+Bijlage I – Lijst van minimumcategorieën van herstelplanindicatoren en illustratieve lijst van herstelplanindicatoren
---+A. Minimumcategorieën voor alle uitgevers van ART’s en EMT’s
---+Categorie 1. Indicatoren van het liquiditeitsrisico
---+Categorie 2. Afzonderlijke risico-indicatoren
---+Categorie 3. Indicatoren kredietrisico/kwaliteit van activa
---+Categorie 4. Indicatoren met betrekking tot gerelateerde activa
---+Categorie 5. Kapitaaltoereikendheidsindicatoren
---+verstrekken
---+Categorie 6. Marktrisico-indicatoren
---+Categorie 7. Concentratierisico-indicatoren
---+Categorie 8. Indicatoren van het marktvertrouwen

Bijlage I – Lijst van minimumcategorieën van herstelplanindicatoren en illustratieve lijst van herstelplanindicatoren

Lijst van minimumcategorieën en niet-uitputtende lijst van herstelplanindicatoren

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
A. Minimumcategorieën voor alle uitgevers van ART’s en EMT’s

A. Minimumcategorieën voor alle uitgevers van ART’s en EMT’s

Categorie 1. Indicatoren van het liquiditeitsrisico
  • a) Direct opvraagbare deposito’s bij kredietinstellingen en (indien van toepassing) centrale banken/dagelijks terugbetaald bedrag (gemiddeld vijf voortschrijdende dagen)
  • b) Direct opvraagbare deposito’s bij kredietinstellingen en (indien van toepassing) centrale banken + omgekeerde retrocessieovereenkomsten die kunnen worden beëindigd met een opzegtermijn van één werkdag + zeer liquide financiële instrumenten / hoogste dagelijks afgelost bedrag over de afgelopen drie maanden
  • c) Direct opvraagbare deposito’s bij kredietinstellingen en (indien van toepassing) centrale banken + omgekeerde retrocessieovereenkomsten die kunnen worden beëindigd met een opzegtermijn van vijf werkdagen + zeer liquide financiële instrumenten / som van de vijf hoogste dagelijks terugbetaalde bedragen in de afgelopen twaalf maanden
  • d) Direct opvraagbare deposito’s bij kredietinstellingen en (indien van toepassing) centrale banken + omgekeerde retrocessieovereenkomsten die met een opzegtermijn van één werkdag kunnen worden beëindigd + zeer liquide financiële instrumenten/som van het hoogste dagelijkse afgeloste bedrag gedurende de laatste drie maanden aan de (x6 ) grootste tokenhouders
  • e) Dagelijkse nettostroom, d.w.z. uitgegeven token – verzilverd token (gemiddelde over vijf voortschrijdende dagen)

6 Aantal grootste tokenhouders door rekening te houden met de principes die zijn vastgelegd in deze richtlijnen. Er kunnen meerdere indicatoren worden gebruikt, elk met een verschillend aantal van de grootste tokenhouders als dit beter aansluit bij hun risicobeheerpraktijken.

Categorie 2. Afzonderlijke risico-indicatoren
  • a) Elk incident dat de regelmatige werking van de diensten van de uitgever of de bedrijfscontinuïteit ervan aanzienlijk verstoort (bijv. langdurige niet-beschikbaarheid die gevolgen heeft voor IT-systemen of tokenleversystemen; storingen in de infrastructuur, waaronder disfuncties van de Distributed Ledger Technology; risico’s als gevolg van de interoperabiliteit van verschillende infrastructuren, bijv. via bruggen), ook wanneer dit wordt veroorzaakt door een derde dienstverlener
  • b) Doelstelling hersteltijd (d.w.z. de maximaal aanvaardbare tijd om te herstellen van een product- of systeemfout)
  • c) Maximale tijd sinds het ontslag of langdurige afwezigheid van belangrijke medewerkers
  • d) Schending of verwachte schending van een regelgevingsvereiste
  • e) Juridisch risico
Categorie 3. Indicatoren kredietrisico/kwaliteit van activa
  • a) Zeer liquide financiële activa met indicatoren voor bijzondere waardevermindering (bijv. indicatoren voor bijzondere waardevermindering van de kredietkwaliteit zoals vastgelegd in IFRS 9) / activareserve
  • b) Totaalbedrag van de activareserve, aangehouden als deposito’s bij kredietinstellingen met de laagste kredietrating volgens de risicobereidheid van de uitgever overeenkomstig artikel 36, lid 4, van Verordening (EU) 2023/1114 / totaal bankdeposito binnen de activareserve
  • c) Afstand van het minimumniveau van overcollateralisatie (als gespecificeerd in artikel 36, lid 4, van Verordening (EU) 2023/1114)
  • d) Negatieve verandering in de kredietrating van belangrijke tegenpartijen (bijv. kredietinstelling die deposito van uitgever aanhoudt)
Categorie 4. Indicatoren met betrekking tot gerelateerde activa
  • a) Het risico van ontkoppeling, te meten als de verhouding tussen de marktwaarde van het token en de marktwaarde van de activa waarnaar wordt verwezen
  • b) wijzigingen in de regelgeving die een negatief effect hebben op het activum/de activa waarnaar wordt verwezen;
  • c) Bevriezing of aanzienlijke negatieve verandering in de liquiditeit van de markt waar het onderliggende activum/de onderliggende activa wordt/worden verhandeld
Categorie 5. Kapitaaltoereikendheidsindicatoren
  • a) Indicator voor het eigen vermogen

B. Aanvullende minimumcategorieën voor uitgevers van significante ART’s en EMT’s en voor andere uitgevers die de bevoegde autoriteit geen passende motivering voor de niet-opneming

verstrekken

verstrekken

Categorie 6. Marktrisico-indicatoren
  • a) Verhouding “Dagelijkse verandering van reserve van de marktwaarde van activa / (x7 ) voortschrijdend daggemiddelde”.
  • b) Verhouding “Volatiliteit van de ‘activareserve’/Volatiliteit van de ‘gerelateerde activa’”
  • c) Gevoeligheid voor rentewijzigingen van de activareserve
  • d) Verhouding “Waarde risico van de activareserve/Eigen vermogen van de uitgever”

7 Aantal dagen, door rekening te houden met de in deze richtsnoeren neergelegde beginselen. Er kunnen meerdere indicatoren worden gebruikt, elk met een andere tijdshorizon als dit beter aansluit bij hun risicobeheersingspraktijken.

Categorie 7. Concentratierisico-indicatoren
  • a) Verhouding “Waarde van de door de vijf grootste tegenpartijen aangehouden tokens / totale waarde van de verstrekte tokens”
  • b) Verhouding “(deposito bij een enkele bankgroep + door één tegenpartij uitgegeven effecten) / maximale concentratielimiet8 ”
  • c) Concentratieverhouding van deposito’s aangehouden bij kredietinstellingen/maximale concentratievhouding voor deposito’s

8 Overeenkomstig artikel 36, lid 4, van Verordening (EU) 2023/1114.

Categorie 8. Indicatoren van het marktvertrouwen
  • a) Negatieve media-aandacht9 voor de uitgever of de uitgegeven tokens
  • b) Negatief nieuws of media-aandacht voor belangrijke tegenpartijen (bijv. aanbieder van bewaardiensten; banken die een aanzienlijk bedrag aan deposito’s aanhouden)
  • c) Overschrijding of verwachte overschrijding van de drempelwaarden van de indicatoren van het herstelplan ten opzichte van andere uitgegeven tokens
  • d) Materiële veranderingen in de frequentie of het bedrag van betalingen die worden uitgevoerd met behulp van het token, alsmede in de manier waarop tokens worden gebruikt als betaalmiddel
  • e) Aantasting van de reputatie van de uitgever of van belangrijke vertegenwoordigers van de uitgever
  • f) Plotselinge toename van terugbetalingsverzoeken
  • g) Plotselinge daling van de uitgifte van tokens

9 De verwijzing naar media omvat sociale netwerken en gespecialiseerde bloggingsplatforms.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/