|
+10.2 Omzeiling |
10.2 Omzeiling183.Instellingen dienen te waarborgen dat de variabele beloning niet wordt betaald via vehikels of methoden die gericht zijn op of feitelijk leiden tot niet-naleving van de beloningsvereisten en de bepalingen van deze richtsnoeren voor aangewezen personeelsleden of, wanneer die vereisten gelden voor alle personeelsleden, van de beloningsvereisten voor alle personeelsleden. Hiertoe behoren ook regelingen tussen de instelling en derde partijen waarin het personeelslid een financieel of persoonlijk belang heeft. 184.Onder “omzeiling” wordt verstaan het niet naleven van beloningsvereisten. Hiervan is sprake wanneer een instelling over het geheel beschouwd niet voldoet aan het eigenlijke doel van het vereiste, terwijl zij formeel wel naar de letter van de beloningsvereisten handelt. 185.Er is onder meer in de volgende situaties sprake van omzeiling:
186.Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de methode voor het meten van de prestaties voldoende controles bevat, zodat de toekenningscriteria niet kunnen worden gemanipuleerd. Wanneer die controles ontbreken, is de variabele beloning niet naar behoren gekoppeld aan prestaties en wordt het beloningsbeleid niet naar behoren uitgevoerd; elke betaling van variabele beloning kan in die situatie leiden tot een schending van de regelgevingsvereisten. Mogelijke manipulaties zijn onder meer ongefundeerde besluiten in het bilaterale prestatiemetingsproces, bijvoorbeeld wanneer er geen objectieve normen zijn voor de besluitvorming over de vraag of personeelsleden hun doel hebben bereikt. 187.Instellingen mogen geen compensatie verstrekken voor eventuele verminderingen of herstructureringen van variabele beloning, bijvoorbeeld in het kader van herstel- en afwikkelingsmaatregelen of andere uitzonderlijke overheidsmaatregelen in latere jaren of door andere betalingen, vehikels of methoden. 188.Instellingen mogen geen groepsstructuren of overzeese entiteiten opzetten of contracten met personen sluiten die namens de instelling handelen om de uitkomst van de aanwijzingsprocedure te manipuleren (bijvoorbeeld omdat een lidstaat de in artikel 109, lid 6, van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde afwijking toepast) en om de naleving van de beloningsvereisten en de bepalingen van deze richtsnoeren te omzeilen voor personeelsleden voor wie deze vereisten en bepalingen normaal gesproken zouden gelden. 189.Wanneer instellingen kortlopende contracten (van bijvoorbeeld een jaar) gebruiken en deze regelmatig verlengen, dienen de bevoegde autoriteiten te toetsen of die contracten een vehikel of methode zijn om de beloningsvereisten van Richtlijn 2013/36/EU te omzeilen, bijvoorbeeld omdat ze in feite leiden tot variabele beloning, en dienen zij passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat instellingen voldoen aan de vereisten van artikel 92 en 94 van Richtlijn 2013/36/EU. 190.Wanneer beloning volgens de richtsnoeren in hoofdstuk 7 vaste beloning is maar in instrumenten wordt uitbetaald, moeten instellingen en bevoegde autoriteiten bepalen of de gebruikte instrumenten de vaste beloningscomponent veranderen in een variabele beloningscomponent doordat er een koppeling tot stand is gebracht met de prestaties van de instelling. Instellingen mogen financiële instrumenten niet gebruiken als onderdeel van de vaste beloning om vereisten betreffende variabele beloning te omzeilen; ook mogen de gebruikte instrumenten geen prikkels bevatten voor het nemen van buitensporige risico’s. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|