|
+4.7. Meerjarig testprogramma |
4.7. Meerjarig testprogramma130. De afwikkelingsautoriteiten dienen, rekening houdend met het in paragraaf 4.6 bedoelde zelfbeoordelingsverslag en in het bijzonder met de op grond van punt 124 (d-f) gevraagde elementen, een meerjarig programma voor het testen van de afwikkelbaarheid van onder hun bevoegdheid vallende instellingen vast te stellen. Het programma dient alle capaciteiten te omvatten die in deze richtsnoeren en de EBA-richtsnoeren inzake overdraagbaarheid8 zijn vastgelegd. 131. Het programma bestrijkt een periode van drie jaar (waarvan de laatste twee indicatief zijn) om instellingen in staat te stellen hun inspanningen op het gebied van afwikkelingsplanning te optimaliseren. Het moet jaarlijks door de afwikkelingsautoriteit worden bijgewerkt/bevestigd. Het resultaat van de jaarlijkse toetsing moet onverwijld aan de instellingen worden meegedeeld. 132. De afwikkelingsautoriteiten dienen de instellingen in kennis te stellen van het in punt 130 bedoelde programma voor het testen van de afwikkelbaarheid en van de jaarlijkse actualiseringen of bekrachtigingen daarvan als bedoeld in punt 131, uiterlijk tegelijkertijd met de samenvatting van het afwikkelingsplan en de beoordeling van de afwikkelbaarheid overeenkomstig artikel 10, lid 7, punt a), van Richtlijn 2014/59/EU. 133. Rekening houdend met de in bijlage 4 opgenomen niet-uitputtende lijst dienen de afwikkelingsautoriteiten in het (in punt 130 bedoelde) programma voor het testen van de afwikkelbaarheid het scala aan beoordelingen, tests, methodologieën, praktijken en instrumenten vast te stellen, die zij voornemens zijn te gebruiken om de adequaatheid te testen van de regelingen die instellingen hebben getroffen om de uitvoering van hun afwikkelingsstrategie te ondersteunen. 134. Bij de keuze van de testtechnieken in hun in punt 130 beschreven programma voor het testen van de afwikkelbaarheid dienen afwikkelingsautoriteiten een risicogebaseerde benadering te volgen op basis van het risicoprofiel, de omvang en het bedrijfsmodel van de instellingen (bv. SREP-categorisering9 ) en de algemene SREP-score,10 en rekening te houden met het volgende:
135. In de context van grensoverschrijdende afwikkelingsgroepen dient het meerjarige programma voor het testen van de afwikkelbaarheid te worden besproken tussen de afwikkelingsautoriteiten op groepsniveau en de afwikkelingsautoriteiten van de dochterondernemingen die aan deze richtsnoeren onderworpen zijn. 136. In het geval van grensoverschrijdende groepen dient het meerjarenprogramma voor het testen van de afwikkelbaarheid van de afwikkelingsentiteiten, met inbegrip van de daarin vastgestelde tests, te worden uitgevoerd door de afwikkelingsautoriteit van de afwikkelingsentiteit of door de afwikkelingsautoriteiten van de lidstaat van ontvangst in coördinatie met de afwikkelingsautoriteit van de afwikkelingsentiteit, zoals tussen hen onderling is overeengekomen. 137. De afwikkelingsautoriteiten dienen de instelling en, in het geval van een grensoverschrijdende groep, ten minste de leden van het afwikkelingscollege in kennis te stellen van de resultaten van alle tests die overeenkomstig het in punt 130 bedoelde programma voor het testen van de afwikkelbaarheid zijn uitgevoerd. 8 EBA/GL/2022/11. 9 “SREP-categorisering”: de indicator van de systeemrelevantie van de instelling die wordt vastgesteld op basis van de omvang en complexiteit van de instelling en de reikwijdte van haar activiteiten. Zie ook paragraaf 2.1.1 van de herziene SREP GL van EBA (EBA/GL/2022/03). 10 Zie definitie in de herziene SREP GL van EBA (EBA/GL/2022/03), blz. 21. “Totale SREP-score”: de numerieke indicator van het algehele risico voor de levensvatbaarheid van de instelling op basis van de totale SREP-beoordeling. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|