+13.2 Verhouding tussen vaste en variabele beloning

13.2 Verhouding tussen vaste en variabele beloning

206.Instellingen dienen in hun beloningsbeleid vooraf het passende niveau vast te stellen van het maximumverhoudingspercentage tussen de variabele en de vaste componenten van de totale beloning voor aangewezen personeelsleden, in overeenstemming met de limieten en procedures die zijn vastgelegd in artikel 94, lid 1, onder g), van Richtlijn 2013/36/EU en het nationale recht, rekening houdend met de bedrijfsactiviteiten, de risico’s en de invloed die verschillende categorieën personeelsleden hebben op het risicoprofiel. Instellingen kunnen verschillende verhoudingspercentages vaststellen voor verschillende rechtsgebieden, bedrijfseenheden, groeps- en interne controlefuncties en categorieën aangewezen personeelsleden. Het vastgestelde verhoudingspercentage is de verhouding tussen de variabele beloningscomponent die maximaal kan worden toegekend voor de volgende prestatieperiode en de vaste beloningscomponent van de volgende prestatieperiode. 207.Het maximumverhoudingspercentage dient te worden berekend als de som van alle variabele beloningscomponenten die in een bepaald prestatiejaar maximaal kunnen worden toegekend, met inbegrip van het bedrag dat in aanmerking moet worden genomen voor de retentiebonus, gedeeld door de som van alle toe te kennen vaste beloningscomponenten met betrekking tot datzelfde prestatiejaar. In ieder geval dienen alle beloningscomponenten op juiste wijze in overeenstemming met deze richtsnoeren te worden gecategoriseerd als variabele beloning of vaste beloning. Instellingen mogen enkele van de vaste beloningscomponenten weglaten wanneer deze niet materieel zijn, bijvoorbeeld wanneer proportionele niet-monetaire voordelen worden verstrekt.

208.In uitzonderlijke en naar behoren onderbouwde gevallen mag in het beloningsbeleid voor individuele aangewezen personeelsleden die tot een bepaalde categorie personeelsleden behoren, een ander verhoudingspercentage worden vastgesteld dan voor andere personeelsleden die tot diezelfde categorie behoren.

209.De vastgestelde verhoudingspercentages tussen de variabele en de vaste beloningscomponenten voor categorieën personeelsleden of individuele personeelsleden dienen te worden goedgekeurd door het leidinggevend orgaan in zijn toezichthoudende functie of, wanneer vereist, door de vergadering van aandeelhouders. Het verhoudingspercentage tussen de variabele en de vaste beloningscomponenten dient los van eventuele potentiële toekomstige risicoaanpassingen achteraf of fluctuaties in de prijs van instrumenten te worden vastgesteld.

210.Het effectieve verhoudingspercentage dient te worden berekend als de som van alle variabele beloningscomponenten die zijn toegekend over het laatste prestatiejaar, zoals vastgelegd in deze richtsnoeren, met inbegrip van bedragen die zijn toegekend voor meerjarige opbouwperioden, gedeeld door de som van vaste beloningscomponenten die zijn toegekend voor datzelfde prestatiejaar. Voor meerjarige opbouwperioden die niet jaarlijks rouleren, kunnen instellingen ook voor elk jaar van de prestatieperiode het maximumbedrag van de variabele beloning dat aan het eind van de prestatieperiode kan worden toegekend, gedeeld door het aantal jaren van de prestatieperiode in aanmerking nemen.

211.Het effectieve verhoudingspercentage tussen toegekende variabele beloning en vaste beloning dient op te lopen op basis van de bereikte prestaties en dient bepaalde toekenningsniveaus voor te behouden voor prestaties die “beter dan de doelstelling” of “uitzonderlijk goed” zijn. Het effectieve verhoudingspercentage mag niet meer bedragen dan het maximum dat is vastgesteld overeenkomstig artikel 94, lid 1, onder g), van Richtlijn 2013/36/EU, het nationale recht en het beloningsbeleid van de instelling.

212.Bij de berekening van het maximale of effectieve verhoudingspercentage dienen instellingen de EBA-richtsnoeren voor het toepasselijke notionele discontopercentage voor variabele beloning overeenkomstig artikel 94, lid 1, onder g), iii), van Richtlijn 2013/36/EU alleen toe te passen wanneer lidstaten artikel 94, lid 1, onder g), iii), van Richtlijn 2013/36/EU ten uitvoer hebben gelegd of wanneer het verhoudingspercentage wordt berekend voor aangewezen personeelsleden van een in een derde land gevestigde instelling die een dochteronderneming is van een moederinstelling in de EU.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/