+8.2 Bepaling van de hoogte van het kapitaal
---+116. Ten behoeve van de vaststelling van de hoogte van het kapitaal moeten de bevoegde …
---+117. Wanneer de bevoegde autoriteit de consoliderende toezichthouder is, beoordeelt deze het op …
---+118. Indien een tot een bankgroep behorende aanvrager overeenkomstig de artikelen 7 of 10 van de …
---+119. Indien de bevoegde autoriteit zich bij de uitoefening van haar discretionaire bevoegdheid in …
---+120. Wanneer de bevoegde autoriteit van oordeel is dat de ontheffing van kapitaalvereisten niet kan …

8.2 Bepaling van de hoogte van het kapitaal

8.2 Bepaling van de hoogte van het kapitaal

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
116. Ten behoeve van de vaststelling van de hoogte van het kapitaal moeten de bevoegde …

Ten behoeve van de vaststelling van de hoogte van het kapitaal moeten de bevoegde autoriteiten:

  • a) de risico’s (en daarmee samenhangende risicogewogen activa) op basis van het overeenkomstig afdeling 7.2.6 onderzochte bedrijfsplan op adequate wijze in kaart brengen en de eigenvermogensvereisten (op risico- en hefboombasis) voor ten minste drie jaar schatten (d.w.z. het eigen vermogen dat nodig is om de volledige naleving van de prudentiële vereisten gedurende de eerste drie jaar en aan het einde van die periode te dekken, waarbij rekening wordt gehouden met de verwachte gecumuleerde verliezen voor die periode);
  • b) aan het aanvangskapitaal de verwachte gecumuleerde verliezen over de eerste drie jaar toevoegen;
  • c) het hoogste van de bedragen onder a) en b) kiezen20 .

De bevoegde autoriteiten moeten kunnen vaststellen dat de schatting van de eigenvermogensvereisten overeenkomstig punt a) van deze paragraaf21 het hogere22 bedrag is van de bedragen die uit het basisscenario en het strenge maar plausibele stressscenario23 van het overeenkomstig afdeling 7.2.6 herziene ondernemingsplan voortvloeien. De bevoegde autoriteiten moeten kunnen vaststellen dat het aldus vastgestelde hogere bedrag de basis vormt voor de berekening van het kapitaal waarover de aanvragende kredietinstelling geacht wordt te beschikken op het tijdstip waarop de vergunning wordt toegekend, zoals nader bepaald in afdeling 8.3. Het deel van het kapitaal op het moment dat de vergunning wordt toegekend, dat vóór de aanvang van de werkzaamheden moet worden gestort, wordt vastgesteld overeenkomstig paragraaf 123.


20 De figuren 1, 2 en 3 in de bijlage illustreren de volgende gevallen: a) figuur 1 is een voorbeeld van het geval waarin de eigenvermogensvereisten hoger zijn dan het aanvangskapitaal en de gecumuleerde jaarlijkse verliezen; b) figuur 2 is een voorbeeld van het geval waarin het aanvangskapitaal plus de gecumuleerde jaarlijkse verliezen hoger zijn dan de geschatte eigenvermogensvereisten; c) figuur 3 is een voorbeeld van een verandering in het hogere bedrag van aanvangskapitaal en verliezen en eigenvermogensvereisten in de loop van de drie jaren die in aanmerking worden genomen voor de bepaling van het kapitaal op het moment van de toekenning van de vergunning.

21 En de gerelateerde verwachte cumulatieve verliezen die worden gebruikt om het onder punt b) van deze paragraaf bedoelde bedrag te bepalen.

22 Het basisscenario van het bedrijfsplan kan in sommige gevallen in plaats van het ongunstige scenario (die indien nodig beide gedegen en kritisch door de bevoegde autoriteit worden bekeken) leiden tot de vaststelling van hogere eigenvermogensvereisten (bijvoorbeeld als gevolg van een sterkere groei van de activiteiten) en bijgevolg tot hogere kapitaalvereisten als geheel (waaronder de berekening van de verwachte verliezen in de loop van de drie jaar van de planperiode). In dat geval zouden de hoogste geschatte eigenvermogensvereisten binnen de eerste drie jaar en de gecumuleerde verliezen over de eerste drie jaar volgens het basisscenario bepalend zijn voor de vereiste hoeveelheid kapitaal.

23 Het in aanmerking nemen van de in het stressscenario voorspelde verliezen moet erop gericht zijn dat de kredietinstelling in de eerste periode van activiteit voldoende veerkracht heeft, mede gelet op het feit dat de pijler 2-kapitaalvereiste nog niet is vastgesteld.

117. Wanneer de bevoegde autoriteit de consoliderende toezichthouder is, beoordeelt deze het op …

Wanneer de bevoegde autoriteit de consoliderende toezichthouder is, beoordeelt deze het op basis van het overeenkomstig afdeling 7.2.6 onderzochte bedrijfsplan verwachte effect van de kredietinstelling die de nieuwe vergunning heeft gekregen op de kapitaalvereisten op geconsolideerd niveau. Daartoe moet de bevoegde autoriteit zich baseren op de analyse van de overeenkomstig paragraaf 33 vastgestelde consolidatieperimeter.

118. Indien een tot een bankgroep behorende aanvrager overeenkomstig de artikelen 7 of 10 van de …

Indien een tot een bankgroep behorende aanvrager overeenkomstig de artikelen 7 of 10 van de CRR om kapitaalontheffingen verzoekt, kunnen de bevoegde autoriteiten overwegen om, binnen hun discretionaire bevoegdheden krachtens bovengenoemde bepalingen, op strikte en nauwgezette wijze te beoordelen of de aanvrager in aanmerking komt voor de toepassing van de ontheffing, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzonderheden van de vergunningsaanvraag.

119. Indien de bevoegde autoriteit zich bij de uitoefening van haar discretionaire bevoegdheid in …

Indien de bevoegde autoriteit zich bij de uitoefening van haar discretionaire bevoegdheid in staat acht een strikte en nauwgezette beoordeling uit te voeren en vaststelt dat aan de relevante voorwaarden van de CRR is voldaan en de ontheffing kan worden toegekend, en een dergelijke ontheffing wordt toegekend op het moment dat de vergunning wordt toegekend, moet het kapitaal op het moment van de vergunningstoekenning (en de bijbehorende betaling) worden bepaald in overeenstemming met de paragrafen 116 en 117, waarbij rekening wordt gehouden met de ontheffing.

120. Wanneer de bevoegde autoriteit van oordeel is dat de ontheffing van kapitaalvereisten niet kan …

Wanneer de bevoegde autoriteit van oordeel is dat de ontheffing van kapitaalvereisten niet kan worden toegekend op het tijdstip waarop de vergunning wordt toegekend, moet de hoogte van het kapitaal door de bevoegde autoriteit worden bepaald overeenkomstig de in de paragrafen 116 en 117 vastgelegde methodiek. In specifieke gevallen waarin de bevoegde autoriteit van oordeel is dat de ontheffing niet kan worden toegekend op het tijdstip waarop de vergunning wordt toegekend, maar er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat zij in een later stadium zou kunnen worden toegekend, kan de bevoegde autoriteit maatregelen nemen om de gevolgen van de hoogte van het kapitaal bij de toekenning van de vergunning te beperken.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/