+4. Richtsnoeren betreffende de uitsluiting voor beperkte netwerken overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/2366
---+Richtsnoer 1: Specifieke betaalinstrumenten bedoeld in artikel 3, punt k), PSD2
---+Richtsnoer 2: Beperkt netwerk van dienstaanbieders als bedoeld in artikel 3, punt k), onder i), PSD2
---+Richtsnoer 3: Instrumenten die worden gebruikt binnen de gebouwen van een uitgevende instelling als bedoeld in artikel 3, punt k), onder i), PSD2
---+Richtsnoer 4: Beperkt gamma van goederen of diensten als bedoeld in artikel 3, punt k), onder ii), PSD2
---+Richtsnoer 5: Verlening van diensten krachtens artikel 3, punt k), PSD2 door gereglementeerde entiteiten
---+Richtsnoer 6: Kennisgevingen als bedoeld in artikel 37, lid 2, PSD2
---+Richtsnoer 7: Beperkt netwerk als bedoeld in artikel 3, punt k), onder iii), PSD2

4. Richtsnoeren betreffende de uitsluiting voor beperkte netwerken overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/2366

4. Richtsnoeren betreffende de uitsluiting voor beperkte netwerken overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/2366

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Richtsnoer 1: Specifieke betaalinstrumenten bedoeld in artikel 3, punt k), PSD2

1.1. Bevoegde autoriteiten moeten er ook rekening mee houden dat de specifieke betaalinstrumenten met beperkte gebruiksmogelijkheden als bedoeld in artikel 3, punt k), PSD2 betaalinstrumenten zijn zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 14 PSD2. Bevoegde autoriteiten dienen ervoor te zorgen dat alle verschillende types betaalinstrumenten als bedoeld in de PSD2 in aanmerking komen voor uitsluiting op grond van artikel 3, punt k), PSD2.

1.2. Bevoegde autoriteiten dienen rekening te houden met het feit dat de specifieke betaalinstrumenten kunnen worden gebruikt om zowel fysieke als digitale goederen en diensten te verwerven.

1.3. Bevoegde autoriteiten mogen geen beperkingen opleggen met betrekking tot de wijze waarop geldmiddelen kunnen worden overgemaakt aan het betaalinstrument; dit kan worden gedaan via de uitvoering van betalingstransacties en/of via de uitgifte van elektronisch geld. Bevoegde autoriteiten dienen er rekening mee te houden dat in gevallen waarin geldmiddelen aan het betaalinstrument worden overgemaakt door middel van een andere intermediair dan de uitgevende instelling, de overmaking van die middelen moet worden beschouwd als een afzonderlijke betalingsdienst die niet binnen het bestek van de dienst valt waarvoor een uitsluiting geldt op grond van artikel 3, punt k), PSD2.

1.4. Bevoegde autoriteiten dienen bij de beoordeling van de informatie die wordt verstrekt door uitgevende instellingen die binnen hun rechtsgebied diensten verlenen die gebaseerd zijn op een betaalinstrument dat onder het toepassingsgebied van artikel 3, punt k), PSD2 valt, controleren of deze uitgevende instellingen technische en contractuele beperkingen toepassen die het gebruik van het betaalinstrument beperken. Bevoegde autoriteiten mogen de loutere aanwezigheid van een contract tussen de uitgevende instelling en de houder van het betaalinstrument niet beschouwen als een technische beperking.

1.5. De specifieke technische beperkingen moeten ten minste van toepassing zijn op: EBA Public

  • a) de aanbieders van goederen en diensten bij wie het betaalinstrument kan worden gebruikt, van toepassing voor de uitsluiting op grond van artikel 3, punt k), onder i), PSD2; of
  • b) het gamma van goederen en diensten dat met het betaalinstrument kan worden gekocht, van toepassing voor de uitsluiting op grond van artikel 3, punt k), onder ii), PSD2; of
  • c) de geografische locatie waar goederen of diensten van specifieke leveranciers worden verworven in specifieke sociaalrechtelijke of fiscale zin, van toepassing voor de uitsluiting op grond van artikel 3, punt k), onder iii), PSD2.

1.6. Bevoegde autoriteiten moeten er rekening mee houden dat één enkel op een kaart gebaseerd of ander betaalmiddel tegelijkertijd meer dan één specifiek betaalinstrument mogelijk kan maken binnen het toepassingsgebied van artikel 3, punt k), PSD2. Bevoegde autoriteiten dienen ervoor te zorgen dat de technische en contractuele beperkingen die worden gespecificeerd in richtsnoeren 1.4 en 1.5 gelden voor elk specifiek betaalinstrument.

1.7. Bevoegde autoriteiten dienen er rekening mee te houden dat één enkel op een kaart gebaseerd of ander betaalmiddel niet tegelijkertijd betaalinstrumenten mogelijk kan maken die binnen het toepassingsgebied van de PSD2 vallen én specifieke betaalinstrumenten die onder de uitsluiting van artikel 3, punt k), PSD2 vallen.

1.8. Bevoegde autoriteiten dienen er rekening mee te houden dat uitgevende instellingen meer dan één specifiek betaalinstrument kunnen uitgeven overeenkomstig artikel 3, punt k), PSD2, op voorwaarde dat elk betaalinstrument voldoet aan de in deze richtsnoeren genoemde vereisten.

1.9. Bevoegde autoriteiten dienen bij de beoordeling of het betaalinstrument binnen het toepassingsgebied van artikel 3, punt k), PSD2 valt, geen rekening te houden met de terugbetaalbaarheid van de geldelijke waarde die op het betaalinstrument is opgeslagen.

1.10. Bevoegde autoriteiten dienen er rekening mee te houden dat binnen het toepassingsgebied van artikel 3, punt k), PSD2 vallende betaalinstrumenten die geldelijke waarde op het betaalinstrument opslaan, ofwel herlaadbaar kunnen zijn, ofwel bestemd zijn voor eenmalig gebruik.

1.11. Bevoegde autoriteiten dienen er rekening mee te houden dat een enkel betaalinstrument dat is uitgesloten op grond van artikel 3, punt k), PSD2 niet in aanmerking komt voor verdere uitsluitingen van de PSD2, ook niet voor uitsluiting op andere in artikel 3, punt k), PSD2 vermelde uitsluitingsgronden.

1.12. De uitgevende instelling van het specifieke betaalinstrument kan gevestigd zijn in een andere lidstaat dan de lidstaat van de respectieve bevoegde autoriteit die de kennisgeving krachtens artikel 37, lid 2, PSD2 heeft ontvangen. EBA Public

1.13. Bevoegde autoriteiten dienen er rekening mee houden dat de uitsluitingen op grond van artikel 3, punt k), PSD2 onder meer ook gelden voor transacties die door de uitgevende instelling zelf zijn aanvaard wanneer de transactie wordt uitgevoerd binnen een netwerk dat uitsluiting geniet op grond van artikel 3, punt k), PSD2 en de uitgevende instelling zelf een acceptant is in dat netwerk.

Richtsnoer 2: Beperkt netwerk van dienstaanbieders als bedoeld in artikel 3, punt k), onder i), PSD2

2.1. Wanneer bevoegde autoriteiten beoordelen of het gebruik van een specifiek betaalinstrument zich beperkt tot een beperkt netwerk van dienstaanbieders, dienen zij bij de beoordeling van de informatie die door de uitgevende instelling wordt verstrekt met de overeenkomstig artikel 37, lid 2, PSD2 toegezonden kennisgeving, , rekening te houden met alle volgende criteria:

  • a) er is een rechtstreekse contractuele overeenkomst voor de aanvaarding van betalingstransacties gesloten tussen de uitgevende instelling van het betaalinstrument en elke aanbieder van goederen en diensten en, waar van toepassing, elke acceptant die actief is binnen het beperkte netwerk;
  • b) het beoogde maximumaantal aanbieders van goederen en diensten die actief zijn in het beperkte netwerk zoals aangegeven door de uitgevende instelling in de in artikel 37, lid 2, PSD2 bedoelde kennisgeving; en
  • c) de aanbieder levert goederen en diensten onder een gezamenlijk merk dat kenmerkend is voor het beperkte netwerk en als zichtbaar herkenningsteken dient voor de gebruiker van het betaalinstrument.

2.2. Naast de beoordeling overeenkomstig richtsnoer 2.1 dienen bevoegde autoriteiten op basis van de omvang en de specifieke kenmerken van hun markt rekening houden met alle volgende aanvullende indicatoren:

  • a) het specifieke geografische gebied waar de goederen en diensten worden aangeboden, zoals omschreven door de uitgevende instelling;
  • b) het volume en de waarde van betalingstransacties die op jaarbasis met de betaalinstrumenten zullen worden uitgevoerd, zoals beoogd door de uitgevende instelling;
  • c) het maximumbedrag waarmee de betaalinstrumenten zullen worden gecrediteerd, zoals beoogd door de uitgevende instelling;
  • d) het maximumaantal uit te geven betaalinstrumenten, zoals beoogd door de uitgevende instelling; en EBA Public
  • e) de risico’s die de klant loopt wanneer hij het specifieke betaalinstrument gebruikt, zoals geïdentificeerd door de uitgevende instelling.

2.3. Bevoegde autoriteiten dienen er rekening mee te houden dat een beperkt netwerk van dienstaanbieders kan bestaan uit uitsluitend fysieke winkels, uitsluitend webshops of een combinatie van fysieke winkels en webshops.

2.4. Wanneer bevoegde autoriteiten de in de richtsnoeren 2.1 en 2.2 omschreven beoordeling uitvoeren, mogen zij geen onderscheid maken naar type winkel en mogen zij niet eisen dat het type goederen en diensten dat in webshops wordt aangeboden, samenhangt met het type goederen en diensten dat in fysieke winkels wordt aangeboden of omgekeerd.

2.5. Bevoegde autoriteiten mogen niet toestaan dat één en hetzelfde betaalinstrument dat uitsluiting geniet op grond van artikel 3, punt k), onder i), PSD2 in meerdere beperkte netwerken van dienstaanbieders wordt gebruikt.

2.6. Bevoegde autoriteiten dienen er rekening mee te houden dat ofwel de uitgevende instelling van het betaalinstrument ofwel de aanbieders van goederen en diensten de sluiting van de in richtsnoer 2.1 genoemde contractuele overeenkomst kunnen delegeren aan een derde die namens de een of de ander optreedt.

2.7. Bevoegde autoriteiten dienen richtsnoeren 2.1 en 2.2. restrictief toe te passen op een wijze die voorkomt dat een betaalinstrument voor specifieke doeleinden zich ontwikkelt tot een betaalinstrument voor algemene doeleinden.

Richtsnoer 3: Instrumenten die worden gebruikt binnen de gebouwen van een uitgevende instelling als bedoeld in artikel 3, punt k), onder i), PSD2

3.1. Bevoegde autoriteiten dienen er rekening mee te houden dat betaalinstrumenten waarmee de houder alleen goederen of diensten mag verwerven in de gebouwen van de uitgevende instelling, alleen kunnen worden gebruikt in fysieke gebouwen en niet kunnen worden gebruikt in webshops.

Richtsnoer 4: Beperkt gamma van goederen of diensten als bedoeld in artikel 3, punt k), onder ii), PSD2

4.1. Bevoegde autoriteiten dienen er rekening mee te houden dat, wil het gebruik van een specifiek betaalinstrument worden beschouwd als zijnde beperkt tot het verwerven van een zeer beperkt gamma van goederen of diensten overeenkomstig artikel 3, punt k), onder ii), PSD2, er een functioneel verband moet bestaan tussen de goederen en/of diensten die met het betaalinstrument kunnen worden verworven. EBA Public

4.2. Wanneer bevoegde autoriteiten het functionele verband tussen de goederen en/of diensten beoordelen, dienen zij erop toe te zien dat de uitgevende instelling een specifieke categorie goederen en/of diensten met een gezamenlijk doel heeft geïdentificeerd. Bevoegde autoriteiten dienen na te gaan of de uitgevende instelling in de in artikel 37, lid 2, PSD2 bedoelde kennisgeving de binnen de specifieke categorie vallende goederen en/of diensten heeft geïdentificeerd en het functionele verband daartussen heeft beschreven.

4.3. Bevoegde autoriteiten dienen er rekening mee te houden dat er een functioneel verband kan bestaan tussen fysieke en digitale goederen en/of diensten.

4.4. Naast de in de richtsnoeren 4.1 en 4.2 beschreven beoordeling dienen bevoegde autoriteiten, op basis van de omvang en de specifieke kenmerken van hun markt, rekening te houden met alle volgende bijkomende indicatoren:

  • a) het volume en de waarde van betalingstransacties die op jaarbasis met de betaalinstrumenten zullen worden uitgevoerd, zoals beoogd door de uitgevende instelling;
  • b) het maximumbedrag waarmee de betaalinstrumenten zullen worden gecrediteerd, zoals beoogd door de uitgevende instelling;
  • c) het maximumaantal uit te geven betaalinstrumenten, zoals beoogd door de uitgevende instelling; en
  • d) de risico’s die de klant loopt wanneer hij het specifieke betaalinstrument gebruikt, zoals geïdentificeerd door de uitgevende instelling.

4.5. Bevoegde autoriteiten dienen richtsnoeren 4.1, 4.2 en 4.4 restrictief toe te passen op een wijze die voorkomt dat een betaalinstrument voor specifieke doeleinden zich ontwikkelt tot een betaalinstrument voor algemene doeleinden.

Richtsnoer 5: Verlening van diensten krachtens artikel 3, punt k), PSD2 door gereglementeerde entiteiten

5.1. Bevoegde autoriteiten moeten er rekening mee houden dat betalingsdienstaanbieders zoals bedoeld in artikel 1 PSD2 en uitgevers van elektronisch geld diensten kunnen verlenen op basis van specifieke betaalinstrumenten met beperkte gebruiksmogelijkheden, op voorwaarde dat aan de vereisten van artikel 3, punt k), PSD2 en deze richtsnoeren is voldaan.

5.2. Bevoegde autoriteiten dienen ervoor te zorgen dat in de gevallen waarin betalingsdienstaanbieders of uitgevers van elektronisch geld ook diensten verlenen als bedoeld in artikel 3, punt k), PSD2, deze entiteiten een duidelijk en herkenbaar onderscheid maken tussen de gereglementeerde betalingsdiensten/elektronisch geld en de diensten die zijn uitgesloten krachtens artikel 3, punt k), PSD2, onder meer door te voorzien in een specifiek zichtbaar herkenningsteken. EBA Public

5.3. Bevoegde autoriteiten dienen ervoor te zorgen dat betalingsdienstaanbieders en uitgevers van elektronisch geld de gebruiker op een eenvoudige en duidelijke manier op de hoogte stellen van het feit dat de verleende diensten niet gereglementeerd zijn en niet onder toezicht staan, en dat gebruikers niet de bescherming voor gebruikers van betaaldiensten genieten waarin de PSD2 voorziet.

5.4. Als de bevoegde autoriteit bij de beoordeling van de in artikel 37, lid 2, PSD2 genoemde kennisgeving, van oordeel is dat

  • a) het onderscheid tussen de gereglementeerde betaaldiensten en/of elektronisch geld en de diensten die zijn uitgesloten op grond van artikel 3, punt k), PSD2, inclusief de transparantie van de communicatie met de gebruikers van het specifieke betaalinstrument zoals uiteengezet in richtsnoeren 5.2 en 5.3, niet voldoende duidelijk of passend is, en/of
  • b) de diensten die zijn uitgesloten op grond van artikel 3, punt k), PSD2 afbreuk doen aan ofwel de financiële soliditeit van de betalingsdienstaanbieder/uitgever van elektronisch geld ofwel de mogelijkheid van de bevoegde autoriteit om toe te zien op de naleving van de wettelijke vereisten van de PSD2 en/of de EMD2,

dient de bevoegde autoriteit de nodige toezichtsmaatregelen te nemen.

Richtsnoer 6: Kennisgevingen als bedoeld in artikel 37, lid 2, PSD2

6.1. Bevoegde autoriteiten moeten er rekening mee houden dat de kennisgeving als bedoeld in artikel 37, lid 2, PSD2 door de uitgevende instelling moet worden toegezonden aan de bevoegde autoriteiten in elke lidstaat waar gebruikers van het betaalinstrument gevestigd zijn en waar de in artikel 37, lid 2, PSD2 bedoelde drempel in de lidstaat in kwestie wordt overschreden.

6.2. Bevoegde autoriteiten dienen er rekening mee te houden dat de kennisgeving als bedoeld in artikel 37, lid 2, PSD2 door de uitgevende instelling moet worden toegezonden voor elke periode korter dan 12 maanden waarin de totale waarde van de uitgevoerde betalingstransacties het bedrag van 1 miljoen EUR overschrijdt.

6.3. Bevoegde autoriteiten dienen er rekening mee te houden dat de kennisgeving krachtens artikel 37, lid 2, PSD2 informatie moet bevatten over het type uitsluiting op grond waarvan de activiteit wordt uitgevoerd en over de beschrijving van de activiteit.

6.4. De beschrijving van de in richtsnoer 6.3 genoemde activiteit moet informatie bevatten:

  • a) over de vraag of de goederen en/of diensten die kunnen worden verworven, fysiek en/of digitaal zijn; EBA Public
  • b) over andere lidstaten waar de onder artikel 3, punt k), PSD2 vallende dienst waarop de kennisgeving aan de bevoegde autoriteit betrekking heeft, wordt verleend door dezelfde uitgevende instelling; en
  • c) alle andere informatie aan de hand waarvan bevoegde autoriteiten de kennisgeving kunnen beoordelen tegen richtsnoeren.

6.5. Bevoegde autoriteiten zij erop gewezen dat de in artikel 37, lid 2, PSD2 bedoelde kennisgeving slechts één keer dient te worden ingezonden door de uitgevende instelling. Een bijkomende nieuwe kennisgeving dient naar de bevoegde autoriteit te worden gestuurd wanneer informatie in verband met hetzelfde/dezelfde specifieke betaalinstrument(en) wezenlijk is veranderd.

6.6. Bevoegde autoriteiten dienen er rekening mee te houden dat de in richtsnoer 6.5 genoemde wezenlijke veranderingen onder meer situaties omvatten waarin:

  • a) de verlening van de uitgesloten diensten beëindigd is;
  • b) de uitgevende instelling van plan is het aantal aanbieders van goederen en/of diensten bedoeld in richtsnoer 2.1, onder b, te verhogen;
  • c) de uitgevende instelling van plan is het in richtsnoer 2.2, onder a), bedoelde specifieke geografische gebied voor de verlening van goederen en/of diensten uit te breiden; of
  • d) de uitgevende instelling van plan is diensten aan te bieden overeenkomstig artikel 3, punt k), onder i) of ii), PSD2 op basis van een instrument dat niet ter sprake komt in de oorspronkelijke kennisgeving; of
  • e) de uitgevende instelling voornemens is de in een eerdere kennisgeving vermelde specifieke categorie van goederen en/of diensten met een gezamenlijk doel als bedoeld in richtsnoer 4.2 te wijzigen.

6.7. In elk geval kunnen bevoegde autoriteiten uitgevende instellingen vragen een nieuwe kennisgeving te sturen met geactualiseerde informatie als zij dit nodig achten om vast te stellen of de informatie die de uitgevende instelling met de oorspronkelijke kennisgeving had verstrekt, gewijzigd is.

6.8. Bevoegde autoriteiten dienen er rekening mee te houden dat de berekening van de drempel krachtens artikel 37, lid 2, PSD2 op het niveau van elke uitgevende instelling moet worden uitgevoerd. Als één enkele uitgevende instelling diensten verleent op basis van meer dan één specifiek betaalinstrument overeenkomstig artikel 3, punt k), onder i) en/of ii), PSD2, moet de berekening van de drempel worden uitgevoerd door alle betalingstransacties die in de respectieve lidstaat worden verricht te combineren met alle specifieke betaalinstrumenten die door dezelfde uitgevende instelling worden aangeboden. EBA Public

6.9. Bevoegde activiteiten dienen de uitgevende instelling slechts één keer op te nemen in hun nationaal register overeenkomstig artikel 14 PSD2 en in het centrale register van EBA overeenkomstig artikel 15 PSD2 en de beschrijving van de met elk specifiek betaalinstrument overeenkomstig artikel 3, punt k), onder i) en/of ii), PSD2 uitgevoerde activiteiten op beknopte wijze weergeven. Bevoegde autoriteiten dienen in de beschrijving van de activiteiten in de registers ook de informatie op te nemen over andere lidstaten waar dezelfde uitgevende instelling diensten verleent overeenkomstig artikel 3, punt k), onder i) en/of ii), PSD2.

6.10. Bevoegde autoriteiten dienen ervoor te zorgen dat de informatie die door een uitgevende instelling is verstrekt met de kennisgeving overeenkomstig artikel 37, lid 2, PSD2 hen in staat stelt te beoordelen of de activiteit onder het toepassingsgebied van artikel 3, punt k), onder

  • i) en/of ii), PSD2 valt, dan wel of er machtiging voor nodig is als betalingsdienstaanbieder of een uitgever van elektronisch geld. In geval de met de kennisgeving verstrekte informatie onvolledig, vaag of dubbelzinnig is, dient de bevoegde autoriteit van de uitgevende instelling bijkomende informatie of verduidelijking te vragen om de beslissing te nemen.
Richtsnoer 7: Beperkt netwerk als bedoeld in artikel 3, punt k), onder iii), PSD2

7.1. Bevoegde autoriteiten mogen van de betaalinstrumenten die onder het toepassingsgebied van artikel 3, punt k), onder iii), PSD2 vallen niet eisen dat zij voldoen aan de vereisten die van toepassing zijn op de instrumenten die zijn uitgesloten op grond van artikel 3, punt k), onder i) en ii), van PSD2.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/