+Artikel 38 Specifieke maatregelen voor individuele respondentinstellingen uit een derde land
---+Artikel 38 1
---+Artikel 38 2
---+Artikel 38 3
---+Artikel 38 4
---+Artikel 38 5
---+Artikel 38 6
---+Artikel 38 7
|
Artikel 38 Specifieke maatregelen voor individuele respondentinstellingen uit een derde land
-
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 38 1
|
1. Kredietinstellingen en financiële instellingen passen de in lid 6 van dit artikel vastgelegde maatregelen met betrekking tot respondentinstellingen uit een derde land waarmee zij een correspondentrelatie op grond van artikel 36 of artikel 37 hebben toe, en op grond van lid 2 van dit artikel doet de AMLA hierover een aanbeveling.
|
|
Artikel 38 2
|
2. De AMLA doet een aanbeveling aan kredietinstellingen en financiële instellingen indien er bezorgdheid bestaat dat respondentinstellingen uit een derde land zich in een van de volgende situaties bevinden:
|
a)
|
zij begaan ernstige, herhaalde of systematische inbreuken op de AML/CFT-vereisten;
|
|
b)
|
zij hebben zwakke punten in hun interne gedragslijnen, procedures en controles die waarschijnlijk zullen leiden tot ernstige, herhaalde of systematische inbreuken op de AML/CFT-vereisten;
|
|
c)
|
zij beschikken over interne gedragslijnen, procedures en controles die niet afgestemd zijn op de risico’s van witwassen, basisdelicten en terrorismefinanciering waaraan de respondentinstelling uit het derde land is blootgesteld.
|
|
|
Artikel 38 3
|
3. De in lid 2 bedoelde aanbeveling wordt gedaan indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
|
a)
|
op basis van de informatie die beschikbaar is in het kader van zijn toezichtactiviteiten is een financiële toezichthouder, zoals de AMLA, bij de uitoefening van die activiteiten van oordeel dat een respondentinstelling uit een derde land zich in een van de in lid 2 genoemde situaties bevindt en van invloed kan zijn op de risicoblootstelling van de correspondentrelatie;
|
|
b)
|
na een beoordeling van de informatie waarover de in punt a) van dit lid bedoelde financiële toezichthouder beschikt, zijn de financiële toezichthouders in de Unie het erover eens dat de respondentinstelling uit een derde land zich in een van de in lid 2 genoemde situaties bevindt en van invloed kan zijn op de risicoblootstelling van de correspondentrelatie.
|
|
|
Artikel 38 4
|
4. Alvorens de in lid 2 bedoelde aanbeveling uit te vaardigen, raadpleegt de AMLA de toezichthouder van het derde land die voor de respondentinstelling verantwoordelijk is en verzoekt zij deze zowel de eigen standpunten als die van de respondentinstelling te geven over de toereikendheid van de AML/CFT-gedragslijnen, procedures en controles, alsmede van de cliëntenonderzoeksmaatregelen die de respondentinstelling heeft genomen om het risico van witwassen, basisdelicten en terrorismefinanciering te beperken, en over de te nemen corrigerende maatregelen. Indien binnen twee maanden geen antwoord is verstrekt of indien uit het antwoord niet blijkt dat de respondentinstelling uit een derde land bevredigende AML/CFT-gedragslijnen, -procedures en -controles alsmede adequate cliëntenonderzoeksmaatregelen ter beperking van de risico’s waaraan zij is blootgesteld en die van invloed kunnen zijn op de correspondentrelatie kan toepassen, gaat de AMLA door met de aanbeveling.
|
|
Artikel 38 5
|
5. De AMLA trekt de in lid 2 bedoelde aanbeveling in zodra zij van oordeel is dat een respondentinstelling uit een derde land waarover zij die aanbeveling heeft aangenomen, niet langer aan de in lid 3 vastgestelde voorwaarden voldoet.
|
|
Artikel 38 6
|
6. Met betrekking tot de in lid 1 bedoelde respondentinstellingen uit een derde land, moeten kredietinstellingen en financiële instellingen:
|
a)
|
afzien van het aangaan van nieuwe zakelijke relaties met de respondentinstelling uit een derde land, tenzij zij op basis van de uit hoofde van artikel 36 of 37 verzamelde informatie tot de conclusie komen dat de risicobeperkende maatregelen die worden toegepast op de zakelijke relatie met de respondentinstelling uit een derde land en de maatregelen die binnen de respondentinstelling van een derde land van kracht zijn, de risico’s van witwassen en terrorismefinanciering in verband met die zakelijke relatie adequaat kunnen beperken;
|
|
b)
|
voor lopende zakelijke relaties met de respondentinstelling uit een derde land:
|
i)
|
de informatie over de respondentinstelling evalueren en actualiseren op grond van artikel 36 of artikel 37;
|
|
ii)
|
de zakelijke relatie beëindigen, tenzij zij op basis van de uit hoofde van punt i) verzamelde informatie tot de conclusie komen dat de risicobeperkende maatregelen die worden toegepast op de zakelijke relatie met de respondentinstelling uit een derde land en de maatregelen die binnen de respondentinstelling van een derde land van kracht zijn, de risico’s op het gebied van witwassen en terrorismefinanciering in verband met die zakelijke relatie adequaat kunnen beperken;
|
|
|
c)
|
de respondentinstelling in kennis stellen van de conclusies die zij hebben getrokken met betrekking tot de risico’s van de correspondentrelatie naar aanleiding van de aanbeveling van de AMLA en de op grond van punt a) of punt b) genomen maatregelen.
|
Indien de AMLA een aanbeveling op grond van lid 5 heeft ingetrokken, evalueren de kredietinstellingen en financiële instellingen hun beoordeling of de respondentinstellingen uit een derde land aan een van de in lid 3 vastgelegde voorwaarden voldoen.
|
|
Artikel 38 7
|
7. Kredietinstellingen en financiële instellingen documenteren elk krachtens dit artikel genomen besluit.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|