|
a) Kredietderivaten en algemene schuldgaranties, met inbegrip van stand-by-accreditieven die dienen als financiële garanties voor leningen en effecten, en accepten, met inbegrip van endossementen met het karakter van accepten, alsmede [alle] overige directe kredietsubstituten;
b) Overeenkomsten inzake cessie en retrocessie van activa en verkoop van activa met regres, waarbij het kredietrisico bij de instelling blijft;
c) Effecten geleend door de instelling of door de instelling als zekerheid gedeponeerde effecten, met inbegrip van gevallen waarin die voortvloeien uit repo-achtige transacties;
d) Termijnaankoop activa, forward deposits en niet-volgestorte aandelen en effecten, die kredietlijnen zijn die zeker worden benut;
e) Posten buiten de balanstelling die een kredietvervanging vormen, voor zover niet uitdrukkelijk in een andere categorie opgenomen;
f) Overige posten buiten de balanstelling met vergelijkbaar risico, zoals aan de EBA meegedeeld.
|