|
+15.7.1 Malus- en terugvorderingsregelingen |
15.7.1 Malus- en terugvorderingsregelingen290.Malus- of terugvorderingsregelingen zijn expliciete mechanismen voor risicoaanpassing achteraf waarbij de instelling zelf de beloning van het aangewezen personeelslid aanpast op basis van die mechanismen (bijvoorbeeld door toegekende geldelijke beloning te verlagen of door het aantal of de waarde van toegekende instrumenten te verlagen). 291.Onverminderd de algemene beginselen van het nationale verbintenissen- of arbeidsrecht dienen instellingen in staat te zijn malus- of terugvorderingsregelingen tot 100 % van de totale variabele beloning toe te passen overeenkomstig artikel 94, lid 1, onder n), van Richtlijn 2013/36/EU, ongeacht de methode die wordt gebruikt voor de betaling, met inbegrip van uitstel- of retentieregelingen. 292.Risicoaanpassingen achteraf dienen altijd plaats te vinden op basis van prestaties of risico’s. Risicoaanpassingen achteraf dienen een reactie te vormen op de werkelijke risico-uitkomsten of op veranderingen in aanhoudende risico’s van de instelling, het bedrijfsonderdeel of activiteiten van personeelsleden. Risicoaanpassingen achteraf mogen niet worden gebaseerd op het bedrag aan betaalde dividenden of de ontwikkeling van de aandelenkoers. 293.Instellingen dienen te analyseren of hun aanvankelijk bepaalde risicoaanpassingen vooraf voldoende waren, bijvoorbeeld of risico’s over het hoofd zijn gezien of onderschat, nieuwe risico’s zijn geïdentificeerd of onverwachte verliezen zijn opgetreden. De mate waarin een risicoaanpassing achteraf noodzakelijk is, hangt af van de nauwkeurigheid van de risicoaanpassing vooraf en wordt op basis van back-tests door de instelling vastgesteld. 294.Bij het vaststellen van criteria voor de toepassing van malus- en terugvorderingsregelingen overeenkomstig artikel 94, lid 1, onder n), van Richtlijn 2013/36/EU, dienen instellingen ook een periode vast te stellen gedurende welke de malus- of terugvorderingsregeling van toepassing is op aangewezen personeelsleden. Deze periode dient ten minste de uitstel- en retentieperiode te omvatten. Instellingen kunnen verschillende criteria vaststellen voor de toepassing van malus- en terugvorderingsregelingen. Terugvordering dient met name te worden toegepast in het geval van fraude of ander opzettelijk gedrag of ernstige nalatigheid met aanzienlijke verliezen tot gevolg. 295.Instellingen dienen ten minste de in eerste instantie gehanteerde prestatie- en risicocriteria toe te passen om te waarborgen dat er een verband bestaat tussen de aanvankelijke prestatiemeting en de back-test daarvan. Instellingen dienen naast de criteria van artikel 94, lid 1, onder n), i) en ii), van Richtlijn 2013/36/EU gebruik te maken van specifieke criteria, waaronder:
297.Malus- en terugvorderingsregelingen leiden wanneer dat passend is tot een verlaging van de variabele beloning. In geen geval leidt een expliciete risicoaanpassing achteraf tot verhoging van de aanvankelijk toegekende variabele beloning, of, wanneer in het verleden al een malus- of terugvorderingsregeling is toegepast, tot verhoging van de verlaagde variabele beloning. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|