| Aan aandelen verbonden instrumenten | instrumenten waarvan de waarde gebaseerd is op de waarde van het aandeel en waarvoor de waarde van het aandeel als referentie geldt, bijvoorbeeld “stock appreciation rights” of bepaalde soorten synthetische aandelen. een persoon die aandelen in een instelling bezit of, afhankelijk van de |
| Aandeelhouder | rechtsvorm van een instelling, andere eigenaren of leden van de instelling. personeelsleden wier beroepswerkzaamheden het risicoprofiel van de instelling of het risicoprofiel van de groep wezenlijk beïnvloeden volgens de criteria die zijn vervat in artikel 92, lid 3, van Richtlijn 2013/36/EU en de gedelegeerde verordening van de Commissie die is vastgesteld krachtens de in de laatste alinea van |
| Aangewezen personeelsleden | artikel 94, lid 2, van deze richtlijn bedoelde bevoegdheid (technische reguleringsnormen met betrekking tot aangewezen personeelsleden) en, waar nodig, volgens aanvullende, door de instelling vastgelegde criteria ter waarborging van de volledige identificatie van de personeelsleden wier beroepswerkzaamheden het risicoprofiel wezenlijk beïnvloeden. alle vormen van vaste en variabele beloning, waaronder betalingen en geldelijke of niet-geldelijke voordelen, die door of namens instellingen rechtstreeks aan personeelsleden worden toegekend in ruil voor door hen geleverde professionele diensten, betalingen van |
| Beloning | “carried interest” in de zin van artikel 4, lid 1, punt d), van Richtlijn 2011/61/EU3 en andere betalingen die worden gedaan via methoden en vehikels die, als ze niet als beloning zouden worden beschouwd, zouden leiden tot een omzeiling4 van de beloningsvereisten van Richtlijn 2013/36/EU. het maximale bedrag aan variabele beloning dat kan worden |
| Bonuspool | toegekend in het toekenningsproces dat is vastgesteld op het niveau van de instelling of van een bedrijfseenheid van de instelling. de instelling die verplicht is aan de prudentiële vereisten te voldoen op basis van de geconsolideerde of gesubconsolideerde situatie |
| Consoliderende instelling | overeenkomstig deel 1, titel II, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en artikel 109 van Richtlijn 2013/36/EU. betalingen die onmiddellijk na de opbouwperiode plaatsvinden en |
| Directe betalingen | niet worden uitgesteld. aanvullende beloningscomponenten die beschikbaar zijn voor een groot deel van de personeelsleden of voor personeelsleden in |
| Gangbaar arbeidsvoorwaardenpakket | specifieke functies op basis van vooraf vastgestelde selectiecriteria, zoals gezondheidszorg, kinderopvang of evenredige reguliere pensioenbijdragen, boven het verplichte stelsel en reisvergoedingen. de financiële instrumenten of andere contracten die in een van de |
| Instrumenten | twee categorieën vallen die in artikel 94, lid 1, onder l), van Richtlijn 2013/36/EU worden genoemd. het verschil tussen het gemiddelde bruto-uurloon van mannen en |
| Loonkloof tussen vrouwen en mannen | vrouwen, uitgedrukt als percentage van het gemiddelde bruto-uurloon van mannen. een regeling die het de instelling mogelijk maakt de waarde van de gehele uitgestelde variabele beloning of een deel daarvan op basis |
| Malusregeling | van risicoaanpassingen achteraf te verminderen voordat deze is verworven. |
| Niet-roulerende meerjarige opbouwperiode Ondervertegenwoordigd geslacht | een meerjarige opbouwperiode die andere meerjarige opbouwperioden niet overlapt. het in minder vertegenwoordigde mannelijke of vrouwelijke geslacht. betalingen door een instelling of haar dochterondernemingen aan personeelsleden in verband met voortijdige beëindiging van een overeenkomst, dat wil zeggen in het geval van tijdelijke |
| Ontslagvergoedingen | overeenkomsten beëindiging vóór de einddatum van de overeenkomst, en in het geval van overeenkomsten voor onbepaalde tijd beëindiging vóór het bereiken van de contractueel overeengekomen of wettelijke pensioenleeftijd. de periode waarover de prestaties worden beoordeeld en gemeten |
| Opbouwperiode | met als doel de toe te kennen variabele beloning te bepalen. alle werknemers van een instelling en haar dochterondernemingen, |
| Personeel/ personeelsleden | met inbegrip van ondernemingen als bedoeld in punt 9, en alle leden van de respectieve leidinggevende organen in hun bestuursfunctie en toezichthoudende functie. de toepassing van de prudentiële voorschriften als vastgelegd in Richtlijn 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 575/2013 op |
| Prudentiële consolidatie | geconsolideerde of gesubconsolideerde basis, overeenkomstig deel 1, titel II, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013.5 variabele beloning die wordt toegekend op voorwaarde dat |
| Retentiebonus | personeelsleden gedurende een vooraf vastgestelde tijd bij de instelling blijven werken. een periode na de verwerving van de als variabele beloning |
| Retentieperiode | toegekende instrumenten gedurende welke het niet mogelijk is deze te verkopen of daarover te beschikken. instellingen als bedoeld in artikel 131 van Richtlijn 2013/36/EU (mondiale systeemrelevante instellingen of MSI’s en andere systeemrelevante instellingen of ASI’s), alsmede eventuele andere |
| Significante instellingen | instellingen als bepaald door de bevoegde autoriteit of ingevolge het nationale recht op basis van een beoordeling van de omvang en interne organisatie van de instellingen en de aard, omvang en complexiteit van hun activiteiten. een regeling op grond waarvan het personeelslid de eigendom van een bedrag aan variabele beloning dat in het verleden is uitbetaald |
| Terugvorderingsregeling | of dat al is verworven, onder bepaalde voorwaarden aan de instelling moet teruggeven. de toekenning van variabele beloning over een specifieke |
| Toekenning | opbouwperiode, onafhankelijk van het feitelijke tijdstip waarop het toegekende bedrag wordt uitbetaald. de tijd tussen de toekenning van de variabele beloning en de |
| Uitstelperiode | verwerving daarvan, gedurende welke het personeelslid niet de juridische eigenaar van de toegekende beloning is. |
| Variabele beloning | alle beloningen die geen vaste beloning zijn. betalingen of voordelen voor personeelsleden die voldoen aan de |
| Vaste beloning | toekenningsvoorwaarden die zijn beschreven in hoofdstuk 7. het effect waardoor het personeelslid de juridische eigenaar wordt van de toegekende variabele beloning, ongeacht het instrument dat |
| Verwerving | wordt gebruikt voor de betaling en ongeacht de vraag of de betaling onderworpen is aan aanvullende retentieperioden of terugvorderingsregelingen. |