+Toepassingsgebied
---+7. Deze richtsnoeren gelden met betrekking tot artikel 74 van Richtlijn 2013/36/EU, waarin wordt …
---+8. De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat kredietinstellingen op een individuele …
---+9. Alle hoofdstukken van deze richtsnoeren gelden voor alle blootstellingen die onder de definities …
---+10. Ten behoeve van de hierboven genoemde definities van niet-renderende en respijtblootstellingen …
---+11. Kredietinstellingen met een bruto NPL-ratio van 5% of hoger op geconsolideerd …
---+12. Wanneer kredietinstellingen een bruto NPL-ratio van minder dan 5% hebben, maar een hoog aandeel …
---+13. Bovendien kunnen bevoegde autoriteiten bepalen dat andere kredietinstellingen dan die welke …
---+14. Alle kredietinstellingen passen de hoofdstukken 6 tot en met 9 toe.
---+15. Kredietinstellingen voldoen aan deze richtsnoeren op een wijze die aansluit bij hun omvang en …
---+16. Evenredigheid in termen van de beoordeling door de toezichthouder van de NPE-strategie van een …
|
Toepassingsgebied
Toepassingsgebied
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
7. Deze richtsnoeren gelden met betrekking tot artikel 74 van Richtlijn 2013/36/EU, waarin wordt …
|
Deze richtsnoeren gelden met betrekking tot artikel 74 van Richtlijn 2013/36/EU,2 waarin wordt geëist dat instellingen beschikken over solide governanceregelingen, waaronder een duidelijke organisatiestructuur met duidelijk omschreven, transparante en samenhangende verantwoordelijkheden, effectieve procedures voor de vaststelling, het beheer, de bewaking en de rapportage van de risico's waaraan zij blootstaan of bloot kunnen komen te staan, en adequate controlemechanismen.
2 Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).
|
|
8. De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat kredietinstellingen op een individuele …
|
De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat kredietinstellingen op een individuele, gesubconsolideerde en geconsolideerde basis aan deze richtsnoeren voldoen, overeenkomstig artikel 109 van Richtlijn 2013/36/EU.
|
|
9. Alle hoofdstukken van deze richtsnoeren gelden voor alle blootstellingen die onder de definities …
|
Alle hoofdstukken van deze richtsnoeren gelden voor alle blootstellingen die onder de definities van niet-renderende blootstellingen en respijtblootstellingen vallen als gedefinieerd in bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014.3
3 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie van 16 april 2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor wat betreft de rapportage aan de toezichthoudende autoriteit door instellingen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 191 van 28.6.2014, blz. 1).
|
|
10. Ten behoeve van de hierboven genoemde definities van niet-renderende en respijtblootstellingen …
|
Ten behoeve van de hierboven genoemde definities van niet-renderende en respijtblootstellingen in bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie, omvatten blootstellingen in de handelsportefeuille de blootstellingen in de handelsportefeuille als gedefinieerd in punt 86 van artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013.
|
|
11. Kredietinstellingen met een bruto NPL-ratio van 5% of hoger op geconsolideerd …
|
Kredietinstellingen met een bruto NPL-ratio van 5% of hoger op geconsolideerd, gesubconsolideerd of individueel niveau passen de hoofdstukken 4 en 5 van deze richtsnoeren toe op de entiteiten waarvan de NPL-ratio de gestelde drempel overschrijdt.
|
|
12. Wanneer kredietinstellingen een bruto NPL-ratio van minder dan 5% hebben, maar een hoog aandeel …
|
Wanneer kredietinstellingen een bruto NPL-ratio van minder dan 5% hebben, maar een hoog aandeel of materieel bedrag aan NPE's in een afzonderlijke portefeuille of afzonderlijke portefeuilles met een specifieke concentratie van NPE's in een geografische regio, een bedrijfstak of een groep met elkaar verbonden cliënten hebben, kunnen bevoegde autoriteiten eisen dat kredietinstellingen de hoofdstukken 4 en 5 toepassen op het niveau van deze portefeuilles.
|
|
13. Bovendien kunnen bevoegde autoriteiten bepalen dat andere kredietinstellingen dan die welke …
|
Bovendien kunnen bevoegde autoriteiten bepalen dat andere kredietinstellingen dan die welke onder punt 11 vallen, de hoofdstukken 4 en 5 dienen toe te passen. De bevoegde autoriteiten eisen toepassing van deze hoofdstukken als zij tekenen van een verslechterende kwaliteit van activa constateren. De bevoegde autoriteiten houden bij het beoordelen van de vraag of de hoofdstukken 4 en 5 dienen te worden toegepast, rekening met de volgende factoren en de onderlinge wisselwerking tussen die factoren: - a) meer instroom van NPE's;
- b) een hoog of toegenomen niveau van FBE's;
- c) een hoog of toegenomen niveau van geëxecuteerde activa;
- d) lage dekkingsratio's;
- e) overschrijding van indicatoren voor vroegtijdige waarschuwing;
- f) een verhoogde Texas-ratio;
- g) de kwaliteit en passendheid van herschikkingssactiviteit.
|
|
14. Alle kredietinstellingen passen de hoofdstukken 6 tot en met 9 toe.
|
Alle kredietinstellingen passen de hoofdstukken 6 tot en met 9 toe.
|
|
15. Kredietinstellingen voldoen aan deze richtsnoeren op een wijze die aansluit bij hun omvang en …
|
Kredietinstellingen voldoen aan deze richtsnoeren op een wijze die aansluit bij hun omvang en interne organisatie en bij de aard, reikwijdte en complexiteit van hun activiteiten; kredietinstellingen kunnen met name aan de hoofdstukken 4 en 5 voldoen met inachtneming van de evenredigheidscriteria die zijn vastgelegd in de EBA-richtsnoeren inzake interne governance, hoofdstuk 4, titel I4 . Als de kredietinstelling door de bevoegde autoriteiten ten behoeve van de SREP is ingedeeld in SREP-categorie 3 of 4 (toegewezen overeenkomstig de EBA-richtsnoeren inzake gemeenschappelijke procedures en methoden voor het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder5 ), worden de richtsnoeren bovendien op evenredige wijze toegepast. Het evenredigheidsbeginsel bij de toepassing van deze richtsnoeren betreft in het bijzonder vereenvoudigde verplichtingen voor de operationele en governanceregelingen ter ondersteuning van de NPE-strategieën van kredietinstellingen (hoofdstuk 5).
4 Richtsnoeren inzake interne governance uit hoofde van Richtlijn 2013/36/EU (EBA/GL/2017/11). 5 Beschreven in paragraaf 2.1.1, ‘Indeling van instellingen in categorieën’, van de Richtsnoeren inzake gemeenschappelijke procedures en methoden voor het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder (EBA/GL/2014/13).
|
|
16. Evenredigheid in termen van de beoordeling door de toezichthouder van de NPE-strategie van een …
|
Evenredigheid in termen van de beoordeling door de toezichthouder van de NPE-strategie van een instelling van SREP-categorie 3 of 4 kan worden bereikt door de beoordeling in lijn te brengen met het SREP-model van toezichtinspanning. Hiermee wordt een op risico gebaseerde aanpak van het toezicht gewaarborgd en wordt rekening gehouden met de systeemrelevantie van de instelling.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|