+Guidance for competent authorities
---+22. Bevoegde autoriteiten dienen alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat instellingen …
---+23. Met het oog op de in artikel 21 ter, lid 6, van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde kennisgeving …
---+24. Onverminderd punt 23 dient de bevoegde autoriteit in geval van een materiële wijziging van de …
---+25. Als de consoliderende of de groepstoezichthouder de in punt 18 bedoelde melding heeft …
---+26. Bij het bepalen van het in punt 25, onder b), bedoelde relevante tijdpad dienen de bevoegde …
---+27. Onverminderd punt 26 en met het oog op de toepassing van punt 25, onder b), kunnen de bevoegde …
---+28. Als aan de voorwaarden van artikel 21 ter van Richtlijn 2013/36/EU is voldaan en er geen …
---+29. Als de overeenkomstig de punten 10 en 11 berekende totale waarde van de activa in de Unie van …
|
Guidance for competent authorities
Guidance for competent authorities
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
22. Bevoegde autoriteiten dienen alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat instellingen …
|
Bevoegde autoriteiten dienen alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat instellingen en bijkantoren uit derde landen, of intermediaire EU-moederondernemingen en bijkantoren uit derde landen na oprichting ervan, voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van artikel 21 ter van Richtlijn 2013/36/EU, zoals uiteengezet in deze richtsnoeren. Bevoegde autoriteiten dienen er met name voor te zorgen dat zij van instellingen en bijkantoren uit derde landen, of van intermediaire EU-moederonderneming en bijkantoren uit derde landen na oprichting ervan, alle in punt 19 bedoelde informatie ontvangen en dat bijkantoren uit derde landen volledig voldoen aan hun verplichting om melding te maken van alle met hun activiteiten verband houdende activa als bedoeld in artikel 47, lid 1 bis, onder a), van Richtlijn 2013/36/EU.
|
|
23. Met het oog op de in artikel 21 ter, lid 6, van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde kennisgeving …
|
Met het oog op de in artikel 21 ter, lid 6, van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde kennisgeving dienen bevoegde autoriteiten aan EBA op jaarlijkse basis onverwijld, doch uiterlijk op 30 juni van het desbetreffende jaar, de informatie te verstrekken die zij overeenkomstig punt 19 over de vier kwartalen van het voorafgaande kalenderjaar van instellingen en bijkantoren uit derde landen, of, na oprichting ervan, van intermediaire EU-moederondernemingen en bijkantoren uit derde landen ontvangen.
|
|
24. Onverminderd punt 23 dient de bevoegde autoriteit in geval van een materiële wijziging van de …
|
Onverminderd punt 23 dient de bevoegde autoriteit in geval van een materiële wijziging van de totale waarde van de activa van een instelling of van een bijkantoor uit een derde land dat deel uitmaakt van een groep uit een derde land, EBA in het betrokken jaar onverwijld in kennis te stellen van deze wijziging. De totale waarde van de activa van deze instellingen of bijkantoren uit derde landen dient te worden gemeld als het gemiddelde van de totale waarde van die activa berekend over de voorafgaande vier kwartalen, ongeacht het kalenderjaar.
|
|
25. Als de consoliderende of de groepstoezichthouder de in punt 18 bedoelde melding heeft …
|
Als de consoliderende of de groepstoezichthouder de in punt 18 bedoelde melding heeft ontvangen, of als uit de driemaandelijkse beoordeling blijkt dat de drempel is bereikt en de intermediaire EU-moederonderneming nog niet is opgericht, dient de consoliderende toezichthouder of de groepstoezichthouder contact op te nemen met de meldende instelling en met andere relevante autoriteiten om ten minste onverwijld het volgende vast te stellen: - a. of de in artikel 21 ter, lid 2, en artikel 21 ter, lid 3, tweede alinea, van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde afwijkingen gelden voor deze specifieke groep uit een derde land;
- b. gelet op de punten 26 en 27, het tijdpad voor de oprichting van de intermediaire EU-moederonderneming.
|
|
26. Bij het bepalen van het in punt 25, onder b), bedoelde relevante tijdpad dienen de bevoegde …
|
Bij het bepalen van het in punt 25, onder b), bedoelde relevante tijdpad dienen de bevoegde autoriteiten erop toe te zien dat de intermediaire EU-moederonderneming operationeel is op het moment dat de drempel wordt bereikt. Instellingen dienen alles in het werk te stellen om tijdig aan dit vereiste te voldoen.
|
|
27. Onverminderd punt 26 en met het oog op de toepassing van punt 25, onder b), kunnen de bevoegde …
|
Onverminderd punt 26 en met het oog op de toepassing van punt 25, onder b), kunnen de bevoegde autoriteiten voorzien in een passend tijdpad voor de oprichting van een intermediaire EU-moederonderneming als het bereiken van de drempel niet te voorzien was in het kader van de in punt 16 bedoelde toekomstgerichte monitoring en als gevolg daarvan niet aan het in punt 26 genoemde tijdpad kan worden voldaan, met name in gevallen zoals fusies en overnames die niet te voorzien waren in de strategische planning van de groep, of als redelijkerwijs kan worden verwacht dat de totale waarde van de activa van die groep in de Unie binnen een periode van maximaal één jaar na de datum waarop de drempel werd overschreden, permanent onder de drempel zakt. Het tijdpad dient zo kort mogelijk te zijn en mag niet langer zijn dan één jaar of, in uitzonderlijke gerechtvaardigde gevallen, maximaal twee jaar vanaf de datum waarop de drempel werd bereikt, tenzij de totale waarde van de activa in de Unie van die groep tot onder de drempel is gedaald en onder de drempel blijft.
|
|
28. Als aan de voorwaarden van artikel 21 ter van Richtlijn 2013/36/EU is voldaan en er geen …
|
Als aan de voorwaarden van artikel 21 ter van Richtlijn 2013/36/EU is voldaan en er geen intermediaire EU-moederonderneming is opgericht binnen het overeenkomstig punt 25, onder b), vastgestelde tijdpad en in overeenstemming met punt 26 of punt 27, overleggen de bevoegde autoriteiten van de instellingen van die groep uit een derde land onverwijld met elkaar om alle nodige maatregelen te nemen teneinde ervoor te zorgen dat artikel 21 ter van Richtlijn 2013/36/EU wordt nageleefd.
|
|
29. Als de overeenkomstig de punten 10 en 11 berekende totale waarde van de activa in de Unie van …
|
Als de overeenkomstig de punten 10 en 11 berekende totale waarde van de activa in de Unie van een groep uit een derde land aanzienlijk en permanent onder de in artikel 21 ter, lid 4, van Richtlijn 2013/36/EU vastgestelde drempel is gedaald als gevolg van strategische veranderingen in de Europese bedrijfsactiviteiten van die groep uit een derde land, dienen de consoliderende toezichthouder en, in voorkomend geval, de groepstoezichthouder en de bevoegde autoriteiten in onderling overleg, op verzoek van een desbetreffende groep, vast te stellen of de drempel eerder dan na de in punt 14 bedoelde periode van twaalf opeenvolgende kwartalen geacht kan worden niet langer te zijn overschreden.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|