+4.8. Master-playbook

4.8. Master-playbook

138. De moederonderneming in de Unie en de afwikkelingsentiteiten van een afwikkelingsgroep waarop artikel 92 bis of 92 ter van Verordening (EU) nr. 575/2013 van toepassing is of waarvan de totale activa op het niveau van de afwikkelingsgroep meer dan 100 miljard EUR bedragen, en de door de betrokken afwikkelingsautoriteit aangewezen entiteiten die niet aan artikel 92 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013 onderworpen zijn en die deel uitmaken van een afwikkelingsgroep waarvan de totale activa minder dan 100 miljard EUR bedragen, maar waarvan de afwikkelingsautoriteit overeenkomstig artikel 45 quater, lid 6, van Richtlijn 2014/59/EU heeft geoordeeld dat het redelijkerwijs waarschijnlijk is dat zij bij een faillissement ervan een systeemrisico zullen opleveren, dienen een master-playbook te ontwikkelen.

139. Het master-playbook dient van andere dan de in punt 138 bedoelde instellingen te worden verlangd wanneer de afwikkelingsautoriteit van oordeel is dat dit gerechtvaardigd is vanwege de complexiteit van de organisatie en de daaruit voortvloeiende behoefte aan een hoge mate van coördinatie van de afwikkelbaarheidscapaciteiten.

140. Het master-playbook dient11 :

  • a. de belangrijkste rollen en verantwoordelijkheden van het senior management in de aanloop naar en tijdens de afwikkeling te definiëren;
  • b. de kwestie en de tijdschema’s vast te leggen waarover het management beslissingen moet nemen in de aanloop naar en tijdens de afwikkeling;
  • c. de triggers uiteen te zetten voor de activering van sub-playbooks (playbooks voor bail-in en overdracht, calamiteitenplannen voor toegang tot FMI’s, communicatie);
  • d. de bron, de termijnen en het formaat van de informatiebronnen vast te leggen die deze besluiten van de raad van bestuur zullen ondersteunen;
  • e. aan te tonen hoe de verschillende elementen van de uitvoering van de afwikkelingsstrategie met elkaar interageren, en met name met het onderstaande:
  • i. bail-in-uitvoering (playbook voor bail-in);
  • ii. playbook voor overdracht (indien van toepassing);
  • iii. waardering;
  • iv. financiering en liquiditeit bij afwikkeling (inclusief onderpandmonitoring/strategie voor financiering bij afwikkeling);
  • v. toegang tot FMI’s (met inbegrip van noodplannen);
  • vi. operationele continuïteit (inclusief dienstencatalogus);
  • vii. bedrijfsreorganisatieplan.

141. Instellingen dienen hun master-playbooks ten minste eenmaal per jaar of na een wijziging van hun juridische of organisatiestructuur te actualiseren, dan wel na een wijziging van hun operationele of financiële omstandigheden die een wezenlijk effect kan hebben op of een wijziging van het master-playbook noodzakelijk maakt. De afwikkelingsautoriteiten moeten onverwijld in kennis worden gesteld van het resultaat van de jaarlijkse toetsing.

142. Na bijlage 3 van de richtsnoeren inzake afwikkelbaarheid worden de bijlagen 4 en 5 als volgt ingevoegd:


11 Bijlage 5 bevat een beschrijving op hoog niveau van de architectuur van het master-playbook.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/