+6.3.2.1 Historical observation period
---+147. De historische waarnemingsperiode dient zo breed mogelijk te zijn en gegevens uit …
---+148. Bij het beoordelen of de referentiegegevensverzameling een voldoende aantal afgesloten …
|
6.3.2.1 Historical observation period
6.3.2.1 Historical observation period
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
147. De historische waarnemingsperiode dient zo breed mogelijk te zijn en gegevens uit …
|
De historische waarnemingsperiode dient zo breed mogelijk te zijn en gegevens uit verschillende perioden met uiteenlopende economische omstandigheden te omvatten. Daartoe dienen instellingen als minimum een historische waarnemingsperiode te selecteren die zodanig is dat: - (a) de lengte van de historische waarnemingsperiode, d.w.z. de tijdspanne tussen het oudste geval van wanbetaling in de referentiegegevensverzameling en het moment van de LGD-raming, ten minste de in artikel 181, lid 1, onder j), van Verordening (EU) nr. 575/2013 gespecificeerde periode beslaat voor blootstellingen met betrekking tot ondernemingen, instellingen en centrale overheden en centrale banken, en voor blootstellingen met betrekking tot particulieren en kleine partijen de periode die wordt gespecificeerd in artikel 181, lid 2, tweede alinea, van die verordening en, indien van toepassing, de gedelegeerde verordening van de Commissie tot vaststelling van technische reguleringsnormen als bedoeld in artikel 181, lid 3, onder b), van die verordening;
- (b) de referentiegegevensverzameling een voldoende aantal afgesloten invorderingsprocessen bevat om robuuste LGD-ramingen te waarborgen;
- (c) de historische waarnemingsperiode bestaat uit achtereenvolgende perioden en de meest recente perioden vóór het moment van de LGD-raming bestrijkt;
- (d) de volledige periode bestrijkt waarvoor de instelling redelijkerwijs de op dat moment toepasselijke definitie van wanbetaling kan reproduceren;
- (e) alle beschikbare interne gegevens worden beschouwd als “relevant” als bedoeld in artikel 181, lid 1, onder j), en artikel 181, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en zijn opgenomen in de historische waarnemingsperiode.
|
|
148. Bij het beoordelen of de referentiegegevensverzameling een voldoende aantal afgesloten …
|
Bij het beoordelen of de referentiegegevensverzameling een voldoende aantal afgesloten invorderingsprocessen bevat overeenkomstig paragraaf 147(b), dienen instellingen rekening te houden met het aantal afgesloten invorderingsprocessen in het totale aantal waarnemingen.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|