|
+Richtsnoer 5: Kwaliteitsbeoordeling van de resultaten van de tests en de veerkracht van het DGS |
Richtsnoer 5: Kwaliteitsbeoordeling van de resultaten van de tests en de veerkracht van het DGSSysteem voor beoordeling aan de hand van individuele indicatoren 5.1 Bij de beoordeling van hun veerkracht ten aanzien van de verschillende indicatoren die in deze richtsnoeren zijn opgenomen, dienen DGS’en gebruik te maken van het volgende beoordelingssysteem. 5.2 Aangezien het doel van stresstests tweeledig is, namelijk het beoordelen van de veerkracht van het DGS en het vaststellen van tekortkomingen of verbeterpunten teneinde de systemen van het DGS te verbeteren, wordt verwacht en toegejuicht dat een DGS dergelijke verbeterpunten identificeert bij de uitvoering van zijn stresstests. Bij de toepassing van individuele indicatoren dienen DGS’en daarom een kwalitatieve score te rapporteren op basis van de volgende categorieën: 1) Het DGS heeft geen of een klein aantal verbeterpunten vastgesteld en dergelijke verbeterpunten zullen waarschijnlijk niet van invloed zijn op het vermogen van het DGS om zijn taken overeenkomstig de voorwaarden van de DGS-richtlijn uit te voeren. 2) Het DGS heeft een aanzienlijk aantal verbeterpunten geïdentificeerd, maar dergelijke verbeterpunten zullen waarschijnlijk niet van invloed zijn op het vermogen van het DGS om zijn taken overeenkomstig de voorwaarden van de DGS-richtlijn uit te voeren, bijvoorbeeld omdat dergelijke tekortkomingen geïsoleerd zijn en/of eenvoudig kunnen worden verholpen op het moment van falen. 3) Het DGS heeft een klein aantal verbeterpunten vastgesteld, maar dergelijke verbeterpunten zouden van invloed zijn op het vermogen van het DGS om zijn taken overeenkomstig de voorwaarden van de DGS-richtlijn uit te voeren (daarom moet het DGS aangeven welke maatregelen zijn genomen of gepland voor de nabije toekomst en wat de resultaten zijn van follow-uptests). 4) Het DGS heeft een groot aantal verbeterpunten geïdentificeerd en dergelijke verbeterpunten zouden van invloed zijn op het vermogen van het DGS om zijn taken overeenkomstig de voorwaarden van de DGS-richtlijn uit te voeren (daarom moet het DGS aangeven welke maatregelen zijn genomen of gepland voor de nabije toekomst en wat de resultaten zijn van follow-uptests). 5.3 De kwalitatieve scores dienen te worden aangevuld met informatie over kwantitatieve ontwikkelingen en met toelichtingen ter onderbouwing van het gerapporteerde resultaat wanneer daarom wordt verzocht in het rapportageformulier. Van individuele indicatoren tot de veerkracht van het DGS bij het vervullen van zijn wettelijke functies 5.4 Bij de beoordeling van hun veerkracht wat betreft de wettelijke functies die in de basistest worden beoordeeld, dienen DGS’en gebruik te maken van het volgende beoordelingssysteem. 5.5 DGS’en dienen bij iedere basistest te rapporteren of zij zichzelf als “voldoende veerkrachtig” of “onvoldoende veerkrachtig” beoordelen.
5.6 DGS’en dienen deze beoordeling aan te vullen met een toelichting ter onderbouwing van de gerapporteerde resultaten. 5.7 Indien een DGS wettelijk bevoegd is om een bepaalde taak overeenkomstig de DGS-richtlijn uit te voeren, maar een bepaalde basistest die van toepassing is op het DGS niet heeft uitgevoerd, dient het DGS dit te rapporteren door in het desbetreffende veld van het rapportageformulier “niet-getest gebied” in te vullen en de redenen voor het niet beoordelen van dit gebied toe te lichten. Systeem voor beoordeling van algehele veerkracht 5.8 Bij de beoordeling van hun algehele veerkracht dienen DGS’en gebruik te maken van het volgende beoordelingssysteem. 5.9 DGS’en dienen te rapporteren of de algehele veerkracht bij de uitvoering van zijn volledige wettelijke bevoegdheid “voldoende veerkrachtig” of “onvoldoende veerkrachtig” is:
1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|