+Afdeling 4 – Vereisten inzake kredietwaardigheidsbeoordeling
---+Richtsnoer 1: Verificatie van het inkomen van de consument
---+Richtsnoer 2: Documentatie en bewaring van informatie
---+Richtsnoer 3: Identificatie en preventie van verkeerde voorstellingen van zaken
---+Richtsnoer 4: Beoordeling van het vermogen van de consument om de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen na te komen
---+Richtsnoer 5: Inaanmerkingneming van aangegane betalingsverplichtingen en andere niet ‐ discretionaire uitgaven
---+Richtsnoer 6: Inaanmerkingneming van potentiële toekomstige negatieve scenario's
|
Afdeling 4 – Vereisten inzake kredietwaardigheidsbeoordeling
Afdeling 4 – Vereisten inzake kredietwaardigheidsbeoordeling
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Richtsnoer 1: Verificatie van het inkomen van de consument
|
1.1 Wanneer de kredietgever nagaat of een consument de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen kan nakomen als bedoeld in artikel 18 van Richtlijn 2014/17/EU, doet hij al het redelijke om inlichtingen in te winnen en neemt hij redelijke stappen om de onderliggende inkomenscapaciteit van de consument, diens inkomensgeschiedenis en de eventuele variabiliteit in de loop van de tijd te onderzoeken. 1.2 In het geval van consumenten die zelfstandige zijn of een seizoensgebonden inkomen of een ander onregelmatig inkomen hebben, doet de kredietgever al het redelijke om inlichtingen in te winnen en neemt hij redelijke stappen om informatie die betrekking heeft op het vermogen van de consument om de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen na te komen, te verifiëren, met inbegrip van winstcapaciteit en verificatie door derden om het inkomen te documenteren.
|
|
Richtsnoer 2: Documentatie en bewaring van informatie
|
2.1 De kredietgever documenteert alle informatie die tot goedkeuring van de hypotheek leidt, en bewaart deze documentatie ten minste voor de duur van de kredietovereenkomst. 2.2 De kredietgever ziet erop toe dat voor de bevoegde autoriteiten een dossier beschikbaar is met een adequate toelichting op de genomen stappen om het inkomen te verifiëren. Het dossier bevat ten minste de inkomensgeschiedenis die voor elke aanvrager is verzameld.
|
|
Richtsnoer 3: Identificatie en preventie van verkeerde voorstellingen van zaken
|
3.1 Om kredietwaardigheidsbeoordelingen op betrouwbare wijze te kunnen uitvoeren, zet de kredietgever de leningendocumentatie op zodanige wijze op dat deze helpt verkeerde voorstellingen van zaken door de consument, de kredietgever of een kredietbemiddelaar te identificeren en te voorkomen.
|
|
Richtsnoer 4: Beoordeling van het vermogen van de consument om de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen na te komen
|
4.1 De kredietgever houdt bij de beoordeling van het vermogen van de consument om de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen na te komen rekening met alle relevante factoren die van invloed zouden kunnen zijn op het vermogen van de consument om zijn/haar verplichtingen na te komen zonder dat dit tot te zware lasten en een te hoge schuld leidt. Deze factoren kunnen andere aflossingsverplichtingen, de rentevoeten daarvan en de openstaande hoofdsom op deze schulden omvatten, evenals bewijsstukken van gemiste betalingen en direct relevante belastingen en verzekeringen, indien bekend. 4.2 De kredietgever stelt goede procedures vast voor het beoordelen van het vermogen van de consument om de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen na te komen en houdt actuele gegevens van deze procedures bij. De kredietgever evalueert deze procedures regelmatig. 4.3 Als de looptijd van de lening zich uitstrekt tot na de verwachte datum van pensionering van de consument, houdt de kredietgever naar behoren rekening met de toereikendheid van het waarschijnlijke inkomen van de consument en zijn/haar vermogen om de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen na pensionering te blijven nakomen. 4.4 De kredietgever ziet erop toe dat het vermogen van de consument om de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen na te komen niet is gebaseerd op een verwachte substantiële stijging van het inkomen van de consument, tenzij de documentatie voldoende bewijs van een dergelijke stijging verschaft.
|
|
Richtsnoer 5: Inaanmerkingneming van aangegane betalingsverplichtingen en andere niet ‐ discretionaire uitgaven
|
5.1 De kredietgever houdt bij de beoordeling van het vermogen van de consument om de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen na te komen op redelijke wijze rekening met aangegane betalingsverplichtingen en andere niet ‐ discretionaire uitgaven, zoals werkelijke verplichtingen van de consument, met inbegrip van een passende onderbouwing en inaanmerkingneming van de uitgaven voor levensonderhoud van de consument.
|
|
Richtsnoer 6: Inaanmerkingneming van potentiële toekomstige negatieve scenario's
|
6.1 De kredietgever houdt bij de beoordeling van het vermogen van de consument om de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen na te komen op prudentiële wijze rekening met potentiële negatieve scenario's in de toekomst, zoals een lager inkomen na pensionering, een stijging van de referentierentevoet in het geval van hypotheken met een variabele rente, negatieve afschrijving, ballonbetalingen, of uitstel van aflossing op de hoofdsom of van rentebetaling.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|