+10. Met betrekking tot de naleving van de liquiditeitsvereisten van Richtlijn 2013/36/EU, waaronder …

10. Met betrekking tot de naleving van de liquiditeitsvereisten van Richtlijn 2013/36/EU, waaronder …

Met betrekking tot de naleving van de liquiditeitsvereisten van Richtlijn 2013/36/EU, waaronder die van artikel 105 van Richtlijn 2013/36/EU, handelen verlenende entiteiten en bevoegde autoriteiten als volgt:

  • (a) De verlenende entiteit overlegt aan de bevoegde autoriteit een gemotiveerde verklaring dat de instelling aan de geldende liquiditeitsvereisten voldoet en dat de verlening van de steun niet zal leiden tot zodanige liquiditeitsafvloeiingen dat niet wordt voldaan aan de geldende liquiditeitsvereisten overeenkomstig de artikelen 86 en 105 van Richtlijn 2013/36/EU, of de verlenende entiteit vraagt toestemming om niet aan deze vereisten te hoeven voldoen;
  • (b) Indien de verlenende entiteit niet voldoet aan de geldende liquiditeitsvereisten, of de verlening van de steun tot zodanige liquiditeitsafvloeiingen leidt dat niet langer wordt voldaan aan de geldende liquiditeitsvereisten overeenkomstig de artikelen 86 en 105 van Richtlijn 2013/36/EU, beslist de bevoegde autoriteit of zij ondanks deze niet-naleving goedkeuring aan de steun verleent. In een dergelijke situatie dienen de instellingen een herstelplan bij de bevoegde autoriteit in om weer aan de vereisten te voldoen;
  • (c) Bij de afweging of zij ondanks de niet-naleving van bovengenoemde vereisten de verlening van steun zal goedkeuren, houdt de bevoegde autoriteit rekening met:
  • i) de periode waarin de verlenende entiteit niet aan de desbetreffende liquiditeitslimieten voldoet;
  • ii) het belang van de niet-naleving;
  • iii) het door de verlenende entiteit ingediende plan om weer aan de vereisten te voldoen;
  • iv) de belangen van de verlenende entiteit, zoals indirecte voordelen die voortvloeien uit de stabilisatie van de groep als geheel;
  • v) de risico’s dan wel voordelen van de goedkeuring voor de financiële stabiliteit.
  • (d) Onverminderd bovenstaande punten a), b) en c) overweegt de bevoegde autoriteit, indien de verlenende entiteit een dochteronderneming van de ontvangende entiteit is, of wanneer de verlenende entiteit en de ontvangende entiteit dochterondernemingen van dezelfde groepsentiteit zijn, bij de afweging of de verlening van steun ondanks niet-naleving van deze vereisten goedgekeurd moet worden, ook of de verlening van de financiële steun noodzakelijk is ter voorkoming van:
  • i) het faillissement van de ontvangende entiteit, dat anders vermoedelijk zou plaatsvinden;
  • ii) de destabilisatie van de groep als geheel als gevolg van dit faillissement, rekening houdend met indirecte voordelen die voortvloeien uit de stabilisatie van de groep als geheel; en
  • iii) nadelige effecten op de financiële stabiliteit als gevolg van de destabilisatie van de groep.

De bevoegde autoriteit houdt rekening met de door de voor de ontvangende entiteit verantwoordelijke bevoegde autoriteit verstrekte informatie;

  • (e) Indien de bevoegde autoriteit voor de verlenende entiteit de verlening van steun ondanks niet-naleving van deze liquiditeitsvereisten goedkeurt, legt zij de maximale duur en de voorwaarden voor de ondanks de niet-naleving verleende goedkeuring in haar beslissing vast;
  • (f) Bovengenoemde punten a) tot en met e) gelden onverminderd enige ontheffing van liquiditeitsvereisten overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

1. Ħarsa ġenerali

,
Titlu Regolamentazzjoni

1.1 Referenzi

1.2 Rekwiżiti identifikati

1.3 Standards relatati

2. Rekwiżiti identifikati

Rekwiżiti
Sors Rekwiżit

3. Standards relatati

Standards
Sors Rekwiżit
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/