+14.1.3 Specifieke criteria voor controlefuncties
|
14.1.3 Specifieke criteria voor controlefuncties
232.Wanneer personeelsleden met controlefuncties variabele beloning ontvangen, dient de waarde daarvan te worden geraamd en behoort het variabele deel van de beloning onafhankelijk van de bedrijfseenheden die zij controleren te worden vastgesteld, met inbegrip van prestaties die voortvloeien uit zakelijke besluiten (bijvoorbeeld goedkeuring van een nieuw product) waarbij de controlefunctie is betrokken. 233.De criteria die worden gebruikt voor de beoordeling van de prestaties en risico’s dienen voornamelijk te zijn gebaseerd op de doelstellingen van de interne controlefunctie. De variabele beloning voor controlefuncties dient hoofdzakelijk te zijn gebaseerd op de controledoelstellingen, bijvoorbeeld de tier 1-ratio, het percentage niet-renderende leningen, het terugvorderingspercentage van niet-renderende leningen of de uitkomsten van audits. De variabele beloning mag daarnaast tot op zekere hoogte worden gebaseerd op de prestaties van de instelling als geheel. De instelling dient te overwegen om voor controlefuncties een significant lager verhoudingsgetal tussen de variabele en de vaste beloningscomponenten vast te stellen dan voor de bedrijfseenheden die zij controleren. 234.Als het hoofd van de risicobeheerfunctie (Chief Risk Officer of CRO) ook lid is van het leidinggevend orgaan, dienen de in de punten 232 en 233 genoemde beginselen ook in acht te worden genomen voor de beloning van de CRO.
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|