| Risicobereidheid | het totale risiconiveau en de soorten risico’s die een beleggingsonderneming binnen haar risicodraagkracht en overeenkomstig haar bedrijfsmodel bereid is te nemen om haar strategische doelen te bereiken. |
| Risicodraagkracht | het maximale risiconiveau dat een beleggingsonderneming in staat is op zich te nemen gegeven haar kapitaalbasis, haar capaciteiten op het gebied van risicobeheer en -beheersing, en haar wettelijke beperkingen. |
| Risicocultuur | de normen, de houding en het gedrag van een beleggingsonderneming ten aanzien van het risicobewustzijn, het nemen van risico’s en risicobeheer, en de controlemaatregelen die besluiten over risico’s vormgeven. De risicocultuur beïnvloedt de besluiten van leidinggevenden en werknemers tijdens hun dagelijkse activiteiten en is van invloed op de risico’s die zij aangaan. |
| Personeel | alle medewerkers van een beleggingsonderneming en haar dochterondernemingen op geconsolideerde basis en alle leden van hun respectieve leidinggevende organen in hun bestuursfunctie en hun toezichtfunctie. |
| Chief executive officer (CEO) | de persoon die algemeen verantwoordelijk is voor het beheren en aansturen van het geheel aan bedrijfsactiviteiten van een beleggingsonderneming. |
| Chief financial officer (CFO) | de persoon die algemeen verantwoordelijk is voor het beheer van elk van de volgende activiteiten: beheer van financiële middelen, financiële planning en financiële verslaglegging. |
| Hoofden van interne controlefuncties | de personen op het hoogste hiërarchische niveau die belast zijn met het daadwerkelijke beheer van de dagelijkse activiteiten van de onafhankelijke risicobeheerfunctie, de compliance- en de interne auditfunctie. |
| Medewerkers met een sleutelfunctie | personen die een aanzienlijke invloed hebben op de leiding over de beleggingsonderneming, maar die geen lid van het leidinggevend orgaan zijn en ook niet de CEO zijn. Daartoe behoren onder meer de hoofden van interne controlefuncties en de CFO, als die geen lid van het leidinggevend orgaan zijn, en andere medewerkers met een sleutelfunctie, wanneer die door beleggingsondernemingen volgens een risicogebaseerde aanpak zijn geïdentificeerd. Andere medewerkers met een sleutelfunctie kunnen zijn: hoofden van belangrijke bedrijfsonderdelen, vestigingen in de Europese Economische Ruimte/Europese Vrijhandelsassociatie, dochterondernemingen in derde landen en andere interne functies. |
| EU-moederonderneming | een EU-moederbeleggingsonderneming, EU-moederbeleggingsholding of gemengde financiële EU-moederholding die moet voldoen aan de prudentiële vereisten op basis van de geconsolideerde situatie overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) 2019/2033. |
| Prudentiële consolidatie | de toepassing van de prudentiële regels die zijn vastgelegd in artikel 25 van Richtlijn (EU) 2019/2034 en artikel 7 van Verordening (EU) 2019/20335 . |
| Beursgenoteerde beleggingsondernemingen | beleggingsondernemingen waarvan de financiële instrumenten in een of meer lidstaten zijn toegelaten tot handel op een gereguleerde markt of op een multilaterale handelsfaciliteit zoals gedefinieerd in artikel 4, punten 21 en 22, van Richtlijn 2014/65/EU6 . |
| Aandeelhouder | een persoon die aandelen in een beleggingsonderneming bezit, of, afhankelijk van de rechtsvorm van een beleggingsonderneming, andere eigenaren of leden van de beleggingsonderneming. |
| Bestuursfunctie | een functie als lid van het leidinggevend orgaan van een beleggingsonderneming of een andere rechtspersoon. |