+Definities
---+7. Tenzij anders aangegeven hebben de termen die in Richtlijn 2013/36/EU en in Verordening (EU) nr. …

Definities

Definities

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
7. Tenzij anders aangegeven hebben de termen die in Richtlijn 2013/36/EU en in Verordening (EU) nr. …

Tenzij anders aangegeven hebben de termen die in Richtlijn 2013/36/EU2 en in Verordening (EU) nr. 575/20133 worden gebruikt en gedefinieerd, in deze richtsnoeren dezelfde betekenis. In deze richtsnoeren gelden bovendien de volgende definities:

Renterisico voortvloeiend uit activiteiten buiten de handelsportefeuilleHet huidige risico of het mogelijke toekomstige risico voor zowel de winsten als de economische waarde van een instelling als gevolg van ongunstige veranderingen van de rentetarieven die van invloed zijn op rentegevoelige instrumenten, waaronder gaprisico, basisrisico en optierisico.
Rentegevoelige instrumentenActiva, passiva en posten buiten de balanstelling in de bankportefeuille, met uitzondering van activa die worden afgetrokken van CET1, bijv. onroerende zaken of immateriële activa of blootstellingen in aandelen buiten de handelsportefeuille.
GaprisicoRisico dat voortvloeit uit de termijnstructuur van rentegevoelige instrumenten als gevolg van verschillen in het tijdstip van de renteveranderingen hiervan, waaronder veranderingen in de rentetermijnstructuur die zich consistent over de rendementscurve (parallel risico) of per periode verschillend (niet-parallel risico) voordoen.
BasisrisicoRisico dat voortvloeit uit de gevolgen van relatieve veranderingen van rentetarieven voor rentegevoelige instrumenten die vergelijkbare looptijden hebben, maar geprijsd zijn op basis van verschillende rente-indexen. Basisrisico is het gevolg van de onvolledige correlatie in de afstemming van verdiende en betaalde rente op verschillende rentegevoelige instrumenten met voor het overige vergelijkbare kenmerken ten aanzien van renteveranderingen.
OptierisicoRisico dat voortvloeit uit (ingebedde en expliciete) opties, wanneer de instelling of haar klant het niveau en de timing van zijn/haar kasstroom kan veranderen, met name het risico dat voortvloeit uit rentegevoelige instrumenten waarbij de houder de optie bijna zeker zal uitoefenen wanneer dat in zijn financiële belang is (ingebedde of expliciete automatische opties) en het risico dat voortvloeit uit flexibiliteit die impliciet of volgens de voorwaarden van rentegevoelige instrumenten is ingebouwd, zodanig dat veranderingen van rentes kunnen leiden tot een verandering van het gedrag van de cliënt (ingebed gedragsoptierisico).
Creditspreadrisico uit activiteiten buiten de handelsportefeuille (CSRBB)Het risico dat voortvloeit uit veranderingen in de perceptie van de markt van de prijs van kredietrisico, liquiditeitspremie en mogelijk andere componenten van instrumenten met een kredietrisico die leiden tot fluctuaties in de prijs van kredietrisico, liquiditeitspremie en andere mogelijke componenten, dat niet wordt verklaard door IRRBB of door verwacht krediet/(jump-to-)default-risico.
WinstmaatstavenMetingen van veranderingen in verwachte toekomstige winstgevendheid binnen een bepaalde tijdhorizon als gevolg van veranderingen van de rente.
Metingen van de economische waarde (EV)Metingen van veranderingen van de netto contante waarde van de rentegevoelige instrumenten gedurende hun resterende levensduur als gevolg van renteveranderingen. EV-metingen laten waardeveranderingen gedurende de resterende levensduur van de rentegevoelige instrumenten zien, dat wil zeggen totdat alle posities zijn afgebouwd.
Metingen van de economische waarde van het eigen vermogen (EEV)Een specifieke vorm van EV-meting waarbij eigen vermogen wordt uitgesloten van de kasstromen.
Voorwaardelijke kasstroommodelleringKasstroommodellering met de aanname dat de timing en het bedrag van kasstromen afhangt van het specifieke rentescenario.
Onvoorwaardelijke kasstroommodelleringKasstroommodellering met de aanname dat de timing en het bedrag van kasstromen niet afhangt van het specifieke rentescenario.
AfbouwbalansEen balans waarop bestaande posities buiten de handelsportefeuille worden afgeschreven en niet worden vervangen door andere activiteiten.
Dynamische balansEen balans met daarop toekomstige bedrijfsvooruitzichten, op consistente wijze afgestemd op het desbetreffende scenario.
Constante balansEen balans met daarop posten buiten de balanstelling waarin de totale omvang en samenstelling in stand worden gehouden door de vervanging van kasstromen die vervallen of waarvan de rente wordt herzien, door nieuwe kasstromen met dezelfde kenmerken wat betreft het bedrag, de renteherzieningsperiode en spreadcomponenten.

2 Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (1) - (PB L 176 van 27.6.2013).

3 Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 - PB L 176 van 27.6.2013.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/