+Artikel 208 Vereisten voor zekerheden in de vorm van onroerend goed
---+Artikel 208 1.
---+Artikel 208 2.
---+Artikel 208 3.
---+Article 208 3a.
---+Artikel 208 4.
---+Artikel 208 5.
|
Artikel 208 Vereisten voor zekerheden in de vorm van onroerend goed
-
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 208 1.
|
Onroerend goed wordt slechts als toelaatbare zekerheid in aanmerking genomen wanneer alle in de leden 2 tot en met 5 vervatte vereisten vervuld zijn.
|
|
Artikel 208 2.
|
De volgende vereisten inzake rechtszekerheid moeten vervuld zijn:
a)
een hypotheek of bezwaring is afdwingbaar in alle op het tijdstip van de sluiting van de leningsovereenkomst relevante rechtsgebieden, en is tijdig en naar behoren geregistreerd;
b)
alle juridische vereisten voor de vestiging van het pandrecht zijn vervuld;
c)
de protectieovereenkomst en de juridische procedure die eraan ten grondslag ligt, stellen de instelling in staat de waarde van de protectie binnen een redelijke tijdshorizon te realiseren.
|
|
Artikel 208 3.
|
De volgende vereisten inzake de controle van de waarde van onroerend goed en de waardering van onroerend goed moeten vervuld zijn:
a)
de instellingen controleren de waarde van het onroerend goed frequent en ten minste eenmaal per jaar voor zakelijk onroerend goed en eenmaal per drie jaar voor niet-zakelijk onroerend goed. De instellingen voeren frequentere controles uit wanneer de marktomstandigheden significante veranderingen ondergaan;
▼M17
b)
de waardering van het onroerend goed wordt gecontroleerd als uit informatie waarover instellingen beschikken blijkt dat de onroerendgoedwaarde vermoedelijk sterk is gedaald in vergelijking met de algemene marktprijzen; de controle wordt uitgevoerd door een schatter die over de nodige kwalificaties, bekwaamheid en ervaring beschikt om een taxatie uit te voeren en die geen enkele rol vervult in het kredietacceptatieproces; ESG-gerelateerde overwegingen, met inbegrip van die welke verband houden met beperkingen die zijn opgelegd door de desbetreffende regelgevingsdoelstellingen en rechtshandelingen van de Unie en de lidstaten, alsook, indien relevant voor internationaal actieve instellingen, wettelijke en regelgevingsdoelstellingen van derde landen, worden beschouwd als een aanwijzing dat de onroerendgoedwaarde aanzienlijk zou kunnen zijn gedaald ten opzichte van de algemene marktprijzen; bij leningen die meer dan 3 miljoen EUR bedragen of meer dan 5 % van het eigen vermogen van een instelling vertegenwoordigen, wordt de waardering van het onroerend goed ten minste om de drie jaar door een dergelijke schatter gecontroleerd.
|
|
Article 208 3a.
|
Institutions may monitor the value of the immovable property and identify the immovable property in need of revaluation, in accordance with paragraph 3, by means of advanced statistical or other mathematical methods (‘models’), provided that those methods are developed independently from the credit decision process and all of the following conditions are met:
(a)
the institutions set out, in their policies and procedures, the criteria for using models to monitor the values of collateral and to identify the properties that should be revaluated; those policies and procedures shall account for such models’ proven track record, property-specific variables considered, the use of minimum available and accurate information, and the models’ uncertainty;
(b)
the institutions ensure that the models used are:
(i)
property- and location-specific at a sufficient level of granularity;
(ii)
valid and accurate, and subject to robust and regular back-testing against the actual observed transaction prices;
(iii)
based on a sufficiently large and representative sample, based on observed transaction prices;
(iv)
based on up-to-date data of high quality;
(c)
the institutions are ultimately responsible for the appropriateness and performance of the models;
(d)
the institutions ensure that the documentation of the models is up to date;
(e)
the institutions have in place adequate IT processes, systems and capabilities and have sufficient and accurate data for any model-based monitoring of the value of immovable property collateral and identification of property in need of revaluation;
(f)
the estimates of models are independently validated and the validation process is generally consistent with the principles set out in Article 185, where applicable.
|
|
Artikel 208 4.
|
De instellingen leggen de soorten niet-zakelijk en zakelijk onroerend goed die zij aanvaarden en hun leningsbeleid ter zake duidelijk in documentatie vast.
|
|
Artikel 208 5.
|
Het onroerend goed dat als kredietprotectie wordt geaccepteerd, is adequaat verzekerd tegen schaderisico en de instellingen beschikken over procedures om te monitoren dat de verzekering adequaat is. In afwijking van artikel 92, lid 5, punt a), ii), en onverminderd de afwijking van artikel 92, lid 3, tweede alinea, zijn instellingen die de in hoofdstuk 3 van deze titel bedoelde IRB-benadering toepassen door gebruik te maken van hun eigen LGD-ramingen, niet verplicht de bepalingen in de eerste alinea van dit lid toe te passen voor blootstellingen die gedekt zijn door onroerend goed en vóór 1 januari 2025 zijn verleend.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|