+Artikel 279 bis 1.
|
Artikel 279 bis 1.
Instellingen berekenen de delta voor toezichtsdoeleinden als volgt:
▼M17
a)
voor call- en putopties die de optiekoper het recht geven een onderliggend instrument te kopen of verkopen voor een positieve prijs op één specifieke datum of meerdere datums in de toekomst, behalve wanneer die opties zijn gemapt naar de risicocategorie „renterisico” of de risicocategorie „grondstoffenrisico”, gebruiken instellingen de volgende formule:
▼M8
waarbij:
|
δ
|
=
|
de delta voor toezichtsdoeleinden;
|
|
sign
|
=
|
– 1 als de transactie een verkochte calloptie of een gekochte putoptie is;
|
|
sign
|
=
|
+ 1 als de transactie een gekochte calloptie of een verkochte putoptie is;
|
|
type
|
=
|
– 1 als de transactie een putoptie is;
|
|
type
|
=
|
+ 1 als de transactie een calloptie is;
|
|
N(x)
|
=
|
de cumulatieve distributiefunctie van een standaardnormale toevalsvariabele, d.w.z. de kans dat een normale toevalsvariabele met een gemiddelde van nul en een variantie van één kleiner is dan of gelijk aan „x”;
|
|
P
|
=
|
de spot- of termijnprijs van het onderliggende instrument van de optie; voor opties waarvan de kasstromen afhangen van een gemiddelde waarde van de prijs van het onderliggende instrument, is P gelijk aan de gemiddelde waarde op de berekeningsdatum.
|
|
K
|
=
|
de uitoefenprijs van de optie;
|
▼C9
|
T
|
=
|
de periode tussen de uiterste geldigheidsdatum van de optie Texp en de rapportagedatum; voor opties die slechts op een enkele toekomstige datum kunnen worden uitgeoefend, is Texp gelijk aan die datum; voor opties die op meerdere toekomstige datums kunnen worden uitgeoefend, is Texp gelijk aan de laatste van die datums; T wordt uitgedrukt in jaren, volgens de betrokken gebruiken inzake werkdagen, en
|
▼M8
|
σ
|
=
|
de volatiliteit voor toezichtsdoeleinden van de optie, bepaald overeenkomstig tabel 1, op basis van de risicocategorie van de transactie en de aard van het onderliggende instrument van de optie.
|
Tabel 1
|
Risicocategorie
|
Onderliggend instrument
|
Volatiliteit voor toezichtsdoeleinden
|
|
Wisselkoers
|
Alle
|
15 %
|
|
Krediet
|
Single-name-instrument
|
100 %
|
|
Multiple-names-instrument
|
80 %
|
|
Aandeel
|
Single-name-instrument
|
120 %
|
|
Multiple-names-instrument
|
75 %
|
|
Grondstof
|
Elektriciteit
|
150 %
|
|
Overige grondstoffen (elektriciteit uitgezonderd)
|
70 %
|
|
Overige
|
Alle
|
150 %
|
Instellingen die de termijnprijs van het onderliggende instrument gebruiken, zorgen ervoor dat:
i)
de termijnprijs coherent is met de kenmerken van de optie;
ii)
de termijnprijs wordt berekend aan de hand van een relevant rentepercentage dat op het tijdstip van de rapportage geldt;
iii)
in de termijnprijs de verwachte kasstromen van het onderliggende instrument vóór het aflopen van de optie zijn verwerkt;
b)
voor tranches van een synthetische securitisatie en een nth-to-default-kredietderivaat gebruiken instellingen de volgende formule:
waarbij:
|
sign =
|
|
+ als kredietprotectie d.m.v. transactie is verkregen
|
|
– als kredietprotectie d.m.v. transactie is verschaft
|
|
A
|
=
|
het attachment point van de tranche; voor een nth-to-default kredietderivatentransactie die gebaseerd is op referentie-entiteiten k, A = (n – 1)/k; en
|
|
D
|
=
|
het detachment point van de tranche; voor een nth-to-default kredietderivatentransactie die gebaseerd is op referentie-entiteiten k, D = n/k;
|
c)
voor niet in punt a) of b) vermelde transacties maken instellingen gebruik van de volgende delta voor toezichtsdoeleinden:
|
δ =
|
|
+ 1 „als de transactie een longpositie in de primaire risicodeterminant of in de meest substantiële risicodeterminant in de gegeven risicocategorie is”
|
|
– 1 „als de transactie een shortpositie in de primaire risicodeterminant of in de meest substantiële risicodeterminant in de gegeven risicocategorie is”
|
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|