+Titel I – Evenredigheid
---+16. Het evenredigheidsbeginsel dat is vastgelegd in artikel 74, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU …
---+17. Instellingen dienen, wanneer zij regelingen voor interne governance ontwikkelen en ten uitvoer …
---+18. Ten behoeve van de toepassing van het evenredigheidsbeginsel en om een passende …
|
Titel I – Evenredigheid
Titel I – Evenredigheid
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
16. Het evenredigheidsbeginsel dat is vastgelegd in artikel 74, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU …
|
Het evenredigheidsbeginsel dat is vastgelegd in artikel 74, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU heeft als doel te waarborgen dat regelingen voor interne governance consistent zijn met het individuele risicoprofiel en bedrijfsmodel van de instelling, zodat de doelstellingen van de regelgevingsvereisten en -bepalingen doeltreffend worden bereikt.
|
|
17. Instellingen dienen, wanneer zij regelingen voor interne governance ontwikkelen en ten uitvoer …
|
Instellingen dienen, wanneer zij regelingen voor interne governance ontwikkelen en ten uitvoer leggen, rekening te houden met hun omvang en interne organisatie, en met de aard, schaal en complexiteit van hun activiteiten. Significante instellingen dienen geavanceerdere governanceregelingen te hebben, terwijl kleine en minder complexe instellingen eenvoudiger governanceregelingen ten uitvoer kunnen leggen. Instellingen dienen er evenwel rekening mee te houden dat de omvang of het systeembelang van een instelling op zichzelf niet per se indicatief is voor de mate waarin die instelling aan risico’s blootstaat.
|
|
18. Ten behoeve van de toepassing van het evenredigheidsbeginsel en om een passende …
|
Ten behoeve van de toepassing van het evenredigheidsbeginsel en om een passende tenuitvoerlegging van de regelgevingsvereisten en deze richtsnoeren te waarborgen, dienen instellingen en bevoegde autoriteiten rekening te houden met alle onderstaande aspecten: - a. de omvang in termen van het balanstotaal van de instelling en haar dochterondernemingen die onder de prudentiële consolidatie vallen;
- b. de geografische aanwezigheid van de instelling en de omvang van haar werkzaamheden in elk rechtsgebied;
- c. de rechtsvorm van de instelling, evenals de vraag of de instelling deel uitmaakt van een groep, en zo ja, de voor de groep uitgevoerde evenredigheidsbeoordeling;
- d. of de instelling een beursgenoteerde instelling is;
- e. of de instelling toestemming heeft interne modellen te gebruiken voor het meten van de kapitaalvereisten (bijv. de interneratingbenadering);
- f. het type toegestane activiteiten en diensten dat de instelling verricht (zie bijvoorbeeld ook bijlage I bij Richtlijn 2013/36/EU en bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU);
- g. het onderliggende bedrijfsmodel en de onderliggende bedrijfsstrategie; de aard en complexiteit van de bedrijfsactiviteiten, en de organisatiestructuur van de instelling;
- h. de risicostrategie, de risicobereidheid en het werkelijke risicoprofiel van de instelling, waarbij ook rekening wordt gehouden met het resultaat van de SREP-kapitaal- en SREP-liquiditeitsbeoordelingen;
- i. de eigendoms- en financieringsstructuur van de instelling;
- j. het type cliënten (bijv. detailhandel, bedrijven, mkb/kmo’s, institutionele cliënten, overheden) en de complexiteit van de producten of contracten;
- k. de uitbestede functies en distributiekanalen;
- l. de bestaande IT-systemen, met inbegrip van continuïteitssystemen en uitbestedingsfuncties op dit gebied, en
- m. of de instelling valt onder de definitie van een kleine en niet-complexe instelling of een grote instelling in artikel 4, lid 1, punten 145 en 146 van Verordening (EU) nr. 575/2013.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|