+4.3 Toestemming voor de toepassing van het groepskapitaalcriterium: voorwaarden om de beleggingsondernemingsgroep voldoende eenvoudig te kunnen achten
---+14. De bevoegde autoriteiten mogen er niet van worden weerhouden om een beleggingsondernemingsgroep …

4.3 Toestemming voor de toepassing van het groepskapitaalcriterium: voorwaarden om de beleggingsondernemingsgroep voldoende eenvoudig te kunnen achten

4.3 Toestemming voor de toepassing van het groepskapitaalcriterium: voorwaarden om de beleggingsondernemingsgroep voldoende eenvoudig te kunnen achten

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
14. De bevoegde autoriteiten mogen er niet van worden weerhouden om een beleggingsondernemingsgroep …

De bevoegde autoriteiten mogen er niet van worden weerhouden om een beleggingsondernemingsgroep die niet aan alle voorwaarden van afdeling 4.2 voldoet, te beschouwen als voldoende eenvoudig voor de toepassing van artikel 8, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

  • (a) het aantal ondernemingen in de groep als bedoeld in artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033, met inbegrip van de EU-moederbeleggingsonderneming, de EU-moederbeleggingsholding of de gemengde financiële EU-moederholding, is gelijk aan of kleiner dan zes;
  • (b) in afwijking van punt a) kunnen de bevoegde autoriteiten een beleggingsondernemingsgroep die meer dan zes ondernemingen omvat, als voldoende eenvoudig beschouwen als zij concluderen dat de groepsstructuur consistent is met het bedrijfsmodel en met de activiteiten van de beleggingsondernemingsgroep, en de groep voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 15, punt e);
  • (c) de beleggingsondernemingsgroep omvat niet meer dan één moederonderneming tussen de EU-moederbeleggingsonderneming, de EU-moederbeleggingsholding of de gemengde financiële EU-moederholding, en een dochteronderneming;
  • (d) in afwijking van punt c), kunnen de bevoegde autoriteiten een beleggingsondernemingsgroep die meer dan één moederonderneming tussen de EU-moederbeleggingsonderneming, de EU-moederbeleggingsholding of de gemengde financiële EU-moederholding en een dochteronderneming omvat, als voldoende eenvoudig beschouwen indien de meerderheid van de stemrechten van alle ondernemingen van de groep in handen is van andere ondernemingen van die groep, en de groepsstructuur consistent is met het bedrijfsmodel en de activiteiten van de beleggingsondernemingsgroep, zodanig dat risico’s kunnen worden beperkt, met inbegrip van risico’s die uitgaan van ondernemingen van de groep die voor eigen rekening handelen of van groepsstructuren die door nationale wetgeving worden opgelegd;
  • (e) er zijn geen activiteiten in verband met ASA en CMH uitbesteed aan een andere groepsonderneming;
  • (f) activiteiten met betrekking tot beheerd vermogen worden uitbesteed binnen ondernemingen van de groep met een percentage van niet meer dan 150% van de drempel die is vastgesteld in artikel 12, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 voor groepen met niet meer dan twee ondernemingen met een positief beheerd vermogen; dit percentage wordt verhoogd met 50% voor elke extra onderneming van de groep met een positief beheerd vermogen. Voor de toepassing van dit punt moeten de waarden voor de berekening betrekking hebben op het voorgaande boekjaar en moet de terugoverdracht van de activiteit buiten beschouwing worden gelaten;
  • (g) indien er contracten of regelingen bestaan voor de overdracht van handelsposities tussen ondernemingen van de groep, moet de waarde van de overgedragen handelsposities lager zijn dan tweemaal de in artikel 94, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 575/2013 vastgestelde drempel voor posities die onder K-NPR of K-CMG vallen, op basis van de cijfers van het voorgaande boekjaar. Voor de toepassing van dit punt moeten alle activa en posities met een negatieve reële waarde tegen absolute waarde worden gewaardeerd en is verrekening niet toegestaan. Voor de toepassing van dit punt mag de overdracht terug naar de ondernemingen van de groep niet meetellen voor deze drempel;
  • (h) indien de overdracht van activiteiten waarop K-AUM, K-ASA, K-CMH, K-NPR en K-CMG van toepassing zijn, plaatsvindt als gevolg van een herstructurering van de groep, met inbegrip van fusies en overnames, mag de waarde van de overgedragen activiteiten niet meetellen voor de toepassing van de in paragraaf 14, punten e), f) en g), vermelde drempels voor het boekjaar waarin de herstructurering van de groep plaatsvond;
  • (i) de kapitaalbinding, de eigendomsstructuur en de contractuele overeenkomsten tussen de EU-moederbeleggingsonderneming, de EU-moederbeleggingsholding of de gemengde financiële EU-moederholding en de groepsondernemingen, alsook die tussen de ondernemingen van de groep, op verzoek beschikbaar zijn voor de bevoegde autoriteit;
  • (j) de kapitaalbinding, de eigendomsstructuur en de in punt i) bedoelde contractuele overeenkomsten vormen geen belemmering voor de uitoefening van zeggenschap door de EU-moederbeleggingsonderneming, de EU-moederbeleggingsholding of de gemengde financiële EU-moederholding over de groepsondernemingen;
  • (k) de punt i) bedoelde kapitaalbinding, de eigendomsstructuur en contractuele overeenkomsten hebben geen zodanige gevolgen voor de governance van de groep als geheel dat toezicht op geconsolideerde basis vereist is.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/