+4.2 Data requirements
---+15. Om te voldoen aan de vereiste van artikel 76 van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode dat …
---+16. Om te voldoen aan de vereiste van artikel 174, onder b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 dat …
---+17. Om te voldoen aan de vereiste van representativiteit van de gegevens die worden gebruikt in het …
---+18. Instellingen dienen dezelfde normen en methoden te gebruiken voor het beoordelen van de …
---+19. Wanneer externe of gepoolde gegevens worden gebruikt, dienen instellingen voldoende informatie …
---+20. Instellingen dienen de representativiteit van gegevens te analyseren wanneer gebruik wordt …
---+21. Om te waarborgen dat de gegevens die worden gebruikt voor de ontwikkeling van het model voor …
---+22. Voor de toepassing van paragraaf 21(a) dienen instellingen de segmentering van blootstellingen …
---+23. Voor de toepassing van paragraaf 21(b) zouden instellingen ervoor moeten zorgen dat de …
---+24. Voor de toepassing van paragraaf 21(c) zouden instellingen de verdeling en de bandbreedte van …
---+25. Instellingen dienen de representativiteit van de gegevens voor de structuur van de portefeuille …
---+26. Voor de toepassing van paragraaf 21(d) dienen instellingen te analyseren of zich, in de …
---+27. Binnen het PD-model vereist de representativiteit van gegevens die worden gebruikt voor de …
---+28. Om ervoor te zorgen dat de gegevens die worden gebruikt voor risicokwantificering …
---+29. Voor de toepassing van paragraaf 28(a) dienen instellingen een analyse als gespecificeerd in …
---+30. Voor de toepassing van paragraaf 28(b), en om ervoor te zorgen dat de definitie van wanbetaling …
---+31. Voor de toepassing van paragraaf 28(c) dienen instellingen een passende analyse uit te voeren …
---+32. Voor de toepassing van paragraaf 28(d) dienen instellingen de analyse van de markt- en …
---+33. Voor de toepassing van paragraaf 28(e) dienen instellingen te analyseren of zich over de …
---+34. Wanneer de overeenkomstig de paragrafen 28 tot en met 33 beoordeelde representativiteit van de …
|
4.2 Data requirements
4.2.1 Quality of data
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
15. Om te voldoen aan de vereiste van artikel 76 van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode dat …
|
Om te voldoen aan de vereiste van artikel 76 van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode dat instellingen moeten beschikken over deugdelijke beleidslijnen, processen en methoden voor het beoordelen en verbeteren van de kwaliteit van de gegevens die worden gebruikt voor de door hen gehanteerde processen voor de meting en het beheer van kredietrisico, dienen instellingen ervoor te zorgen dat die beleidslijnen van toepassing zijn op alle voor modelontwikkeling en kalibratie gebruikte gegevens, evenals op de gegevens die worden gebruikt bij de toepassing van de risicoparameters.
|
|
16. Om te voldoen aan de vereiste van artikel 174, onder b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 dat …
|
Om te voldoen aan de vereiste van artikel 174, onder b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 dat bij de modelontwikkeling en de toepassing van risicoparameters gebruikte gegevens die worden ingevoerd in het model juist, volledig en relevant zijn, dienen deze voldoende precies te zijn om wezenlijke verstoringen van het resultaat van het onderbrengen van blootstellingen in debiteuren- of faciliteitsklassen of -groepen te voorkomen en mogen ze geen vertekeningen bevatten die de gegevens ongeschikt voor het doel maken. 4.2.2 Governance voor de representativiteit van gegevens
|
|
17. Om te voldoen aan de vereiste van representativiteit van de gegevens die worden gebruikt in het …
|
Om te voldoen aan de vereiste van representativiteit van de gegevens die worden gebruikt in het PD- en LGD-model, als gespecificeerd in artikel 174, onder c), artikel 179, lid 1, onder d), en artikel 179, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 en de artikelen 40 en 45 van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode, dienen instellingen te beschikken over deugdelijke beleidslijnen, processen en methoden voor het beoordelen van de representativiteit van de gegevens die worden gebruikt voor de raming van risicoparameters. Instellingen zouden in hun interne beleidsdocumenten moeten vermelden welke statistische tests en maatstaven worden gebruikt voor het beoordelen van de representativiteit van de gegevens die worden gebruikt voor risicodifferentiatie en, afzonderlijk, van de gegevens die ten grondslag liggen aan de risicokwantificering. Ook zouden instellingen moeten vermelden welke methoden worden gebruikt voor de kwalitatieve beoordeling van gegevens in de, in hun beleidsdocumenten beschreven, gevallen dat de toepassing van statistische tests niet mogelijk is.
|
|
18. Instellingen dienen dezelfde normen en methoden te gebruiken voor het beoordelen van de …
|
Instellingen dienen dezelfde normen en methoden te gebruiken voor het beoordelen van de representativiteit van gegevens uit verschillende bronnen, waaronder interne, externe of gepoolde gegevens of een combinatie daarvan, tenzij de specificiteit van de gegevensbron of van de beschikbare gegevens het gebruik van verschillende methoden rechtvaardigt.
|
|
19. Wanneer externe of gepoolde gegevens worden gebruikt, dienen instellingen voldoende informatie …
|
Wanneer externe of gepoolde gegevens worden gebruikt, dienen instellingen voldoende informatie in te winnen bij de leveranciers van de gegevens om de representativiteit van die externe of gepoolde gegevens voor de eigen portefeuilles en processen van de instelling te beoordelen. 4.2.3 Representativiteit van gegevens voor modelontwikkeling
|
|
20. Instellingen dienen de representativiteit van gegevens te analyseren wanneer gebruik wordt …
|
Instellingen dienen de representativiteit van gegevens te analyseren wanneer gebruik wordt gemaakt van statistische modellen of andere mechanische methoden om blootstellingen onder te brengen in klassen of groepen, of wanneer gebruik wordt gemaakt van statistische modellen voor het voorspellen van wanbetaling die PD-ramingen voor individuele debiteuren of faciliteiten genereren. Instellingen dienen een passende gegevensverzameling te selecteren voor modelontwikkeling, om ervoor te zorgen dat de werking van het model op de toepassingsportefeuille, en met name de discriminerende kracht ervan, niet significant wordt gehinderd door een onvoldoende representativiteit van gegevens.
|
|
21. Om te waarborgen dat de gegevens die worden gebruikt voor de ontwikkeling van het model voor …
|
Om te waarborgen dat de gegevens die worden gebruikt voor de ontwikkeling van het model voor het onderbrengen van debiteuren of faciliteiten in klassen of groepen, representatief zijn voor de toepassingsportefeuille waarop dat model betrekking heeft, zoals vereist door artikel 174, onder c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 en artikel 40, lid 2, van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode, dienen instellingen in de fase van de modelontwikkeling de representativiteit van de gegevens te analyseren met betrekking tot: - (a) het toepassingsgebied;
- (b) de definitie van wanbetaling;
- (c) de verdeling van de relevante risicokenmerken;
- (d) leningsnormen en invorderingsbeleid.
|
|
22. Voor de toepassing van paragraaf 21(a) dienen instellingen de segmentering van blootstellingen …
|
Voor de toepassing van paragraaf 21(a) dienen instellingen de segmentering van blootstellingen te analyseren en te bepalen of het toepassingsgebied van het betrokken model is gewijzigd in de periode waarop de gegevens die zijn gebruikt voor de ontwikkeling van het model voor het onderbrengen van debiteuren of blootstellingen in klassen of groepen, betrekking hebben. Wanneer er een wijziging wordt waargenomen, dienen instellingen de risicodeterminanten die relevant zijn voor de wijziging van het toepassingsgebied van het model te analyseren door hun verdeling in de referentiegegevensverzameling vóór en na de wijziging te vergelijken met elkaar en met de verdeling van die risicodeterminanten in de toepassingsportefeuille. Daartoe dienen instellingen gebruik te maken van statistische methoden, zoals clusteranalyse of soortgelijke technieken voor het aantonen van representativiteit. In geval van gepoolde modellen dient de analyse te worden uitgevoerd op het deel van het toepassingsgebied van het model dat door een instelling wordt gebruikt.
|
|
23. Voor de toepassing van paragraaf 21(b) zouden instellingen ervoor moeten zorgen dat de …
|
Voor de toepassing van paragraaf 21(b) zouden instellingen ervoor moeten zorgen dat de definitie van wanbetaling die ten grondslag ligt aan de gegevens die worden gebruikt voor modelontwikkeling, consequent wordt toegepast in de tijd en, in het bijzonder, consistent is met het volgende: - (a) dat er aanpassingen zijn gemaakt om consistentie met de vigerende definitie van wanbetaling te verwezenlijken wanneer de definitie van wanbetaling tijdens de waarnemingsperiode is gewijzigd;
- (b) dat de instelling toereikende maatregelen heeft genomen wanneer het model betrekking heeft op blootstellingen in meerdere rechtsgebieden die uiteenlopende definities van wanbetaling hanteren of hebben gehanteerd;
- (c) dat de definitie van wanbetaling in elke gegevensbron afzonderlijk is geanalyseerd;
- (d) dat de definitie van wanbetaling die wordt gebruikt voor modelontwikkeling geen negatief effect heeft op de structuur en werking van het ratingmodel wat de ratingdifferentiatie en de voorspellende kracht ervan betreft, wanneer deze definitie afwijkt van de definitie van wanbetaling die door de instelling wordt gebruikt overeenkomstig artikel 178 van Verordening (EU) nr. 575/2013.
|
|
24. Voor de toepassing van paragraaf 21(c) zouden instellingen de verdeling en de bandbreedte van …
|
Voor de toepassing van paragraaf 21(c) zouden instellingen de verdeling en de bandbreedte van de waarden van de belangrijkste risicokenmerken van de gegevens die worden gebruikt voor de ontwikkeling van het model voor risicodifferentiatie, moeten analyseren door deze te vergelijken met die van de toepassingsportefeuille. Voor LGD-modellen dienen instellingen deze analyse afzonderlijk uit te voeren voor blootstellingen ten aanzien waarvan zich geen wanbetaling heeft voorgedaan en blootstellingen ten aanzien waarvan zich een wanbetaling heeft voorgedaan.
|
|
25. Instellingen dienen de representativiteit van de gegevens voor de structuur van de portefeuille …
|
Instellingen dienen de representativiteit van de gegevens voor de structuur van de portefeuille te analyseren op basis van relevante risicokenmerken door middel van in hun beleidsdocumenten gespecificeerde statistische tests om ervoor te zorgen dat de bandbreedte van de in de toepassingsportefeuille voor deze risicokenmerken waargenomen waarden op adequate wijze wordt weerspiegeld in de ontwikkelingssteekproef. Wanneer de toepassing van statistische tests niet mogelijk is, dienen instellingen ten minste, op basis van de beschrijvende statistische gegevens, een kwalitatieve analyse van de structuur van de portefeuille uit te voeren, rekening houdend met mogelijke seasoning effects als bedoeld in artikel 180, lid 2, onder f), van Verordening (EU) nr. 575/2013. Bij het beoordelen van de resultaten van deze analyse dienen instellingen rekening te houden met de gevoeligheid van de risicokenmerken voor economische omstandigheden. Wezenlijke verschillen in de belangrijkste risicokenmerken tussen de steekproef van gegevens en de toepassingsportefeuille dienen te worden aangepakt, bijvoorbeeld door een andere steekproef of een deelverzameling van waarnemingen te gebruiken of door deze risicokenmerken op adequate wijze te laten weerspiegelen in het model als risicodeterminanten.
|
|
26. Voor de toepassing van paragraaf 21(d) dienen instellingen te analyseren of zich, in de …
|
Voor de toepassing van paragraaf 21(d) dienen instellingen te analyseren of zich, in de betreffende historische waarnemingsperiode, significante veranderingen in hun leningsnormen of invorderingsbeleid of in de betrokken wettelijke omgeving hebben voorgedaan, waaronder veranderingen in insolventiewetgeving, juridische executieprocedure en wettelijke bepalingen inzake realisatie van onderpand, die van invloed kunnen zijn op de hoogte van het risico of de verdeling of het bereik van risicokenmerken in de portefeuille die door het betreffende model worden bestreken. Wanneer instellingen dergelijke veranderingen waarnemen, dienen ze de vóór en na de verandering in de referentiegegevensverzameling opgenomen gegevens met elkaar te vergelijken. Instellingen zouden moeten zorgen voor vergelijkbaarheid van de vigerende overnemings- of invorderingsnormen met de normen die worden toegepast op de in de referentiegegevensverzameling opgenomen en voor modelontwikkeling gebruikte waarnemingen.
|
|
27. Binnen het PD-model vereist de representativiteit van gegevens die worden gebruikt voor de …
|
Binnen het PD-model vereist de representativiteit van gegevens die worden gebruikt voor de ontwikkeling van het model voor risicodifferentiatie niet dat de verhouding tussen blootstellingen ten aanzien waarvan zich een wanbetaling heeft voorgedaan en blootstellingen ten aanzien waarvan zich geen wanbetaling heeft voorgedaan, in deze gegevensverzameling gelijk is aan de verhouding tussen blootstellingen ten aanzien waarvan zich geen wanbetaling heeft voorgedaan en blootstellingen ten aanzien waarvan zich een wanbetaling heeft voorgedaan in de toepassingsportefeuille van de instelling. Instellingen dienen echter een voldoende aantal waarnemingen van blootstellingen ten aanzien waarvan zich geen wanbetaling heeft voorgedaan en van blootstellingen ten aanzien waarvan zich een wanbetaling heeft voorgedaan, op te nemen in de ontwikkelingsgegevensverzameling en dienen het verschil te documenteren. 4.2.4 Representativiteit van gegevens voor de kalibratie van risicoparameters
|
|
28. Om ervoor te zorgen dat de gegevens die worden gebruikt voor risicokwantificering …
|
Om ervoor te zorgen dat de gegevens die worden gebruikt voor risicokwantificering representatief zijn voor de toepassingsportefeuille die door het betreffende model wordt bestreken overeenkomstig onderafdeling 2 van afdeling 6 van hoofdstuk 3 in deel 3 van Verordening (EU) nr. 575/2013 en artikel 45, lid 2, van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode, dienen instellingen de vergelijkbaarheid van de gegevens die worden gebruikt voor het berekenen van de gemiddelde wanbetalingsgraden over een lange periode of de gemiddelde LGD's over een lange periode als bedoeld in artikel 179, lid 1, onder d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 en, indien relevant, de representativiteit van de pool overeenkomstig artikel 179, lid 2, onder b), van die verordening, te analyseren met betrekking tot het volgende: - (a) het toepassingsgebied;
- (b) de definitie van wanbetaling;
- (c) de verdeling van de relevante risicokenmerken;
- (d) de actuele en voorzienbare economische en marktomstandigheden;
- (e) leningsnormen en invorderingsbeleid.
|
|
29. Voor de toepassing van paragraaf 28(a) dienen instellingen een analyse als gespecificeerd in …
|
Voor de toepassing van paragraaf 28(a) dienen instellingen een analyse als gespecificeerd in paragraaf 22 uit te voeren.
|
|
30. Voor de toepassing van paragraaf 28(b), en om ervoor te zorgen dat de definitie van wanbetaling …
|
Voor de toepassing van paragraaf 28(b), en om ervoor te zorgen dat de definitie van wanbetaling die ten grondslag lag aan de gegevens die worden gebruikt voor risicokwantificering uit elke gegevensbron, consistent is met de vereisten van artikel 178 van Verordening (EU) nr. 575/2013, dienen instellingen de actuele door de instelling toegepaste definitie van wanbetaling te vergelijken met de definities die zijn gebruikt voor de waarnemingen die zijn opgenomen in de gegevensverzameling die wordt gebruikt voor risicokwantificering. Wanneer de definitie van wanbetaling tijdens de historische waarnemingsperiode is gewijzigd, dienen instellingen de representativiteit van de historische gegevens die zijn opgenomen in de referentiegegevensverzameling en die worden gebruikt voor risicokwantificering, op dezelfde wijze te beoordelen als gespecificeerd voor externe gegevens in hoofdstuk 6 van de EBA-richtsnoeren inzake de toepassing van de definitie van wanbetaling overeenkomstig artikel 178 van Verordening (EU) nr. 575/2013. Wanneer de definitie van wanbetaling tijdens de historische waarnemingsperiode meer dan eens is gewijzigd, zouden instellingen de analyse van elk van de definities uit het verleden afzonderlijk moeten analyseren.
|
|
31. Voor de toepassing van paragraaf 28(c) dienen instellingen een passende analyse uit te voeren …
|
Voor de toepassing van paragraaf 28(c) dienen instellingen een passende analyse uit te voeren om ervoor te zorgen dat op het niveau van het kalibratiesegment de bandbreedten van de waarden van de belangrijkste risicokenmerken in de toepassingsportefeuille vergelijkbaar zijn met die in de portefeuille die de referentiegegevensverzameling voor risicokwantificering vormt, in de mate die vereist is om ervoor te zorgen dat de risicokwantificering niet wordt vertekend.
|
|
32. Voor de toepassing van paragraaf 28(d) dienen instellingen de analyse van de markt- en …
|
Voor de toepassing van paragraaf 28(d) dienen instellingen de analyse van de markt- en economische omstandigheden die ten grondslag liggen aan de gegevens als volgt uit te voeren: - (a) ten aanzien van de PD-raming, overeenkomstig deel 5.3.4;
- (b) ten aanzien van de LGD-raming, overeenkomstig deel 6.3.2 en rekening houdend met een economische neergang als vereist door artikel 181, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 575/2013.
|
|
33. Voor de toepassing van paragraaf 28(e) dienen instellingen te analyseren of zich over de …
|
Voor de toepassing van paragraaf 28(e) dienen instellingen te analyseren of zich over de desbetreffende historische waarnemingsperiode significante wijzigingen in de leningsnormen of het invorderingsbeleid hebben voorgedaan die van invloed kunnen zijn op de hoogte van het risico of de verdeling of het bereik van de kenmerken van de relevante risicodeterminanten in de portefeuille die door het betrokken model wordt bestreken. Voor zover instellingen dergelijke wijzigingen waarnemen, dienen ze de potentiële vertekening in de ramingen van risicoparameters die uit deze wijzigingen resulteert als volgt te analyseren: - (a) ten aanzien van de PD-raming, de hoogte van de wanbetalingsgraden en het waarschijnlijke bereik van de variabiliteit van wanbetalingsgraden;
- (b) ten aanzien van de LGD-raming, de verliespercentages, de gemiddelde duur van invorderingsprocessen, de frequenties van het gebruik van bepaalde invorderingsscenario’s en de spreidingen van de ernst van het verlies.
|
|
34. Wanneer de overeenkomstig de paragrafen 28 tot en met 33 beoordeelde representativiteit van de …
|
Wanneer de overeenkomstig de paragrafen 28 tot en met 33 beoordeelde representativiteit van de gegevens onvoldoende is en leidt tot een vertekening of een verhoogde onzekerheid van de risicokwantificering, dienen instellingen een passende aanpassing te maken om de vertekening te corrigeren en een voorzichtigheidsmarge toe te passen overeenkomstig 4.4.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|