|
+15.4 Toekenning van variabele beloning in instrumenten |
15.4 Toekenning van variabele beloning in instrumenten270.De instrumenten die worden gebruikt voor de toekenning van variabele beloning dienen bij te dragen tot de afstemming van variabele beloning op de prestaties en risico’s van de instelling. 271.Wanneer er door een instelling binnen de consolidatie uitgegeven instrumenten als bedoeld in artikel 94, lid 1, onder l), i) en ii), van de CRD beschikbaar zijn, dient de variabele beloning te bestaan uit een afgewogen mix van verschillende soorten instrumenten. Indien dergelijke instrumenten beschikbaar zijn, dienen instellingen te voorrang geven aan het gebruik van bail-in-instrumenten in lijn met de instrumenten die zijn beschreven in de technische reguleringsnormen met betrekking tot financiële instrumenten, alsook aan het gebruik van aandelen, in plaats van op waarde gebaseerde instrumenten zoals op aandelen gebaseerde instrumenten. 272.De beschikbaarheid van instrumenten als bedoeld in artikel 94, lid 1, onder l), i), van de CRD is afhankelijk van de rechtsvorm van een instelling:
273.Op aandelen gebaseerde of andere gelijkwaardige niet-liquide instrumenten (zoals “stock appreciation rights”, soorten synthetische aandelen) zijn instrumenten of contractuele verplichtingen, waaronder op liquide middelen gebaseerde instrumenten, waarvan de waarde is gebaseerd op de marktprijs of, wanneer er geen marktprijs beschikbaar is, op de reële waarde van het aandeel of het gelijkwaardige eigendomsrecht, en die de marktprijs of reële waarde volgen. Al dergelijke instrumenten dienen wat betreft het absorberen van verliezen hetzelfde effect te hebben als aandelen of gelijkwaardige eigendomsrechten. 274.De beschikbaarheid van “andere instrumenten” als bedoeld in artikel 94, lid 1, onder l), ii), van Richtlijn 2013/36/EU hangt af van de vraag of een instelling, of een instelling binnen de consolidatie, dergelijke instrumenten al heeft uitgegeven en of die instrumenten in voldoende hoeveelheden beschikbaar zijn. Wanneer instellingen voornamelijk gebruikmaken van wholesale-financiering, of in belangrijke mate afhankelijk zijn van aanvullend tier 1-, tier 2- of bail-in-schulden om te voldoen aan hun kapitaalvereisten, dienen dergelijke instrumenten beschikbaar te zijn voor variabele beloning, mits deze “andere instrumenten” voldoen aan Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 527/2014 van de Commissie. 275.Wanneer er geen specifieke factoren of nationale wetten zijn die het gebruik van “andere instrumenten” als bedoeld in artikel 94, lid 1, onder l), ii), van Richtlijn 2013/36/EU in de weg staan, of factoren die instellingen beletten instrumenten uit te geven overeenkomstig Gedelegeerde Verordening nr. 527/2014 van de Commissie, dienen dergelijke instrumenten te worden gebruikt voor de toekenning van variabele beloning, wanneer ze beschikbaar zijn. 276.Wanneer zowel aandelen of op aandelen gebaseerde instrumenten als andere in aanmerking komende instrumenten als bedoeld in Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 527/2014 van de Commissie beschikbaar zijn, is het mogelijk de variabele beloning te betalen als een afgewogen mix van verschillende instrumenten. In dat geval moeten instellingen ervoor zorgen dat het deel van de variabele beloning dat in instrumenten wordt betaald, een afgewogen mix omvat van instrumenten als bedoeld in artikel 94, lid 1, onder l), i) en ii), van Richtlijn 2013/36/EU. Instellingen dienen te kunnen aantonen dat zij bij het bepalen van de afgewogen mix van verschillende instrumenten rekening hebben gehouden met de belangen van aandeelhouders, crediteuren, houders van obligaties en andere stakeholders. 277.Instellingen dienen ervoor zorg te dragen dat zij over de toegekende instrumenten beschikken wanneer de variabele beloning die in instrumenten wordt toegekend, wordt verworven. Instellingen mogen besluiten de instrumenten gedurende de uitstelperiode niet aan te houden, maar moeten in dat geval wel rekening houden met de daarmee verband houdende marktrisico’s. 278.Instrumenten dienen te worden geprijsd op hun marktprijs of hun reële waarde op de datum van toekenning van deze instrumenten. Deze waarde geldt als basis voor de vaststelling van het aanvankelijke aantal instrumenten, evenals voor latere wijzigingen van het aantal instrumenten of de waarde daarvan achteraf. Dergelijke waardebepalingen dienen ook plaats te vinden voorafgaand aan de verwerving om te waarborgen dat risicoaanpassingen achteraf juist worden toegepast voor het einde van de retentieperiode. Kleine instellingen die niet beursgenoteerd zijn, kunnen de waarde van de eigendomsbelangen en op eigendomsbelangen gebaseerde instrumenten baseren op de meest recente financiële jaarcijfers. 279.Instellingen kunnen een vast aantal of een nominaal bedrag aan uitgestelde instrumenten toekennen met behulp van verschillende technieken, waaronder trustee-depotfaciliteiten en contracten, mits in alle gevallen het toegekende aantal instrumenten of het nominale bedrag aan instrumenten bij verwerving aan de aangewezen personeelsleden wordt toegekend, tenzij dit aantal of dit nominale bedrag wordt verminderd door toepassing van een malusregeling. Instellingen dienen er zorg voor te dragen dat de toegekende instrumenten uiterlijk wanneer zij onvoorwaardelijk worden beschikbaar zijn voor uitkering aan de personeelsleden. 280.Instellingen dienen geen rente of dividend te betalen over instrumenten die aan aangewezen personeelsleden worden toegekend als variabele beloning met een uitstelregeling; dit houdt ook in dat rente en dividenden die uitkeerbaar zijn tijdens de uitstelperiode niet aan personeelsleden worden betaald na afloop van de uitstelperiode. De betreffende bedragen dienen te worden behandeld als ontvangsten en eigendom van de instelling. 281.De bevoegde autoriteiten dienen zich ervan te onthouden zodanige beperkingen te stellen aan het gebruik van de in artikel 94, lid 1, onder l), van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde instrumenten dat instellingen geen afgewogen mix van instrumenten tot stand kunnen brengen overeenkomstig artikel 94, lid 1, onder l), i) en ii), van die richtlijn. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|