Artikel 13
1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de oorsprong van elke op hun grondgebied ingevoerde of uit hun grondgebied uitgevoerde partij Dissostichus spp. te bepalen en vast te stellen of deze soorten overeenkomstig de instandhoudingsmaatregelen van de CCAMLR zijn gevangen, wanneer deze uit het CCAMLR-gebied afkomstig zijn.
2. Indien een lidstaat redenen heeft om aan te nemen dat aangevoerde of ingevoerde partijen Dissostichus spp., die worden aangegeven als zijnde gevangen op de volle zee buiten het CCAMLR-gebied, in feite in het CCAMLR-gebied zijn gevangen, vraagt deze lidstaat de vlaggenstaat het vangstdocument nader te verifiëren aan de hand van, onder meer, gegevens die zijn verkregen via een geautomatiseerd satellietvolgsysteem (VMS).
Indien de vlaggenstaat ondanks dit verzoek niet aantoont dat het vangstdocument is geverifieerd aan de hand van VMS-data, wordt het vangstdocument geacht ongeldig te zijn ab initio en is invoer en uitvoer van de betrokken Dissostichus spp. verboden.
3. De lidstaten stellen de Commissie en alle andere lidstaten onmiddellijk in kennis van elk geval waarin uit de in lid 2 bedoelde nadere verificatie kan worden opgemaakt dat de vangsten niet zijn gedaan overeenkomstig de instandhoudingsmaatregelen van de CCAMLR, alsmede van de door de lidstaten naar aanleiding daarvan vastgestelde maatregelen.
▼B