|
1.1. Deze richtsnoeren, opgesteld krachtens Artikel 50 lid 4 van Richtlijn 2014/59/EU (Richtlijn herstel en afwikkeling van banken, hierna "de Richtlijn") betreffen het bepalen van koersen voor de omzetting van vreemd vermogen in eigen vermogen bij een bail-in. Ze zijn ook van belang bij de omzetting van relevante kapitaalinstrumenten op het moment van niet-levensvatbaarheid, omdat krachtens Artikel 60 lid 3 onder d), de naleving van Artikel 50, met inbegrip van de EBA-richtsnoeren, een voorwaarde is om relevante kapitaalinstrumenten om te zetten. 1.2. Artikel 50 lid 1 bepaalt dat afwikkelingsautoriteiten bij het toepassen van het instrument van bail-in een verschillende omzettingskoers kunnen toepassen op verschillende categorieën van kapitaalinstrumenten en passiva. Als zij dit doen, moet dit gebeuren in overeenstemming met (i) het beginsel dat de omzettingskoers de desbetreffende crediteur een passende vergoeding moet bieden voor het als gevolg van de afschrijving of omzetting geleden verlies (Artikel 50 lid 2); en (ii) het beginsel dat de toegepaste omzettingskoers voor verplichtingen die volgens de geldende insolventiewetgeving als niet-achtergesteld worden beschouwd, hoger moet zijn dan de omzettingskoers voor achtergestelde verplichtingen (Artikel 50 lid 3). 1.3. Krachtens Artikel 50 lid 4 moeten deze richtsnoeren in het bijzonder aangeven hoe getroffen crediteuren op passende wijze door middel van de omzettingskoersen kunnen worden vergoed, en de relatieve omzettingskoersen aangeven die geschikt zouden kunnen zijn om de rangorde van niet-achtergestelde verplichtingen naar het toepasselijke insolventierecht te weerspiegelen. 1.4. De afwikkelingsautoriteiten zijn volgens de Richtlijn niet verplicht om verschillende omzettingskoersen vast te stellen en kunnen ervoor kiezen om bij de toepassing van het instrument van bail-in of de uitoefening van de afschrijvings- of omzettingsbevoegdheden voor kapitaalinstrumenten elk instrument of elke verplichting tegen eenzelfde koers om te zetten in aandelen, op voorwaarde dat zij de afwikkelingsdoelstellingen verwezenlijken en de volgorde van afschrijvingen en omzettingen uit Artikel 48 respecteren, evenals de afwikkelingsbeginselen van Artikel 34, het recht op eigendom uit het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, en in het geval van het instrument van bail-in, de waarborg dat 'geen crediteur slechter af mag zijn' zoals bepaald in Artikel 75. Deze richtsnoeren geven toelichting bij het bepalen van omzettingskoersen die met deze factoren rekening houden. 1.5. Deze richtsnoeren bepalen hoe verschillende omzettingskoersen vast te stellen voor categorieën instrumenten die om statutaire of contractuele redenen in rang verschillen in de relevante nationale crediteurenhiërarchie in insolventie. Ze bepalen niet hoe men verschillende omzettingskoersen moet vaststellen voor categorieën instrumenten die bijvoorbeeld wel verschillen in hun reglementaire of boekhoudkundige behandeling, maar niet in hun rang in de relevante nationale crediteurenhiërarchie in insolventie. 2. Toepassingsgebied en -niveau 1.6. Deze richtsnoeren zijn bestemd voor afwikkelingsautoriteiten wanneer ze crediteuren vergoeden op basis van uiteenlopende omzettingskoersen bij de toepassing van het instrument van bail-in op een instelling, een entiteit in de zin van Artikel 1 onder b), c) of d) van de Richtlijn, of op vorderingen of schuldinstrumenten die zijn overgedragen aan een overbruggingsinstelling of met toepassing van het instrument van verkoop van de onderneming of van het instrument van afsplitsing van activa en daarbij gebruik maken van de mogelijkheid om uiteenlopende omzettingskoersen vast te stellen. Ze zijn tevens relevant voor afwikkelingsautoriteiten die hun afschrijvings- of omzettingsbevoegheden uitoefenen op kapitaalinstrumenten op het moment van niet-levensvatbaarheid. Dit vloeit voort uit Artikel 60 lid 3 onder d) dat voorschrijft dat deze instrumenten enkel mogen omgezet worden indien de omzettingskoers die bepaalt hoeveel tier 1-kernkapitaalinstrumenten in ruil voor elk relevant kapitaalinstrument worden verstrekt, voldoet aan de in Artikel 50 en deze richtsnoeren neergelegde beginselen.
|