+4. Algemene bepalingen
---+11. Volgens artikel 108, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 mogen instellingen die de …
---+12. Voor de toepassing van artikel 181, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 moeten …
---+13. Het kredietrisicoverminderende effect van de verrekening van balansposten en van …
---+14. Voor de soorten blootstellingen waarvoor zij toestemming hebben gekregen om eigen LGD-ramingen …
---+15. Instellingen kunnen kredietverzekering overeenkomstig paragraaf 14 in aanmerking nemen als de …
---+16. De behandeling van ratings van derden als beschreven in de paragrafen 62 tot en met 64 van de …
|
4. Algemene bepalingen
4. Algemene bepalingen
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
11. Volgens artikel 108, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 mogen instellingen die de …
|
Volgens artikel 108, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 mogen instellingen die de IRB-benadering toepassen door van hun eigen LGD-ramingen gebruik te maken conform artikel 143, lid 2, van die verordening, kredietrisicolimitering in aanmerking nemen overeenkomstig deel drie, titel II, hoofdstuk 3, van die verordening. Instellingen mogen kredietrisicolimitering in aanmerking nemen overeenkomstig de vereisten van deel drie, titel II, hoofdstuk 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013 voor zover in deel drie, titel II, hoofdstuk 3 van die verordening naar die vereisten wordt verwezen, en in overeenstemming met deze richtsnoeren.
|
|
12. Voor de toepassing van artikel 181, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 moeten …
|
Voor de toepassing van artikel 181, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 moeten verwijzingen naar het begrip “zekerheid” worden begrepen als verwijzingen naar andere volgestorte kredietprotectie dan de in artikel 166, leden 2 en 3, van die verordening bedoelde volgestorte kredietprotectie. Daaronder vallen in het bijzonder andere volgestorte kredietprotectie dan kaderverrekeningsovereenkomsten en verrekening van balansposten. Het kredietrisicoverminderende effect van kaderverrekeningsovereenkomsten en de verrekening van balansposten wordt weerspiegeld in de blootstellingswaarde. Daarom mogen instellingen voor de soorten blootstellingen waarvoor zij toestemming hebben gekregen voor het gebruik van eigen LGD-ramingen, volgestorte kredietprotectie alleen in aanmerking nemen overeenkomstig artikel 181, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 wanneer deze protectie niet reeds in de blootstellingswaarde in aanmerking is genomen voor de gevallen als bedoeld in artikel 166 van die verordening en overeenkomstig paragraaf 13.
|
|
13. Het kredietrisicoverminderende effect van de verrekening van balansposten en van …
|
Het kredietrisicoverminderende effect van de verrekening van balansposten en van kaderverrekeningsovereenkomsten moet in de blootstellingswaarde in aanmerking genomen worden overeenkomstig artikel 166, lid 3, respectievelijk artikel 166, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013. Bij de inaanmerkingneming van het effect van de verrekening van balansposten en kaderverrekeningsovereenkomsten moeten de instellingen rekening houden met alle met deze technieken verband houdende vereisten die zijn vervat in deel drie, titel II, hoofdstuk 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013, met inbegrip van de toelaatbaarheidscriteria en de methoden voor het in aanmerking nemen van het kredietrisicoverminderende effect van dergelijke instrumenten.
|
|
14. Voor de soorten blootstellingen waarvoor zij toestemming hebben gekregen om eigen LGD-ramingen …
|
Voor de soorten blootstellingen waarvoor zij toestemming hebben gekregen om eigen LGD-ramingen te gebruiken, moeten instellingen het effect van de niet-volgestorte kredietprotectie in aanmerking nemen overeenkomstig artikel 160, lid 5, artikel 161, lid 3, artikel 164, leden 2 en 3, en artikel 183 van Verordening (EU) nr. 575/2013.
|
|
15. Instellingen kunnen kredietverzekering overeenkomstig paragraaf 14 in aanmerking nemen als de …
|
Instellingen kunnen kredietverzekering overeenkomstig paragraaf 14 in aanmerking nemen als de bijbehorende kredietrisicolimiteringstechnieken volgens de definitie in artikel 4, lid 1, punt 59, van Verordening (EU) nr. 575/2013 als niet-volgestorte kredietprotectie kunnen worden aangemerkt. In het bijzonder kunnen instellingen kredietverzekering in aanmerking nemen overeenkomstig artikel 183, lid 1, en artikel 183, lid 2 of 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013, afhankelijk van de vraag of de kredietverzekering feitelijk als garantie respectievelijk als kredietderivaat functioneert.
|
|
16. De behandeling van ratings van derden als beschreven in de paragrafen 62 tot en met 64 van de …
|
De behandeling van ratings van derden als beschreven in de paragrafen 62 tot en met 64 van de EBA-richtsnoeren inzake PD- en LGD-raming dient gezien de definitie van kredietrisicolimitering in artikel 4, lid 1, punt 57, van Verordening (EU) nr. 575/2013 niet als methode voor de inaanmerkingneming van kredietrisicoverminderende effecten te worden beschouwd en valt niet onder het toepassingsgebied van deze richtsnoeren. Met name de in paragraaf 62, onder a), van die richtsnoeren bedoelde passende garantie heeft betrekking op een door een derde aan de debiteur verleende contractuele ondersteuning en vormt daarom geen kredietrisicolimiteringstechniek die door een instelling wordt gebruikt in de zin van artikel 4, lid 1, punten 57 en 59, van Verordening (EU) nr. 575/2013.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|