikel 20, lid 1, punten h) en i), gebeurt voordat een zakelijke relatie wordt aangegaan of een occasionele transactie wordt verricht. Dergelijke verplichting geldt niet voor situaties met een lager risico in de zin van afdeling 3 van dit hoofdstuk, mits het lagere risico uitstel van verificatie rechtvaardigt.
Voor vastgoedmakelaars wordt de in de eerste alinea bedoelde verificatie verricht nadat een aanbod door de verkoper of verhuurder wordt aanvaard en in ieder geval voordat geldmiddelen of voorwerpen worden overgedragen.