+Definities
---+11. Tenzij anders vermeld, hebben de in Verordening (EU) 2019/2033 , Richtlijn (EU) 2019/2034 of …

Definities

Definities

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
11. Tenzij anders vermeld, hebben de in Verordening (EU) 2019/2033 , Richtlijn (EU) 2019/2034 of …

Tenzij anders vermeld, hebben de in Verordening (EU) 2019/20334 , Richtlijn (EU) 2019/2034 of Richtlijn 2014/59/EU5 gebruikte en gedefinieerde termen in deze richtsnoeren dezelfde betekenis. In deze richtsnoeren gelden de volgende definities:

“AML/CFT-toezichthouder”: een bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de naleving door beleggingsondernemingen van bepalingen van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering;

“benchmarks voor toezicht”: risicospecifieke kwantitatieve instrumenten die door de bevoegde autoriteit zijn ontwikkeld om een schatting te maken van het vereiste eigen vermogen voor de dekking van risico’s of aspecten van risico’s die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 vallen;

“gedragsrisico”: het risico of mogelijke toekomstige risico van verliezen voor een beleggingsonderneming als gevolg van opzettelijk of nalatig wanbeleid, met inbegrip van het op onbehoorlijke wijze verlenen van financiële diensten;

“ICT-risico (informatie- en communicatietechnologie)”: het risico van verliezen als gevolg van inbreuken op de geheimhouding, falende integriteit van systemen en data, ongeschiktheid of onbeschikbaarheid van systemen en data, of onvermogen om IT aan te passen binnen een redelijke termijn en met redelijke kosten wanneer de omgeving of de bedrijfsvereisten veranderen (“agility”);

“intern beoordelingsproces van de kapitaaltoereikendheid en het interne risicobeoordelingsproces (ICARAP)”: de regelingen, strategieën en processen zoals vermeld in artikel 24 van Richtlijn (EU) 2019/2034, die verder kunnen worden opgesplitst in:

“proces voor de beoordeling van de toereikendheid van het interne kapitaal” (ICAAP – Internal capital adequacy assessment process): regelingen, strategieën en procedures voor de permanente beoordeling en handhaving van de bedragen, soorten en verdeling van het interne kapitaal dat de beleggingsondernemingen toereikend achten ter dekking van de aard en omvang van de risico’s die zij voor anderen kunnen vormen en waaraan de beleggingsondernemingen zelf blootstaan of kunnen blootstaan; en

“proces voor de beoordeling van de toereikendheid van de interne liquiditeit” (ILAAP – Internal liquidity adequacy assessment process): regelingen, strategieën en procedures

4 Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014 (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 1). 5 Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190).

4

voor de permanente beoordeling en handhaving van de bedragen, soorten en verdeling van liquide activa die de beleggingsondernemingen toereikend achten ter dekking van de aard en omvang van de risico’s die zij voor anderen kunnen vormen en waaraan de beleggingsondernemingen zelf blootstaan of kunnen blootstaan;

“levensvatbaarheidsscore”: de numerieke uitdrukking die de beoordeling door de toezichthouder samenvat van een SREP-onderdeel en die het risico voor de levensvatbaarheid van de beleggingsonderneming aanduidt op basis van het geëvalueerde SREP-onderdeel;

“liquiditeit binnen de werkdag”: de middelen waartoe de beleggingsonderneming gedurende de werkdag toegang heeft om betalingen in real time te verrichten;

“liquiditeitsrisico binnen de werkdag”: het risico of mogelijk toekomstige risico dat de beleggingsonderneming niet in staat is haar liquiditeitsbehoefte binnen de werkdag op doeltreffende wijze te beheren;

“macroprudentieel vereiste” of “macroprudentiële maatregel”: een vereiste dat of een maatregel die wordt opgelegd door een autoriteit die bevoegd of aangewezen is voor kwesties op het gebied van macroprudentieel of systeemrisico.

“markttoezichthouder”: een bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de naleving door instellingen van de bepalingen van Richtlijn 2014/65/EU6 ;

“pijler 2-richtsnoer (Pillar 2 guidance – P2G)”: het niveau en de kwaliteit van eigen middelen waarover de instelling wordt verwacht te beschikken bovenop haar totale kapitaalvereiste, bepaald overeenkomstig de criteria vermeld in artikel 41 van Richtlijn (EU) 2019/2034;

“pijler 2-vereiste (Pillar 2 requirement -P2R)” of “aanvullend-eigenvermogensvereiste”: het overeenkomstig artikel 40 van Richtlijn (EU) 2019/2034 opgelegde aanvullend-eigenvermogensvereiste;

“renterisico”: het risico of mogelijk toekomstige risico voor de winst en het eigen vermogen van de beleggingsonderneming als gevolg van ongunstige veranderingen in de rentetarieven;

“reputatierisico”: het risico of mogelijk toekomstige risico voor de winst, het eigen vermogen of de liquiditeit van de beleggingsonderneming als gevolg van schade aan de reputatie van de beleggingsonderneming;

6 Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).

5

“risico op het gebied van het witwassen van geld en terrorismefinanciering (ML/TF)”: het risico zoals dat gedefinieerd is in de richtsnoeren van EBA inzake ML/TF risicofactoren7 ;

“risicobereidheid”: het gecumuleerde risiconiveau en de soorten risico’s die de beleggingsonderneming binnen haar risicodraagkracht en overeenkomstig haar bedrijfsmodel bereid is te nemen om haar strategische doelen te bereiken;

“risico’s voor het kapitaal”: specifieke risico’s die, als zij werkelijkheid worden, aanzienlijke prudentiële gevolgen hebben voor het eigen vermogen van de beleggingsonderneming gedurende de volgende 12 maanden. Hiertoe behoren onder meer de risico’s die worden genoemd in de artikelen 29 en 36 van Richtlijn (EU) 2019/2034;

“risico’s voor liquiditeit en financiering”: specifieke risico’s die, als zij werkelijkheid worden, aanzienlijke prudentiële gevolgen hebben voor de liquiditeit van de beleggingsonderneming op verschillende termijnen;

“risicoscore”: de numerieke uitdrukking die de beoordeling door de toezichthouder samenvat van een afzonderlijk risico voor kapitaal, liquiditeit en financiering die de waarschijnlijkheid weergeeft dat een risico aanzienlijke prudentiële gevolgen zal hebben voor de beleggingsonderneming na de evaluatie van het risicobeheer en de risicobeheersing en voorafgaand aan de overweging van de bekwaamheid van de beleggingsonderneming om het risico te beperken door middel van beschikbaar kapitaal of liquide activa;

“SREP-onderdelen”: een van de volgende onderdelen: analyse van het bedrijfsmodel, beoordeling van interne governance en ondernemingsbrede risicobeheersing, beoordeling van de risico’s voor het kapitaal, SREP-kapitaalbeoordeling, beoordeling van de risico’s voor liquiditeit en financiering of SREP-liquiditeitsbeoordeling;

“totale SREP-beoordeling”: de actuele beoordeling van de algehele levensvatbaarheid van een beleggingsonderneming op basis van de beoordeling van de SREP-onderdelen;

“totale SREP-score”: de numerieke indicator van het algehele risico voor de levensvatbaarheid van de beleggingsonderneming op basis van de totale SREP-beoordeling.

7 EBA-richtsnoeren krachtens artikel 17 en artikel 18, lid 4, van Richtlijn (EU) 2015/849 betreffende cliëntenonderzoek en de factoren die kredietinstellingen en financiële instellingen in overweging dienen te nemen wanneer zij het aan afzonderlijke zakelijke relaties en occasionele transacties verbonden witwasrisico en risico van terrorismefinanciering beoordelen (“de richtsnoeren inzake ML/TF-risicofactoren”) (EBA/GL/2021/02).

6

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/