|
+8.5 Uitkeringen uit hoofde van discretionair pensioen |
8.5 Uitkeringen uit hoofde van discretionair pensioen151.Uitkeringen uit hoofde van discretionair pensioen zijn een vorm van variabele beloning. Wanneer de voorwaarden van de pensioenregeling van het bedrijf pensioenuitkeringen omvatten die niet zijn gebaseerd op prestaties en consequent worden toegekend aan een bepaalde categorie personeelsleden, dienen deze pensioenuitkeringen niet als discretionair te worden beschouwd, maar als onderdeel van gangbare arbeidsvoorwaardenpakketten zoals gedefinieerd in het hoofdstuk met definities in deze richtsnoeren. Uitkeringen uit hoofde van discretionair pensioen zijn geen ontslagvergoedingen, zelfs niet wanneer de werknemer besluit vervroegd met pensioen te gaan. 152.De instelling dient ervoor te zorgen dat aan een personeelslid dat de instelling verlaat of met pensioen gaat, geen uitkeringen uit hoofde van discretionair pensioen worden betaald zonder dat er rekening wordt gehouden met de economische situatie van de instelling of met door het personeelslid genomen risico’s die op lange termijn gevolgen kunnen hebben voor de instelling. 153.Het volledige bedrag aan uitkeringen uit hoofde van discretionair pensioen moet overeenkomstig artikel 94, lid 1, onder o), van en behoudens de afwijking uit hoofde van artikel 94, lid 3, Richtlijn 2013/36/EU worden toegekend in de vorm van in artikel 94, lid 1, onder l), van die richtlijn bedoelde instrumenten en:
154.Instellingen behoren ervoor te zorgen dat malus- en terugvorderingsregelingen op discretionaire pensioenuitkeringen op dezelfde wijze worden toegepast als op andere variabele beloningscomponenten. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|