+5.3 Aanwijzingsprocedure op individueel, gesubconsolideerd en geconsolideerd niveau

5.3 Aanwijzingsprocedure op individueel, gesubconsolideerd en geconsolideerd niveau

114.De kwalitatieve en kwantitatieve aanwijzingscriteria die zijn vermeld in artikel 92, lid 3, van Richtlijn 2013/36/EU, de technische reguleringsnormen met betrekking tot aangewezen personeelsleden en de aanvullende criteria die daarnaast door de instellingen zijn vastgesteld, moeten door de instellingen worden toegepast op individuele basis, met behulp van de cijfers en rekening houdend met de situatie van de individuele instelling, en moeten daarnaast door de consoliderende instelling op geconsolideerde en gesubconsolideerde basis worden toegepast zoals omschreven in artikel 4, lid 1, punten 48) en 49), van Verordening (EU) nr. 575/2013, met inbegrip van – rekening houdend met de bepalingen van artikel 109, leden 4 tot en met 6, van Richtlijn 2013/36/EU – alle dochterondernemingen die onder de prudentiële consolidatie vallen, maar zelf niet onderworpen zijn aan de CRD, aan de hand van de geconsolideerde cijfers en het effect op het risicoprofiel van de instelling op geconsolideerde basis. De aanwijzingsprocedure op geconsolideerde basis dient personeelsleden te omvatten als bedoeld in artikel 109, lid 5, van Richtlijn 2013/36/EU, ook al is de dochteronderneming die deze personeelsleden in dienst heeft niet onderworpen aan toepassing van de vereisten van artikel 92, 94 en 95 van Richtlijn 2013/36/EU op geconsolideerde basis en Richtlijn 2013/36/EU op individuele basis.

115.Bij de toepassing van de kwalitatieve aanwijzingscriteria op geconsolideerd of gesubconsolideerd niveau worden personeelsleden van een dochteronderneming alleen opgenomen wanneer zij verantwoordelijk zijn voor de in deze criteria genoemde functies op geconsolideerde of gesubconsolideerde basis. Zo dient een personeelslid van een dochteronderneming dat lid is van het leidinggevend orgaan van die dochteronderneming alleen te worden beoordeeld op het criterium “het personeelslid is lid van het leidinggevend orgaan in zijn toezichthoudende functie” als hij/zij ook lid is van het leidinggevend orgaan van de moederinstelling in de EU.

116.De toepasselijke kwantitatieve aanwijzingscriteria behoren te gelden voor alle personeelsleden binnen de instelling en haar dochterondernemingen die op geconsolideerde en gesubconsolideerde basis onderworpen zijn aan de vereisten van artikel 92, 94 en 95 van Richtlijn 2013/36/EU, rekening houdend met alle beloningen die binnen de volledige reikwijdte van prudentiële consolidatie zijn toegekend.

117.Bij de toepassing van kwalitatieve aanwijzingscriteria dienen instellingen vast te stellen welke personeelsleden verantwoordelijk zijn voor de functie die in de kwalitatieve wordt genoemd. Het belangrijkste criterium voor de aanwijzing is niet de naam van de functie, maar de bevoegdheden en verantwoordelijkheden die aan de functie zijn toegekend.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/