+47. Met het oog op de inaanmerkingneming van het kredietrisicoverminderende effect van meerdere …

47. Met het oog op de inaanmerkingneming van het kredietrisicoverminderende effect van meerdere …

Met het oog op de inaanmerkingneming van het kredietrisicoverminderende effect van meerdere kredietprotectieregelingen die als gevolg van de toewijzing door de instelling overeenkomstig paragraaf 46 hetzelfde deel van een vordering omvatten, kunnen instellingen een van de in paragraaf 31(a) genoemde benaderingen hanteren. Met name voor de toepassing van de substitutiebenadering van risicoparameters en de berekening van het minimumrisicogewicht moeten instellingen de volgende methoden gebruiken om de LGD van een vergelijkbare rechtstreekse vordering op de garantiegever, waaronder het risicoverminderende effect van de extra kredietprotectie, af te leiden:

  • (a) Wanneer vergelijkbare rechtstreekse vorderingen op de garantiegever binnen het toepassingsgebied van een ratingsysteem vallen waarvoor de instelling geen voorafgaande toestemming heeft gekregen om eigen LGD-ramingen te gebruiken overeenkomstig artikel 143, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013, dient de instelling de LGD-waarden van artikel 161, lid 1, van die verordening te gebruiken, waarin indien relevant rekening is gehouden met de volgestorte kredietprotectie door toepassing van de desbetreffende vereisten in deel drie, titel II, hoofdstuk 4, van die verordening.
  • (b) Wanneer vergelijkbare rechtstreekse vorderingen op de garantiegever binnen het toepassingsgebied van een ratingsysteem vallen waarvoor de instelling voorafgaande toestemming heeft gekregen om eigen LGD-ramingen te gebruiken overeenkomstig artikel 143, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013, dient de instelling gebruik te maken van de LGD van een vergelijkbare rechtstreekse vordering op de garantiegever die het effect van extra volgestorte of niet-volgestorte kredietprotectie omvat. Als instellingen niet in staat zijn deze extra kredietprotectie in aanmerking te nemen bij de raming van de LGD van vergelijkbare rechtstreekse vorderingen op de garantiegever:
(i)dienenzij, indien de LGD van ongedekte vorderingen op de garantiegever

lager is dan of gelijk is aan de LGD van ongedekte vorderingen op de debiteur, LGD-ramingen van de vordering op de debiteur te gebruiken waarin rekening is gehouden met het effect van de extra kredietprotectie; of

(ii) hoger instellingendienen is - -zij, indien de LGD van ongedekte vorderingen op de garantiegever dan de LGD van ongedekte vorderingen op de debiteur, of indien niet in staat zijn een dergelijke vergelijking uit te voeren: voor zakelijke garantiegevers ofwel gebruik te maken van de toepasselijke LGD-waarden zoals bepaald in artikel 161, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, waarin indien relevant rekening is gehouden met de volgestorte kredietprotectie door toepassing van de desbetreffende vereisten in deel drie, titel II, hoofdstuk 4, van die verordening, of van de LGD-raming die van toepassing is op ongedekte vorderingen op de garantiegever. De keuze tussen deze twee opties moet in overeenstemming zijn met het soort blootstelling met betrekking tot de garantiegever; voor particuliere/kleine garantiegevers gebruik te maken van de LGD-raming die van toepassing is op ongedekte vorderingen op de garantiegever.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/