+a) Gedragsaannames voor cliëntrekeningen met ingebouwde cliëntopties
---+106. Wanneer instellingen de implicaties van opties beoordelen, houden zij rekening met: (a) de …
---+107. Instellingen beschikken over beleid voor de vaststelling en de regelmatige beoordeling van de …
|
a) Gedragsaannames voor cliëntrekeningen met ingebouwde cliëntopties
a) Gedragsaannames voor cliëntrekeningen met ingebouwde cliëntopties
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
106. Wanneer instellingen de implicaties van opties beoordelen, houden zij rekening met: (a) de …
|
Wanneer instellingen de implicaties van opties beoordelen, houden zij rekening met: - (a) de potentiële impact van het rentescenario, het onderliggende economische klimaat en de contractuele kenmerken op actuele en toekomstige snelheden van vervroegde aflossing van leningen. Instellingen houden rekening met de diverse dimensies die van invloed zijn op de ingebedde gedragsopties;
- (b) de elasticiteit van de aanpassing van producttarieven aan veranderingen in de marktrentes;
- (c) de migratie van saldi tussen producttypen als gevolg van veranderingen in de kenmerken en voorwaarden daarvan.
|
|
107. Instellingen beschikken over beleid voor de vaststelling en de regelmatige beoordeling van de …
|
Instellingen beschikken over beleid voor de vaststelling en de regelmatige beoordeling van de kernaannames voor de behandeling van posten op en buiten de balanstelling met ingebedde opties in hun renterisicokader. Dit houdt in dat instellingen: - (a) in staat zijn alle wezenlijke producten en posten met ingebedde opties te identificeren die gevolgen kunnen hebben voor het in rekening gebrachte rentetarief of de door gedrag tot stand gekomen renteherzieningsdatum (in tegenstelling tot de contractuele vervaldatum) van de desbetreffende saldi;
- (b) passende prijsbepalings- en risicobeperkingsstrategieën hebben (bijv. het gebruik van derivaten) voor het beheer van de impact van opties binnen de risicobereidheid, waartoe kunnen behoren boetes voor de cliënt bij vervroegde aflossing ter compensatie van de mogelijke verbrekingskosten (waar toegestaan);
- (c) waarborgen dat de modellering van essentiële gedragsaannames te rechtvaardigen is in relatie tot de onderliggende historische gegevens, en gebaseerd is op prudente hypothesen;
- (d) in staat zijn aan te tonen dat ze over accurate modellen beschikken (getoetst aan ervaring);
- (e) passende documentatie bijhouden van aannames in hun beleid en procedures, en een procedure hebben voor de continue toetsing daarvan;
- (f) inzicht hebben in de gevoeligheid van de resultaten van hun risicometingen voor deze aannames, hetgeen onder meer inhoudt dat ze deze aannames onderwerpen aan stresstests en bij hun besluiten over de interne toewijzing van kapitaal rekening houden met de uitkomsten van die stresstests;
- (g) deze aannames regelmatig intern valideren om te verifiëren of deze stabiel blijven in de loop van de tijd en ze indien nodig aan te passen.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|