1. Financiële entiteiten meten de duur van een incident als bedoeld in artikel 18, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2022/2554, vanaf het moment waarop het incident zich voordoet tot het moment waarop het is opgelost.
Wanneer financiële entiteiten niet in staat zijn het tijdstip te bepalen waarop het incident zich heeft voorgedaan, meten zij de duur van het incident vanaf het moment waarop het is ontdekt. Wanneer financiële entiteiten zich ervan bewust worden dat het incident zich heeft voorgedaan voordat het werd ontdekt, meten zij de duur vanaf het moment waarop het incident is geregistreerd in netwerk- of systeemlogbestanden of andere gegevensbronnen.
Wanneer financiële entiteiten nog niet weten wanneer het incident zal worden opgelost of niet in staat zijn gegevens in logbestanden of andere gegevensbronnen te verifiëren, gebruiken zij ramingen.