+6.1 Het effect van volgestorte kredietprotectie
---+26. Instellingen mogen het kredietrisicoverminderende effect van volgestorte kredietprotectie …
---+27. Bij de inaanmerkingneming van het kredietrisicoverminderende effect van …
---+28. Bij de inaanmerkingneming van het kredietrisicoverminderende effect van de verrekening van …
---+29. Voor LGD-ramingen als bedoeld in artikel 181, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. …
---+30. Bij de inaanmerkingneming van het kredietrisicoverminderende effect van …
|
6.1 Het effect van volgestorte kredietprotectie
6.1 Het effect van volgestorte kredietprotectie
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
26. Instellingen mogen het kredietrisicoverminderende effect van volgestorte kredietprotectie …
|
Instellingen mogen het kredietrisicoverminderende effect van volgestorte kredietprotectie anders dan kaderverrekeningsovereenkomsten en verrekening van balansposten in aanmerking nemen, zoals gespecificeerd in paragraaf 12 met het oog op de toepassing van artikel 181, lid 1, onder c) tot en met g), van Verordening (EU) nr. 575/2013.
|
|
27. Bij de inaanmerkingneming van het kredietrisicoverminderende effect van …
|
Bij de inaanmerkingneming van het kredietrisicoverminderende effect van kaderverrekeningsovereenkomsten overeenkomstig artikel 166, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 dienen instellingen bij de berekening van de risicogewogen posten en verwachte verliesposten de volledig aangepaste waarde van de post (E*), berekend overeenkomstig artikel 220, lid 3, of artikel 221, lid 6, van die verordening, als blootstellingswaarde te gebruiken.
|
|
28. Bij de inaanmerkingneming van het kredietrisicoverminderende effect van de verrekening van …
|
Bij de inaanmerkingneming van het kredietrisicoverminderende effect van de verrekening van balansposten overeenkomstig artikel 166, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 dienen instellingen bij de berekening van de risicogewogen posten en verwachte verliesposten E*, berekend overeenkomstig artikel 223, lid 5, van die verordening, als blootstellingswaarde te gebruiken.
|
|
29. Voor LGD-ramingen als bedoeld in artikel 181, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. …
|
Voor LGD-ramingen als bedoeld in artikel 181, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 en overeenkomstig paragraaf 131 van de EBA-richtsnoeren inzake PD- en LGD-raming, moeten instellingen de gerealiseerde LGD’s voor elke blootstelling die door een kaderverrekeningsovereenkomst of verrekening van balansposten wordt gedekt, berekenen als de verhouding tussen het economische verlies en het uitstaande bedrag van de kredietverplichting op het moment van wanbetaling, berekend als E* overeenkomstig paragraaf 27 of 28. Instellingen dienen het economische verlies op basis van dit uitstaande bedrag te berekenen en mogen geen kasstromen uit de verrekening opnemen in het economische verlies als invorderingen na wanbetaling. Er zij niettemin op gewezen dat het als E* berekende uitstaande bedrag van de kredietverplichting op het moment van wanbetaling overeenkomstig paragraaf 131 van de EBA-richtsnoeren inzake PD- en LGD-raming ook elk tot dusver gerealiseerd bedrag aan hoofdsom, rente en provisies moet omvatten.
|
|
30. Bij de inaanmerkingneming van het kredietrisicoverminderende effect van …
|
Bij de inaanmerkingneming van het kredietrisicoverminderende effect van kaderverrekeningsovereenkomsten overeenkomstig artikel 181, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 geldt dat de door de instellingen vastgestelde criteria voor de aanpassing van LGD-ramingen: - (a) niet mogen leiden tot een daling van de waarde van de LGD-ramingen wanneer de zekerheid een verplichting van de debiteur is die is achtergesteld bij of gelijkgesteld met de verplichting van de debiteur jegens de instelling;
- (b) voor vorderingen onder de hoogste rang, op passende wijze rekening moeten houden met de gevolgen voor de LGD-ramingen van de achtergestelde positie van de instelling ten opzichte van de zekerheid;
- (c) voor andere fysieke zekerheden, op passende wijze rekening moeten houden met de waarschijnlijke locatie van de zekerheid tijdens de looptijd van de lening en de mogelijke invloed op het potentiële onvermogen van instellingen om vlot beschikkingsmacht over hun zekerheid te verkrijgen en deze uit te winnen overeenkomstig artikel 181, lid 1, onder e), van Verordening (EU) nr. 575/2013;
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|