+Onderafdeling 1 Volgestorte kredietprotectie
---+Artikel 205 Vereisten voor andere overeenkomsten tot verrekening van balansposten dan kaderverrekeningsovereenkomsten als bedoeld in artikel 206
---+Artikel 206 Vereisten voor kaderverrekeningsovereenkomsten met betrekking tot retrocessietransacties of transacties inzake verstrekte of opgenomen effecten- of grondstoffenleningen of andere kapitaalmarktgerelateerde transacties
---+Artikel 207 Vereisten voor financiële zekerheden
------+Artikel 207 1.
------+Artikel 207 2.
------+Artikel 207 3.
------+Artikel 207 4.
------+Artikel 207 5.
---+Artikel 208 Vereisten voor zekerheden in de vorm van onroerend goed
------+Artikel 208 1.
------+Artikel 208 2.
------+Artikel 208 3.
------+Article 208 3a.
------+Artikel 208 4.
------+Artikel 208 5.
---+Artikel 209 Vereisten voor kortlopende vorderingen
------+Artikel 209 1.
------+Artikel 209 2.
------+Artikel 209 3.
---+Artikel 210 Vereisten voor andere fysieke zekerheden
---+Artikel 211 Vereisten voor de behandeling van blootstellingen uit hoofde van lease-overeenkomsten als door zekerheden gedekte blootstellingen
---+Artikel 212 Vereisten voor andere volgestorte kredietprotectie
------+Artikel 212 1.
------+Artikel 212 2.
|
Onderafdeling 1 Volgestorte kredietprotectie
Onderafdeling 1 Volgestorte kredietprotectie
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 205 Vereisten voor andere overeenkomsten tot verrekening van balansposten dan kaderverrekeningsovereenkomsten als bedoeld in artikel 206
|
Artikel 205
Vereisten voor andere overeenkomsten tot verrekening van balansposten dan kaderverrekeningsovereenkomsten als bedoeld in artikel 206
Andere overeenkomsten tot verrekening van balansposten dan kaderverrekeningsovereenkomsten als bedoeld in artikel 206 worden als een toelaatbare vorm van kredietrisicolimitering in aanmerking genomen wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
a)
de overeenkomsten zijn rechtsgeldig en afdwingbaar in alle relevante rechtsgebieden, ook in geval van insolventie of faillissement van een tegenpartij;
b)
de instellingen zijn te allen tijde in staat te bepalen welke activa en passiva onder die overeenkomsten vallen;
c)
de instellingen bewaken en beheersen permanent de risico's die aan de opzegging van de kredietprotectie verbonden zijn;
d)
de instellingen bewaken en beheersen permanent de betrokken blootstellingen op nettobasis.
|
|
Artikel 206 Vereisten voor kaderverrekeningsovereenkomsten met betrekking tot retrocessietransacties of transacties inzake verstrekte of opgenomen effecten- of grondstoffenleningen of andere kapitaalmarktgerelateerde transacties
|
Artikel 206
Vereisten voor kaderverrekeningsovereenkomsten met betrekking tot retrocessietransacties of transacties inzake verstrekte of opgenomen effecten- of grondstoffenleningen of andere kapitaalmarktgerelateerde transacties
Kaderverrekeningsovereenkomsten met betrekking tot retrocessietransacties of transacties inzake verstrekte of opgenomen effecten- of grondstoffenleningen of andere kapitaalmarktgerelateerde transacties worden als een toelaatbare vorm van kredietrisicolimitering in aanmerking genomen wanneer de uit hoofde van die overeenkomsten verstrekte zekerheden aan de vereisten van artikel 207, leden 2 tot en met 4, voldoen, mits aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
a)
zij zijn rechtsgeldig en afdwingbaar in alle relevante rechtsgebieden, ook in geval van insolventie of faillissement van een tegenpartij;
b)
zij verlenen de niet in gebreke blijvende partij het recht alle in het kader van de overeenkomst verrichte transacties zo spoedig mogelijk te beëindigen en af te wikkelen bij wanbetaling, ook in geval van insolventie of faillissement van de tegenpartij;
c)
zij voorzien in de zodanige verrekening van de winsten en verliezen op in het kader van een overeenkomst afgewikkelde transacties dat uiteindelijk één enkel nettobedrag wordt verkregen dat door de ene partij aan de andere verschuldigd is.
|
|
Artikel 207 Vereisten voor financiële zekerheden
|
-
|
|
Artikel 208 Vereisten voor zekerheden in de vorm van onroerend goed
|
-
|
|
Artikel 209 Vereisten voor kortlopende vorderingen
|
-
|
|
Artikel 210 Vereisten voor andere fysieke zekerheden
|
Artikel 210
Vereisten voor andere fysieke zekerheden
Andere fysieke zekerheden dan zekerheden in de vorm van onroerend goed worden in het kader van de IRB-benadering als toelaatbare zekerheid in aanmerking genomen als alle volgende voorwaarden vervuld zijn:
a)
de zekerheidsovereenkomst uit hoofde waarvan de fysieke zekerheid aan een instelling wordt verleend, is rechtsgeldig en afdwingbaar in alle relevante rechtsgebieden en stelt de instelling in staat de waarde van de zekerheid binnen een redelijke tijdshorizon te realiseren;
b)
met als enige uitzondering de in artikel 209, lid 2, onder b), bedoelde toegestane voorrangsrechten worden alleen eerste pandrechten of bezwaringen op zekerheden als toelaatbare zekerheid in aanmerking genomen. Het recht van een instelling op de gerealiseerde opbrengsten van de zekerheden heeft voorrang op de rechten van alle andere leninggevers;
c)
de instellingen controleren de waarde van de zekerheden frequent en ten minste eenmaal per jaar. De instellingen voeren frequentere controles uit wanneer de marktomstandigheden significante veranderingen ondergaan;
d)
de leningsovereenkomst bevat een gedetailleerde beschrijving van de zekerheid en een gedetailleerde specificatie van de wijze waarop en de frequentie waarmee tot herwaardering wordt overgegaan;
e)
de door een instelling aanvaarde soorten fysieke zekerheden en de beleidslijnen en praktijken ten aanzien van het bedrag van elke soort zekerheid dat passend wordt geacht in verhouding tot het bedrag van de blootstelling, worden door die instelling helder vastgelegd in documentatie betreffende de interne beleidslijnen en procedures voor de kredietverlening, die kan worden ingezien;
f)
wat de structuur van de transactie betreft, wordt er in het kader van het kredietbeleid van de instellingen toegezien op het volgende:
i)
aan de zekerheid te stellen eisen die passend zijn in verhouding tot het bedrag van de blootstelling;
ii)
de mogelijkheid om de zekerheid vlot uit te winnen;
iii)
de mogelijkheid om op objectieve wijze een prijs of marktwaarde vast te stellen;
iv)
de frequentie waarmee de waarde makkelijk vast te stellen is, met inbegrip van een professionele schatting of waardering;
v)
de volatiliteit of een maatstaf voor de volatiliteit van de waarde van de zekerheid;
▼M17
g)
zowel bij de eerste waardering als bij latere herwaarderingen houden de instellingen ten volle rekening met een eventuele aantasting of economische veroudering van de zekerheid, en besteden daarbij bijzondere aandacht aan het effect van het verstrijken van de tijd op mode- of tijdgevoelige zekerheden; voor fysieke zekerheden omvat de waardedaling door veroudering van zekerheden ook overwegingen inzake ESG-gerelateerde waardering die verband houden met verboden of beperkingen die zijn opgelegd door de desbetreffende regelgevingsdoelstellingen en rechtshandelingen van de Unie en de lidstaten, alsook, indien relevant voor internationaal actieve instellingen, wettelijke en regelgevingsdoelstellingen van derde landen;
▼B
h)
de instellingen hebben het recht de zekerheid fysiek te inspecteren. Tevens beschikken zij over de nodige beleidslijnen en procedures voor de uitoefening van hun recht tot fysieke inspectie;
i)
de zekerheid die als protectie wordt geaccepteerd, is adequaat verzekerd tegen schaderisico en de instellingen beschikken over procedures om dit te bewaken.
▼M17
Indien algemene zekerheidsovereenkomsten, of andere vormen van vlottende zekerheidsrechten, de leningverstrekkende instelling een aangemelde vordering op activa van een onderneming toekennen en indien die vordering zowel activa omvat die volgens de IRB-benadering niet toelaatbaar zijn als zekerheid, als activa die volgens de IRB-benadering wel als zekerheid toelaatbaar zijn, mag de instelling die laatste activa als toelaatbare volgestorte kredietprotectie in aanmerking nemen. In dat geval geldt voor die inaanmerkingneming de voorwaarde dat die activa voldoen aan de vereisten om volgens de IRB-benadering als zekerheid toelaatbaar te zijn zoals bepaald in dit hoofdstuk.
▼B
|
|
Artikel 211 Vereisten voor de behandeling van blootstellingen uit hoofde van lease-overeenkomsten als door zekerheden gedekte blootstellingen
|
Artikel 211
Vereisten voor de behandeling van blootstellingen uit hoofde van lease-overeenkomsten als door zekerheden gedekte blootstellingen
De instellingen behandelen blootstellingen uit hoofde van lease-overeenkomsten als blootstellingen waarvoor geleased onroerend goed van dezelfde soort als zekerheid fungeert, indien alle volgende voorwaarden vervuld zijn:
a)
de voorwaarden van artikel 208 of artikel 210, naar gelang van het geval, voor de inaanmerkingneming van de soort geleased goed als toelaatbare zekerheid zijn vervuld;
b)
de leasegever beschikt over een deugdelijk risicobeheer met betrekking tot het gebruik dat van het geleasede actief wordt gemaakt, de locatie ervan, de ouderdom ervan en de voorziene economische gebruiksduur, met inbegrip van een passende controle van de waarde van de zekerheid;
c)
de leasegever heeft het actief juridisch in eigendom en is in staat zijn rechten als eigenaar tijdig uit te oefenen;
d)
voor zover dit niet reeds bij de berekening van de LGD-hoogte is vastgesteld, is het verschil tussen de waarde van het niet-afgeschreven bedrag en de marktwaarde van de zekerheid niet zo groot dat de aan de geleasede activa toegewezen kredietrisicolimitering wordt overschat.
|
|
Artikel 212 Vereisten voor andere volgestorte kredietprotectie
|
-
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|